Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2234

van Lionel Bajart (Open Vld) d.d. 15 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Voetbalclubs - Witwaspraktijken - Doorlichting - Handhaving in Nederland - Beleid in BelgiŽ - Mogelijke rol van de Autoriteit voor financiŽle diensten en markten (FSMA) en van de Cel voor financiŽle informatieverwerking

beroepssport
sportorganisatie
witwassen van geld
Financial Services and Markets Authority
Nederland
fraude
corruptie

Chronologie

15/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2019 )
18/2/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1998

Vraag nr. 6-2234 d.d. 15 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft een uitgebreid onderzoek gevoerd naar witwaspraktijken en andere risico's in het betaalde voetbal. Hieruit volgde een rits aan aanbevelingen gericht aan de financiŽle tussenpersonen en de trustkantoren.

Volgens DNB bestaan er grote risico's op witwaspraktijken rond matchfixing en betalingen van royalty's, transfers en uitzendrechten.

DNB gaat onderzoeken welke soorten van witwassen er voorkomen in het voetbal en of banken en trustkantoren voldoende doen om er niet bij betrokken te worden.

Deze vraag betreft een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen. De Gemeenschappen zijn immers bevoegd voor de persoonsgebonden aangelegenheden zoals cultuur en sport. De handhaving inzake het witwassen en het toezicht op de banken is dan weer een federale aangelegenheid.

Graag had ik u volgende vragen voorgelegd :

1) Hoe reageert u op de aankondiging dat de Nederlandsche Bank het nodig acht om specifiek de voetbalsector door te lichten binnen de banken en de trustkantoren vanwege de grote risico's op witwaspraktijken rond matchfixing en betalingen van royalty's, transfers en uitzendrechten ? Bent u bereid, in samenspraak met de Gemeenschappen een gelijkaardige vraag te richten aan respectievelijk de Autoriteit voor financiŽle diensten en markten (Financial Services and Markets Authority - FSMA) of de Cel voor financiŽle informatieverwerking ? Zo ja, kan u concreet toelichten welke stappen u wanneer gaat zetten ? Zo neen, waarom niet ? Waarom meent u dat de risico's op witwaspraktijken rond matchfixing en betalingen van royalty's, transfers en uitzendrechten in het voetbal minder groot zijn en waarop baseert u dat ?

2) Hoeveel dossiers zijn er de jongste drie jaar door het parket aanhangig gemaakt in verband met witwaspraktijken rond matchfixing en betalingen van royalty's, transfers en uitzendrechten in het voetbal ?

3) Kan u gedetailleerd toelichten welke beleidsinspanningen u voorziet om de voetbalsport te vrijwaren van witwaspraktijken rond matchfixing en betalingen van royalty's, transfers en uitzendrechten ?

Antwoord ontvangen op 18 februari 2019 :

1) In België heeft de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (ook wel ‘antiwitwaswet’ genoemd), een specifiek mechanisme uitgewerkt dat ervoor moet zorgen dat zowel de aan deze wet onderworpen entiteiten (waaronder ook de financiële instellingen) als de bevoegde toezichthoudende autoriteiten rekening houden met nieuwe risico’s op het vlak van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

De wet voorziet namelijk volgende mechanismen :

– het Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst en de Nationale Veiligheidsraad moeten de nodige maatregelen nemen om de risico’s op het vlak van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme waaraan België is blootgesteld te identificeren, te beoordelen en te beperken (artikel 68). Van de risicoanalyse moet een verslag opgemaakt worden dat om de twee jaar, of frequenter als de omstandigheden dit rechtvaardigen, moet worden geactualiseerd.

Daarnaast dient ook een algemeen beleid vastgesteld te worden betreffende de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst. Hierbij moeten ook de prioriteiten van de bevoegde autoriteiten en toezichthouders bepaald worden.

Beslissingen worden gesteund op voorstellen die worden gedaan door een College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst. Dit College bestaat uit een ‘gerechtelijk platform’, voorgezeten door een procureur-generaal, en uit een ‘partnerraad’, voorgezeten door de voorzitter van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) en samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende bevoegde autoriteiten (verschillende bevoegde Overheidsdiensten, de toezichtautoriteiten van de financiële sector, de CFI, het College van procureurs-generaal, de federale politie en de Vaste Commissie van de Lokale Politie).

De partnerraad heeft als taak de witwasrisico’s waarmee België wordt geconfronteerd, te identificeren en te analyseren, alsmede het voltallige College ervan op de hoogte te brengen, zodat dit het Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst kan informeren over haar bevindingen en ter zake aanbevelingen kan formuleren. Het Comité is op basis hiervan in staat de maatregelen te nemen die nodig zijn voor het ondervangen van de geïdentificeerde risico’s.

– de aan de wet onderworpen entiteiten moeten vervolgens rekening houden met het hoger vermeld verslag om hun eigen algemene risicobeoordeling (“business wide risk assessment”) uit te voeren, die op zijn beurt de basis vormt voor hun intern beleid en voor procedures inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Deze eigen algemene risicobeoordeling dient geactualiseerd te worden telkens wanneer nieuwe risico’s geïdentificeerd worden of wanneer men kennis krijgt van dergelijke nieuwe risico’s.

– Ten slotte zijn de toezichtautoriteiten ook verantwoordelijk om - met toepassing van een risicogebaseerde benadering - te controleren of de aan de antiwitwaswet onderworpen entiteiten in hun algemene risicobeoordeling rekening houden met de risico’s inzake witwassen van geld en financiering van terrorisme, die door het Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst werden geïdentificeerd.

De effectieve toepassing van de hierboven beschreven mechanismen is de meest efficiënte manier om nieuwe risico’s inzake witwassen en financiering van terrorisme, zoals deze die recentelijk in de voetbalsector werden geïdentificeerd, in het preventieve stelsel van de antiwitwaswetgeving te integreren, vermits dit onder andere toelaat om het identificeren en het beschrijven van nieuwe risico’s niet enkel te baseren op basis van de informatie en de kennis die de toezichthouders binnen de financiële sector bezitten, maar om hiervoor ook een beroep te doen op de kennis en de expertise van andere bevoegde autoriteiten waaronder die van de CFI, de politie en de parketten.

Er dient ook vermeld te worden dat in 2009 de CFI een actieve bijdrage heeft geleverd aan een typologieverslag van de Financiële Actiegroep (FAG/FATF/GAFI) over witwassen via de voetbalsector. Dit verslag werd ruim verspreid door de FAG, zowel nationaal als internationaal, onder andere ook naar bestuursorganen van het voetbal. Dit verslag staat sedert 2009 op de website van de CFI in de rubriek over witwastypologieën. Deze witwastypologieën zijn bedoeld om de onderworpen entiteiten atypische verrichtingen in verband met witwassen te helpen opsporen, onder andere via de voetbalsector. Dit verslag werd door de CFI ook naar de Belgische voetbalbond verstuurd om hen bewust te maken van de risico’s op het gebied van witwassen in de voetbalsector.

De afgelopen 3 jaar meldde de CFI 5 dossiers door aan de gerechtelijke overheden in verband met vermoedens van witwassen van geld in de voetbalwereld. De CFI meldde ook 1 dossier door in 2015 en 4 dossiers in 2013, waaronder 1 dossier waarvoor in 2015, 2017 en 2018 aanvullende verslagen werden doorgemeld.

2) en 3) Deze vragen vallen niet onder mijn bevoegdheid, maar behoren tot de bevoegdheid van de minister van Justitie, belast met Regie der gebouwen.