Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2224

van Lionel Bajart (Open Vld) d.d. 15 januari 2019

aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen

Dreigingsniveau - Verandering van het dreigingsbeeld van het terrorisme - Jihadistische beweging - Verspreiding van de jihadistische boodschap - Wraaknarratief - Maatregelen

islam
religieus conservatisme
extremisme
terrorisme

Chronologie

15/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2019 )
8/4/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1972

Vraag nr. 6-2224 d.d. 15 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Nederlandse Nationaal CoŲrdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) waarschuwt in een recente mededeling dat de jihadistische dreiging de afgelopen periode is veranderd, maar dat de dreiging tegen Nederland substantieel blijft. De geweldsdreiging die uitgaat van de Nederlandse jihadistische beweging is dan ook geenszins afgenomen. Volgens het NCTV bereiden haar aanhangers aanslagen voor, maar dit heeft vooralsnog niet geleid tot een concrete dreiging in Nederland.

De Nederlandse jihadistische beweging, die sinds de jaren 2013 2016 flink is gegroeid, is mogelijks bevattelijk voor een " wraaknarratief " waarbij de schuld voor de val van het zelfverklaarde kalifaat bij het Westen gelegd wordt en bij de inzet van het leger tegen de Islamitische Staat (IS). Dit kan als rechtvaardiging worden gebruikt door jihadisten bij een aanslag.

Er is sprake van een heroriŽntatie na de quasi volledige instorting van het zelfverklaarde kalifaat. De nadruk komt heden te liggen op de " dawa ". Dit omvat de verspreiding van de jihadistische boodschap. Naast aanhangers van het jihadisme zijn er in Nederland nog enkele duizenden sympathisanten van het jihadisme en dan meer specifiek van IS.

Wat betreft het transversaal karakter van de vraag : de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2016 2019, en werden besproken tijdens een InterministeriŽle Conferentie, waarop ook de politionele en justitiŽle spelers aanwezig waren. Het betreft aldus een transversale gewestaangelegenheid waarbij de rol van de Gewesten vooral ligt in het preventieve luik.

Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan u :

1) Hoe reageert u op de vaststellingen van het Nederlandse NCTV over de verandering van de dreiging van het terrorisme waarbij de jihadististische beweging (voornamelijk IS en sympathisanten) meer de nadruk legt op het verspreiden van de jihadistische boodschap, wat op termijn kan leiden tot een verdere groei van het aantal jihadisten in Nederland? Stelt u een gelijkaardige tendens vast in ons land? Zo ja, kan u dit concreet illustreren? Zo neen, waarom niet en wat zijn de beleidsverschillen met Nederland ?

2) Kan u meedelen of uzelf of de veiligheidsdiensten over informatie beschikken aangaande een toename van het verspreiden van jihadistische boodschappen in eigen land? Kan u dat enigszins cijfermatig onderbouwen (aantal haatboodschappen op het internet, predikers, enzovoort)?

3) Kan u meedelen hoe u het verspreiden van de jihadistische boodschap in onze detentiecentra concreet tegengaat? Is er, in het licht van de vaststellingen van het NCTV, geen specifiek actieplan nodig om het ronselen van nieuwe jihadisten in de gevangenissen te voorkomen? Zo neen, kan u dan meedelen hoe het huidig beleid volstaat om dat te voorkomen? Welke maatregelen heeft u daaromtrent concreet genomen of zal u nog nemen? Zo ja, kan u toelichten wat de inhoud en het tijdschema is?

Antwoord ontvangen op 8 april 2019 :

1) Sinds de aanslagen van 22 maart 2016 is de terreurdreiging in ons land gevoelig afgenomen. Dit is onder meer een gevolg van de voortdurende verzwakking van Islamitische Staat (IS), wat ook gevolgen heeft op de (Belgische) foreign terrorist fighters (FTF) die actief zijn of waren voor IS. Velen onder hen zijn gesneuveld en de reisbewegingen van en naar het door IS gecontroleerde gebied in Syrië en Irak zijn zo goed als stilgevallen.

De verzwakking van IS heeft ook geleid tot een sterke afname van de IS-propaganda. IS-aanhangers blijven echter ouder IS-propagandamateriaal verspreiden of creëren zelf nieuwe jihadistische propaganda. In hoeverre dit tot een concrete toename van het aantal potentiële jihadisten zal leiden, valt echter moeilijk in te schatten.

2) De Veiligheid van de Staat (VSSE) volgt de activiteiten op van een groot aantal extremistische en jihadistische individuen, waaronder ook hun propaganda-activiteiten. De VSSE houdt echter geen algemene statistieken bij van jihadistische propaganda op het internet of sociale media.

3) Algemeen genomen kan ten aanzien van gedetineerden die op de terro-lijst staan en waarvoor er aanwijzingen bestaan dat zij radicaal gedachtengoed (proberen te) verspreiden, een individueel gemotiveerde orde- en veiligheidsmaatregel genomen worden. De basiswet beschrijft de voorwaarden waaronder dergelijke maatregel kan genomen worden. Er kunnen in dat geval controles uitgevoerd worden op de briefwisseling en op de literatuur die vanuit de buitenwereld de gevangenis binnenkomt. Indien er verdachte literatuur wordt gevonden, wordt deze informatie overgemaakt aan de veiligheidspartners met oog op advies.

Via deze weg kan er op algemene wijze preventief gewerkt worden.

Daarnaast – en meer specifiek – werd op 11 april 2016 een D-Rad:ex-afdeling geopend in de gevangenissen in Hasselt en Ittre. Dit initiatief kadert in de uitvoering van het Actieplan aanpak radicalisering in de gevangenissen. Elk van deze D-Rad:ex-afdelingen voorziet in twintig plaatsen.

Conform het actieplan komt een persoon in aanmerking voor plaatsing op een D-Rad:ex-afdeling indien deze zich verder engageert in de gewapende strijd vanuit een religieuze en / of ideologische motivatie. Deze formulering wordt geoperationaliseerd door middel van twee criteria, namelijk leiderschap en / of ronselend gedrag. Bijgevolg komen enkel de zogenaamde leiders, ideologen en ronselaars in aanmerking voor een plaatsing op een D-Rad:ex-afdeling. Omwille van de veronderstelde evolutie die een persoon kan doormaken, is er tijdens het verdere detentietraject een regelmatige evaluatie van de plaatsingsbeslissing voorzien. Dit impliceert dat binnen de D-Rad: ex-afdeling actief gewerkt wordt aan een doorstromingsbeleid en dat de normalisering van het detentieregime en de uitstroom uit D-Rad:ex wordt bewerkstelligd.

Deze afdelingen zijn nu bijna drie jaar operationeel. Op basis van vaststellingen en het voortschrijdend inzicht zal de werking van deze D-Rad:ex-afdelingen verder worden verfijnd en aangepast.

Deze manier van werken moet voorkomen dat het werven van nieuwe jihadisten in de gevangenis gebeurt. Het is immers nooit uitgesloten dat bepaalde individuen onder de radar blijven en hun ronselactiviteiten verderzetten, onttrokken aan het oog en oor van het gevangenispersoneel. Een doorgedreven en gespecialiseerde vorming van het gevangenispersoneel zorgt er voor dat onze personeelsleden steeds meer onderlegd zijn in het detecteren van dergelijke signalen.

Het beleid van de strijd tegen radicalisering in de gevangenis leidde tot een actieplan in maart 2015. Een nieuwe versie van dit plan wordt uitgewerkt.