Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1924

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 3 juli 2018

aan de minister van Justitie

Cites (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora, Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde dieren en planten) - Handel in beschermde dier- en plantensoorten - Handhaving - Maatregelen

bescherming van de fauna
bescherming van de flora
beschermde soort
dierenwinkel
zwarte handel
officiële statistiek
wild leven

Chronologie

3/7/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 2/8/2018 )
6/10/2018 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1923
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1925
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1926
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1927

Vraag nr. 6-1924 d.d. 3 juli 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De federale overheid voerde in 2011 nieuwe straffen in voor personen die de regels op de handel in beschermde dier en plantensoorten (Cites, Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde dieren en planten) overtreden. Maar zij verliest zich in het Belgische kluwen. Immers, milieu is een bevoegdheid van de Gewesten maar handel is een federale bevoegdheid.

De wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979 (Cites wet), verbiedt de handel in beschermde dieren en planten, maar laat nog enkele afwijkingen toe. Een koninklijk besluit van 9 april 2003 inzake de bescherming van in het wild levende dier en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer geeft uitvoering aan de Cites wet.

Het koninklijk besluit voert onder meer modelformulieren in voor afwijkingen op het handelsverbod. Het legt bewaarmaatregelen op bij douanecontroles. En het bepaalt dat beschermde soorten kunnen gemerkt worden, met een vogelring, een tatouage, een chip, enz. Het koninklijk besluit bevat ook sancties voor personen die de uitvoeringsbepalingen overtreden. Een koninklijk besluit van 8 april 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 april 2003 inzake de bescherming van in het wild levende dier en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer schrapt de sancties uit het basisbesluit en vervangt ze door nieuwe sancties.

Voortaan worden de overtredingen van het basisbesluit én van de Europese Cites verordening en Cites uitvoeringsverordening (verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier en plantensoorten door controle op het desbetreffende handels verkeer), opgespoord en vastgesteld volgens de bepalingen van artikel 47 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud (Natuurbehoudswet), en van artikel 7, eerste lid van de Cites wet.

Artikel 47 van de Natuurbehoudswet zegt echter dat milieuovertredingen in Vlaanderen worden opgevolgd volgens de regels van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (Vlaams Milieuhandhavingsdecreet).

Artikel 47 werd opgeheven voor het Waalse en het Brusselse Gewest.

Volgens artikel 7 van de Cites wet zijn de volgende personen bevoegd om de overtredingen vast te stellen op federaal vlak:

– de officieren van gerechtelijke politie;

– de agenten van douane;

– de politie;

– bepaalde personeelsleden van het Bestuur van Waters en Bossen;

– bepaalde personeelsleden en de erkende dierenartsen van de federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid.

De overtredingen van het basisbesluit én van de Europese Cites verordening en Cites uitvoeringsverordening worden volgens het wijzigingsbesluit bestraft overeenkomstig artikel 44 van de Natuurbehoudswet en overeenkomstig de artikelen 5, 5bis, en 7, derde lid, van de Cites wet.

Artikel 44 bestaat echter niet meer in Vlaanderen en Wallonië. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt artikel 44 dat diverse overtredingen moeten bestraft worden met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden, met een geldboete van 100 tot 2000 euro, of met een combinatie van deze straffen. Op de straflijst staan onder meer de overtredingen van de federale regels op de invoer, uitvoer of doorvoer van beschermde uitheemse diersoorten en hun krengen, of van beschermde uitheemse plantensoorten.

In Nederland worden door de politie en de Nederlandse voedsel en warenautoriteit regelmatig controles gehouden op verzamelbeurzen en brocantes en dit om illegaal ivoor, dierenvellen en illegaal geïmporteerde opgezette vlinders en ander dierlijk materiaal in beslag te nemen.

Wat betreft het transversaal karakter van deze vraag: milieu is een bevoegdheid van de Gewesten, maar handel is een federale bevoegdheid. Het betreft dus een transversale aangelegenheid met de Gewesten.

Ik had hieromtrent dan ook volgende vragen:

1) Welke specifieke controleacties vonden er de jongste jaren plaats inzake de handel in beschermde dier en plantensoorten (Cites)? Hoeveel processen verbaal werden er op jaarbasis uitgeschreven? Op welke locaties werd gecontroleerd en welke verboden dier en plantensoorten werden aangetroffen? Kan de minister uitvoerig toelichten welke inbeslagnames er gebeurden en op welke plaatsen?

2) Kan de minister hieromtrent concrete cijfers geven van de meest voorkomende illegale dier en plantensoorten die men in ons land aantreft, en dit op jaarbasis?

3) Welke levende diersoorten worden er in ons land illegaal verhandeld? Kan de minister dit cijfermatig toelichten op jaarbasis en per soort?

4) Welke maatregelen heeft de minister getroffen inzake de handel in ivoor? Kan hij dit zeer uitvoerig toelichten? Heeft dit zich reeds vertaald in concrete cijfers wat betreft inbeslagnames en veroordelingen?

5) Hoeveel mensen worden op jaarbasis vervolgd voor de handel in beschermde dier en plantensoorten (Cites) en dit in de laatste drie jaar?

6) Hoe verloopt het overleg tussen de verschillende federale departementen (douane, politie en de Federale Agentschap voor de veiligheid van de voedselketten FAVV) en de Gewesten inzake de controle op de handel in beschermde dier en plantensoorten (Cites)? Kan de minister toelichten welke concrete maatregelen genomen zijn, alsmede de inhoud en het tijdschema hiervan? Bestaat er structureel overleg?

7) Was er reeds overleg met de sector van de antiquairs met het oog op een goede naleving van de verstrengde Cites regels en dit met het oog op preventie? Indien dit het geval is, kan de minister toelichten wat de inhoud en het tijdschema van dit overleg is? Zo neen, waarom niet?

8) Welke inspanningen worden er geleverd op het vlak van de sensibilisering inzake het verbod op verkoop van beschermde dier en plantensoorten, en dit in het bijzonder bij brocantes, veilingzalen, braderijen en antiekbeurzen? Kan de minister dit uitvoerig toelichten?

9) Maakt de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde dieren en planten (Cites) en de handhaving hiervan deel uit van de vaste opleiding van de politieagenten en de douane? Zo ja, kan de minister dit illustreren met het aantal lesuren?

Antwoord ontvangen op 6 oktober 2018 :

Voorafgaand wordt de bevoegdheidsverdeling met betrekking tot CITES-wetgeving geschetst. Voor de in-, uit- en doorvoer van bedreigde uitheemse dieren- en plantensoorten is de federale overheid bevoegd (artikel 6, § 1, III, 2°, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen). Voor het bezit en de handel van / in bedreigde uitheemse dieren- en plantensoorten zijn de respectievelijke regionale overheden bevoegd.

Nagenoeg alle vragen vallen onder de bevoegdheid van de federale en regionale inspectiediensten of van de verantwoordelijke minister. Enkel onderdeel 2 van vraag 1) en vraag 5) valt onder de minister van Justitie. Het antwoord met het cijfermateriaal en de interpretatie van de statistisch analisten wordt hierbij gevoegd als bijlage voor dit aspect.

Bijlage

De gegevensbank van het College van procureurs-generaal laat toe om de gestelde deelvragen naar cijfergegevens te beantwoorden op basis van de tenlasteleggingscode « 63N - Beschermde diersoorten, planten en ivoor (Conventie van Washington 3 maart 1973) ». Hiervoor kan het aantal nieuw geopende zaken gegeven worden in de periode 2015-2017, alsmede het aantal personen betrokken in deze zaken en hun laatste vooruitgangsstaat.

Algemene opmerkingen

a) De cijfers uit de tabellen zijn afkomstig uit de databanken REA/TPI en MACH die gevoed worden met de registraties van de correctionele afdelingen van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg en het federaal parket. Enkel het parket van Eupen registreert op dit moment geen gegevens, bij gebrek aan een Duitstalige versie. De meest recente gegevensextractie dateert van 8 mei 2018.

b) De gegevens die hier behandeld worden, betreffen enkel correctionele inbreuken die gepleegd werden door meerderjarige of nog niet geïdentificeerde verdachten.

c) Aan de zaken die op het parket toekomen, wordt door het openbaar ministerie een voornaamste tenlastelegging en eventueel één of meerdere bijkomende tenlasteleggingscodes (preventiecodes) toegekend. Er moet in elk geval aan de zaak een voornaamste tenlastelegging toegekend worden op het ogenblik dat deze in het geïnformatiseerd systeem van de parketten wordt ingevoerd. De registratie van bijkomende tenlasteleggingen gebeurt niet overal; sommige parketten registreren deze niet. Voor deze vraag wordt rekening gehouden met alle zaken die geregistreerd werden met de tenlasteleggingscode « 63N - Beschermde diersoorten, planten en ivoor (Conventie van Washington 3 maart 1973) » ongeacht of deze code als primaire of secundaire tenlastelegging werd geregistreerd.

d) De teleenheid in tabel 1 is gelijk aan een zaak, hetgeen overeenkomt met een op het parket geregistreerde codering die toegekend wordt op het moment van ontvangst van het proces-verbaal. Deze codering komt overeen met een uniek notitienummer op REA/TPI-niveau en een uniek dossiernummer op MACH-niveau. Elke zaak wordt slechts één keer geteld en dit dus onafhankelijk van het aantal in die zaak betrokken verdachten… De teleenheid in tabel 2 is gelijk aan een verdachte in een zaak, waarbij elke verdachte één keer geteld wordt per zaak. Dit impliceert dat als éénzelfde verdachte in meerdere zaken betrokken is, deze dan ook meermaals geteld zal worden.

Cijfergegevens

Tabel 1 toont de totale instroom van zaken betreffende CITES binnengekomen tussen 1 januari 2015 en 31 december 2017 bij de correctionele parketten en dit per jaar van binnenkomst.

Tabel 1 : Aantal zaken betreffende CITES binnengekomen op de correctionele parketten tussen 1 januari 2015 en 31 december 2017, naargelang het jaar van binnenkomst (n & kolom%).


n

%

2015

134

22,64

2016

128

21,62

2017

330

55,74

TOTAAL

592

100,00

Bron : Gegevensbank van het College van procureurs-generaal – statistisch analisten.

Uit de tabel blijkt dat er 592 zaken betreffende CITES binnenstroomden op de correctionele parketten in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2017. Hierbij valt de stijging van 128 zaken in 2016 naar 330 zaken in 2017 (+ 158 %) enorm op. Uit verder nazicht blijkt deze stijging zich volledig te situeren binnen het parket van Halle-Vilvoorde ten gevolge van het onderscheppen op de luchthaven van een groot aantal pakketjes voedingssupplementen die een bestanddeel van een beschermde cactus (aloe ferox) bevatten. Gezien het om bestellingen via het Internet ging bij een onbekende buitenlandse firma (die tevens een spookfirma bleek te zijn) en de bestemmelingen niet op de hoogte waren van het beschermd bestanddeel, werd er bij alle betrokken diensten (Federale Agentschap voor de veiligheid van de voedselketten – FAVV, dienst CITES van de federale overheid en het openbaar ministerie) in het najaar beslist om geen verdere dossiers meer te openen betreffende dit product en de pakketjes enkel nog in beslag te nemen en te vernietigen. De verwachtingen zijn dus dat instroom zich in 2018 terug zal normaliseren.

Op 8 mei 2018, de datum van de laatste gegevensextractie, was er in 516 van de 592 zaken minstens één verdachte gekend. Deze 516 zaken hebben betrekking op 599 verdachten. Tabel 2 presenteert de laatste vooruitgangsstaat voor deze verdachten. In bijlage worden de vooruitgangsstaten uit tabel 2 toegelicht.

Tabel 2 : Laatste vooruitgangsstaat op 8 mei 2018 voor verdachten betrokken in zaken betreffende CITES binnengekomen op de correctionele parketten tussen 1 januari 2015 en 31 december 2017, al dan niet via voeging aan een moederzaak, per jaar van instroom (n & kolom%).




2015

2016

2017

TOTAAL


n

%

n

%

n

%

n

%

vooronderzoek

10

6,37

4

2,84

28

9,30

42

7,01

zonder gevolg

58

36,94

53

37,59

146

48,50

257

42,90

ter beschikking

30

19,11

1

0,71

4

1,33

35

5,84

onmiddellijke inning

1

0,64

.

.

1

0,33

2

0,33

pretoriaanse probatie

4

2,55

4

2,84

51

16,94

59

9,85

administratieve sanctie

37

23,57

53

37,59

58

19,27

148

24,71

minnelijke schikking

12

7,64

15

10,64

3

1,00

30

5,01

onderzoek

.

.

.

.

2

0,66

2

0,33

raadkamer

.

.

1

0,71

.

.

1

0,17

dagvaarding & verder

5

3,18

9

6,38

8

2,66

22

3,67

Onbekend / error

.

.

1

0,71

.

.

1

0,17

TOTAAL

157

100,00

141

100,00

301

100,00

599

100,00

Bron : Gegevensbank van het College van procureurs-generaal – statistisch analisten.

Uit de tabel blijkt dat 257 verdachten of 43 % een sepot ontvingen. Andere vaak voorkomende vooruitgangsstaten zijn « administratieve sanctie » (148 verdachten of 25 %) en « pretoriaanse probatie » (59 verdachten of 10 %). Voor 42 verdachten was het vooronderzoek nog lopende (7 %) en voor 2 verdachten was het gerechtelijk onderzoek nog niet afgelopen (< 1 %). De enorme toename van seponeringen en pretoriaanse probaties in 2017 is dus te wijten aan de vaststellingen binnen Halle-Vilvoorde in het kader van het op boven reeds vermelde voedingssupplement.

Bijlage: toelichting bij de vooruitgangsstaten vermeld in tabel 2

vooronderzoek : deze categorie omvat alle zaken die nog in vooronderzoek waren op 8 mei 2018 ;

zonder gevolg : met een zondergevolgstelling wordt voorlopig afgezien van verdere vervolging en wordt het vooronderzoek beëindigd. De beslissing om zonder gevolg te stellen is altijd voorlopig. Zolang de strafvordering niet vervalt, kan de zaak heropend worden ;

ter beschikking : deze rubriek omvat de zaken die op 8 mei 2018 ter beschikking gesteld werden aan een ander parket of andere (gerechtelijke) instantie. Voor zover ze niet terugkeren naar het parket van oorsprong, blijven ter beschikking gestelde zaken hier in deze vooruitgangsstaat. Voor dit parket kunnen zij dus als afgesloten beschouwd worden. Zij worden onder een ander notitienummer heropend bij het parket van bestemming ;

onmiddellijke inning : deze rubriek omvat de zaken waarin op 8 mei 2018 reeds een onmiddellijke inning werd betaald. De betaling van een onmiddellijke inning dooft de strafvordering uit (behalve indien het openbaar ministerie van oordeel is dat het betaalde bedrag niet voldoende is in de gehele context van het dossier) ;

pretoriaanse probatie : deze rubriek omvat de zaken die op 8 mei 2018 (nog) geen strafrechtelijk gevolg gekregen hebben op voorwaarde dat bepaalde door het parket opgelegde maatregelen nageleefd werden (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief « pretoriaanse probatie » weerhouden) ;

administratieve sanctie : deze rubriek omvat de zaken die op 8 mei 2018 werden overgemaakt aan een overheidsdienst met het oog op een eventuele administratieve sanctie (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief « administratieve geldboete » weerhouden) ;

minnelijke schikking : in de categorie minnelijke schikking bevinden zich de zaken waarin een minnelijke schikking werd voorgesteld en waarvoor nog een eindbeslissing dient geregistreerd te worden (met inbegrip van de gedeeltelijk betaalde minnelijke schikkingen), de zaken die werden afgesloten door de betaling van de minnelijke schikking en waar de strafvordering vervalt en tenslotte de zaken waarin de minnelijke schikking werd geweigerd maar die sindsdien nog niet zijn overgegaan naar een volgende vooruitgangsstaat ;

onderzoek : de rubriek onderzoek bevat de zaken die in gerechtelijk onderzoek werden gesteld en die nog niet werden vastgesteld voor de raadkamer voor regeling van de rechtspleging ;

raadkamer : deze rubriek bevat zaken vanaf de fase van regeling van de rechtspleging tot op het moment dat er een eventuele vaststelling voor de correctionele rechtbank is. Zaken waarin wordt afgezien van verdere vervolging, blijven deze vooruitgangsstaat behouden ;

agvaarding & verder : deze rubriek omvat de zaken waarin een dagvaarding of een daaropvolgende beslissing werd genomen. Het gaat om zaken waarin een dagvaarding, een vaststelling voor de correctionele rechtbank, een vonnis, een verzet, een beroep, enz., voorkomt ;

onbekend / error : deze rubriek omvat de zaken waarvoor de vooruitgangsstaat niet achterhaald kon worden. Vaak gaat het om gevoegde zaken waarbij de registraties niet toelaten om te achterhalen wat de vooruitgangsstaat is van de zaak waaraan er gevoegd werd.