Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1893

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 31 mei 2018

aan de minister van Justitie

Internationale kinderontvoering - Internationale parentele ontvoering - Cijfers - Tendens - Handhaving - Preventie

kind
vrijheidsberoving
Centrum voor Vermiste Kinderen
officiŽle statistiek
echtscheiding

Chronologie

31/5/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/7/2018 )
12/9/2018 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1891
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1892

Vraag nr. 6-1893 d.d. 31 mei 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het aantal ontvoeringen van kinderen uit Nederland naar andere landen is voor het derde jaar op rij toegenomen. Er zijn in 2017 niet alleen meer daadwerkelijke ontvoeringen geteld, maar ook meer dreigende ontvoeringen. Dat blijkt uit cijfers van het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO). Het merendeel van de ontvoeringen zijn ouderontvoeringen.

Centrum IKO telde in 2017 288 ontvoerde kinderen. In bijna 500 gevallen dreigde een kind te worden ontvoerd. In 2016 ging het nog om 251 kinderen en 443 dreigingen, terwijl er in 2015 237 ontvoerde kinderen en 375 dreigingen werden geteld. Het aantal ontvoeringszaken steeg minder hard dan het aantal ontvoerde kinderen, omdat daders in 2017 vaak meerdere kinderen tegelijk ontvoerden.

In 70 procent van de gevallen is de ontvoerder de moeder van de kinderen.

Kinderen uit Nederland worden het vaakst meegenomen naar respectievelijk Duitsland en Polen (beide evenveel), BelgiŽ, het Verenigd Koninkrijk, Turkije en Marokko. De meeste kinderen worden naar Nederland ontvoerd uit BelgiŽ, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

De helft van de kinderen keert terug naar huis. Maar vooral uit landen die niet het internationale Kinderontvoeringsverdrag hebben getekend, gaat dat moeizaam.

Luidens Child focus is er ook in ons land sprake van een toename. In 2017 waren er 257 effectieve ontvoeringen, tegenover 217 het jaar daarvoor.

De vraag betreft een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen. Jeugdbescherming, jeugdbeleid, gezinsbeleid en kinderopvang zijn immers Gemeenschapsbevoegdheden, terwijl de handhaving inzake kinderontvoering onder Justitie, Buitenlandse Zaken en Binnenlandse zaken vallen. Het Federale Aanspreekpunt Internationale Kinderontvoeringen werd opgericht op 27 januari 2005 en 24/24 en 7 dagen op 7 bereikbaar (Zie kinderontvoering@just.fgov.be ).

Ik had dan ook volgende vragen voor de minister:

1) Is er ook in ons land net zoals in Nederland sprake van een toename op jaarbasis en dit voor de laatste drie jaar wat betreft internationale kinderontvoeringen? Zo ja, kunt u dit toelichten en weergeven wat hiervoor de redenen zijn naast het groter aantal koppels met verschillende nationaliteiten? Zo neen, hoe verklaart u dit?

2) Kunt u de exacte cijfers voor de laatste drie jaar op jaarbasis weergeven wat betreft het aantal daadwerkelijke ontvoeringen van kinderen naar andere landen alsook het aantal dreigingen tot ontvoering voor de laatste drie jaar? Liggen de cijfers in de lijn van Nederland en kan u dit toelichten?

3) Is ook bij ons in 70% van de gevallen de ontvoerder de moeder van de kinderen? Zo ja, hoe verklaart u dit en welke rol kan preventie hierin vervullen?

4) Hoeveel kinderen worden jaarlijks ontvoerd naar het buitenland door ťťn van de ouders?

5) Kunt u aangeven naar welke landen kinderen uit BelgiŽ het meeste worden meegenomen en kunt u dit eventueel cijfermatig illustreren?

6) Kunt u aangeven of net zoals in Nederland slechts de helft van de kinderen (50%) terugkeert naar huis (dus BelgiŽ)? Hoeveel bedraagt op jaarbasis het percentage kinderen dat terugkeert naar ons land en dit gedurende de laatste drie jaar? Is er sprake van een toe† of afname van het aantal opgeloste dossiers en kunt u dit toelichten?

7) Kunt u aangeven vanuit welke landen het minste aantal ontvoerde kinderen terugkomt naar BelgiŽ? Graag had ik de cijfers inzake het aantal kinderen wat betreft de landen van waaruit het minste kinderen terugkeren en dit om een duidelijker beeld te krijgen van die landen waar men meer diplomatieke inspanningen zal moeten leveren? Kunt u dit uitgebreid toelichten?

8) Kunt u toelichten welke stappen onze diplomatie heeft gezet om het Haags Kinderontvoeringsverdrag te promoten bij de landen die nog niet zijn toegetreden tot dit verdrag?

9) Kunt u toelichten welke vooruitgang er werd geboekt wat betreft het aantal ratificaties van het Haags Kinderrechtenverdrag?

Antwoord ontvangen op 12 september 2018 :

1) Hierbij een overzicht van het aantal dossiers inzake internationale parentale ontvoering van kinderen en het grensoverschrijdend omgangsrecht die per jaar door het federaal aanspreekpunt Kinderontvoeringen werden geopend in het kader van de toepassing zijnde internationaalrechtelijke instrumenten inzake parentale kinderontvoering (het Verdrag van ’s-Gravenhage van 1980, het Verdrag van Luxemburg van 1980, de EU verordening 2201/2003 « Brussel II-bis », en de administratieve samenwerkingsakkoorden met Tunesië en Marokko).

In 2015 werden 147 dossiers geopend, in 2016 134 dossiers, en in 2017 168 dossiers.

Het aantal dossiers is niet steeds op jaarbasis toegenomen. Tussen 2016 en 2017 werd een aanzienlijke stijging vastgesteld.

Uit analyse van het federaal aanspreekpunt blijkt dat het verschil vrijwel volledig voor rekening komt van verzoeken naar Frankrijk (van 20 in 2016 naar 32 in 2017), Marokko (van 9 in 2016 naar 18 in 2017), en het Verenigd Koninkrijk (van 9 in 2016 naar 13 in 2017). Er werden ook meer verzoeken vanuit Nederland vastgesteld (5 in 2016 naar 9 in 2017).

Ten slotte wordt erop gewezen dat deze cijfers enkel de aanmeldingen betreffen bij het federaal aanspreekpunt. Een verzoeker is echter niet verplicht om een verzoek in het kader van het Verdrag en de verordening steeds voor te leggen aan het federaal aanspreekpunt, en kan zich richten tot andere bevoegde instanties.

2) De bijgevoegde tabel geeft, voor wat betreft uitgaande dossiers, de aangezochte landen en het aantal dossiers per land weer voor de periode 2015-2017.

Men spreekt van een uitgaand dossier wanneer het federaal aanspreekpunt Kinderontvoeringen een verzoek (tot terugkeer / grensoverschrijdend omgangsrecht) naar het buitenland richt in het kader van de van toepassing zijnde internationaalrechtelijke instrumenten.

Voor wat betreft het aantal dreigingen tot ontvoering, laten de gegevens waarover het federaal aanspreekpunt beschikt, niet toe om cijfermatig te antwoorden op deze vraag.

Wel leert de praktische ervaring van het federaal aanspreekpunt dat ze zeker niet zoveel meldingen van dreigingen krijgt als het Centrum IKO.

In dit kader wordt nog meegegeven dat de meldingen die bij het federaal aanspreekpunt toekomen, niet het globaal cijfer vormen voor België. Betrokkenen die een parentale kinderontvoering vrezen, richten zich ook tot de politie, het openbaar ministerie, Child Focus, enz. die mogelijk hiervan eigen cijfers bijhouden.

3) Uit de cijfers van het federaal aanspreekpunt Kinderontvoeringen blijkt het volgende :

– in 2015 waren er 110 uitgaande dossiers. De moeder was de ouder die het kind bij zich had in 87 van deze dossiers (79 %), waarvan 78 (71 %) verzoeken inzake kinderontvoering en 9 verzoeken tot grensoverschrijdend omgangsrecht uitgaande van de vader ;

– in 2016 waren er 107 uitgaande dossiers. De moeder was de ouder die het kind bij zich had in 79 van deze dossiers (74 %), waarvan 70 (65 %) verzoeken inzake kinderontvoering en 9 verzoeken tot grensoverschrijdend omgangsrecht uitgaande van de vader ;

– in 2017 waren er 132 uitgaande dossiers. De moeder was de ouder die het kind bij zich had in 96 van deze dossiers (73 %), waarvan 83 (63 %) verzoeken inzake kinderontvoering en 13 verzoeken tot grensoverschrijdend omgangsrecht uitgaande van de vader.

Deze cijfers zijn dus vergelijkbaar met die van Nederland.

De ervaring van het federaal aanspreekpunt leert dat in vele gevallen van parentale kinderontvoering het gaat om de moeder die als voornaamste verzorger van het kind (primary caretaker) de beslissing neemt om naar het buitenland te trekken voor professionele, relationele, en / of familiale redenen.

Soms is men niet op de hoogte dat men niet zomaar permanent kan vertrekken zonder toestemming van de andere ouder of een plaatsvervangende toestemming van de Belgische rechter.

Wanneer het federaal aanspreekpunt door een ouder wordt gecontacteerd die voornemens blijkt om permanent met het kind te verhuizen, wordt gewezen op de nood aan een (plaatsvervangende) toestemming, bij gebrek waaraan er sprake kan zijn van parentale kinderontvoering.

Op de website van het federaal aanspreekpunt wordt ook melding gemaakt van de bewustwordingscampagne van de Europese Unie (EU) over scheiding van internationale gezinnen : https://justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/kinderen_en_jongeren/internationale_kinderontvoering/links.

4) Uit de cijfers van het federaal aanspreekpunt Kinderontvoeringen blijkt het volgende :

– in 2015 waren er 110 uitgaande dossiers, waarvan 99 een verzoek tot terugkeer betroffen en betrekking hadden op 144 kinderen ;

– in 2016 waren er 107 uitgaande dossiers, waarvan 97 een verzoek tot terugkeer betroffen en betrekking hadden op 181 kinderen ;

– in 2017 waren er 132 uitgaande dossiers, waarvan 115 een verzoek tot terugkeer betroffen en betrekking hadden op 232 kinderen.

5) Hiervoor wordt verwezen naar de tabel als bijlage, die ook ter sprake kwam in vraag 2).

6) Inzake het resultaat van een dossier maakt het federaal aanspreekpunt Kinderontvoeringen onderscheid tussen dossiers in behandeling en dossiers die afgesloten zijn. Bij afsluiting registreert het federaal aanspreekpunt steeds de reden voor afsluiting.

In 2015 heeft het federaal aanspreekpunt 57 van de in 2015 geopende dossiers afgesloten, met de voornaamste redenen voor de afsluiting :

– 26 met vrijwillige terugkeer (waarvan 19 voor uitgaande dossiers) ;

– 3 met terugkeer als gevolg van een rechterlijke beslissing (alle voor uitgaande dossiers) ;

– 2 met terugkeer om diverse redenen (waarvan 1 voor uitgaande dossiers) ;

– 5 met niet-terugkeer als gevolg van een rechterlijke beslissing of akkoord tussen de ouders (waarvan 4 voor uitgaande dossiers) ;

– in 12 dossiers heeft de verzoeker op een bepaald moment de samenwerking met het federaal aanspreekpunt niet verder gezet (8 ingetrokken verzoeken en 4 niet-geformaliseerde, waarvan respectievelijk 2 en 3 voor uitgaande dossiers).

In 2016 heeft het federaal aanspreekpunt 61 van de in 2016 geopende dossiers afgesloten, met de voornaamste redenen voor de afsluiting :

– 21 met vrijwillige terugkeer (waarvan 20 voor uitgaande dossiers) ;

– 6 met terugkeer als gevolg van een rechterlijke beslissing (alle voor uitgaande dossiers) ;

– 2 met terugkeer om diverse redenen (alle voor uitgaande dossiers) ;

– 3 met niet-terugkeer als gevolg van een rechterlijke beslissing of akkoord tussen de ouders (waarvan 2 voor uitgaande dossiers) ;

– in 23 dossiers heeft de verzoeker op een bepaald moment de samenwerking met het federaal aanspreekpunt niet verder gezet (6 ingetrokken verzoeken en 17 niet-geformaliseerde, waarvan respectievelijk 6 en 16 voor uitgaande dossiers).

In 2017 heeft het federaal aanspreekpunt 79 van de in 2017 geopende dossiers afgesloten, met de voornaamste redenen voor de afsluiting :

– 34 met vrijwillige terugkeer (waarvan 32 voor uitgaande dossiers) ;

– 8 met terugkeer als gevolg van een rechterlijke beslissing (waarvan 5 voor uitgaande dossiers) ;

– 3 met terugkeer om diverse redenen (waarvan 2 voor uitgaande dossiers) ;

– 3 met niet-terugkeer als gevolg van een rechterlijke beslissing of akkoord tussen de ouders (waarvan 2 voor uitgaande dossiers) ;

– in 19 dossiers heeft de verzoeker op een bepaald moment de samenwerking met het federaal aanspreekpunt niet verder gezet (8 ingetrokken verzoeken en 11 niet-geformaliseerde, waarvan alle uitgaande dossiers).

7) De gegevens waarover het federaal aanspreekpunt Kinderontvoeringen beschikt, laten niet toe om te antwoorden op deze vraag.

8) Het federaal aanspreekpunt Kinderontvoeringen komt tussen wanneer een internationaalrechtelijke instrument betreffende parentale kinderontvoering (Verdrag, verordening, administratief samenwerkingsakkoord) van toepassing is.

Wanneer er geen instrument voorhanden is, kan de federale overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken consulaire / diplomatieke bijstand verlenen. Deze vraag kan dan ook best gesteld worden aan de minister van Buitenlandse Zaken.

9) Een globaal overzicht van de ratificaties van het Verdrag van ’s-Gravenhage van 1980, met relevante datums voor elk land, is beschikbaar op de website van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht : https://www.hcch.net/en/instruments/conventions/status-table/?cid=24.

Een overzicht van de landen met wie België thans gebonden is door het Verdrag van ’s-Gravenhage, is beschikbaar op de website van de FOD Justitie : https://justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/kinderen_en_jongeren/internationale_kinderontvoering/lijst_van_de_landen.

Het is namelijk zo dat wanneer een land het Verdrag van ’s-Gravenhage ratificeert, dit niet meteen tot gevolg heeft dat het Verdrag van toepassing is tussen dat land en alle reeds toegetreden landen, waaronder België. Een reeds toegetreden land dient de toetreding van de nieuwkomer te aanvaarden alvorens het Verdrag van toepassing kan zijn tussen de twee landen (artikel 38 van het Verdrag).

Ten slotte wordt nog de opmerking gemaakt dat een dergelijke aanvaarding behoort tot de externe bevoegdheden van de Europese Unie. Hiervoor wordt verwezen naar het Advies 1/13 van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Bijgevolg kan België niet tot een aanvaarding overgaan zonder voorafgaande beslissing van de Raad van de Europese Unie, welke bij unanimiteit dient te worden genomen.

Bestemming van de verzoeken ingediend door de FOD Justitie in de periode 2015-2017

Jaar

Aantal verzoeken

Aangezochte staat

2015

20

Frankrijk

12

Marokko

9

Duitsland

8

Turkije

6

Nederland

Spanje

Verenigd Koninkrijk

5

Brazilië

Roemenië

4

Italië

Polen

Portugal

3

Bulgarije

2

Colombia

Denemarken

Malta

Zuid-Afrika

Zwitserland

1

Canada

Ecuador

Israël

Mauritius

Noorwegen

Oostenrijk

Tunesië

Zweden

2016

20

Frankrijk

11

Nederland

9

Duitsland

Marokko

Verenigd Koninkrijk

8

Spanje

5

Portugal

Turkije

4

Italië

Polen

3

Tunesië

2

Canada

Verenigde Staten

Zweden

1

Albanië

Brazilië

Denemarken

Dominicaanse Republiek

Ecuador

Groothertogdom Luxemburg

Ijsland

Mexico

Oostenrijk

Roemenië

Russische Federatie

Slovakije

Slovenië

Zwitserland

2017

32

Frankrijk

18

Marokko

13

Verenigd Koninkrijk

12

Nederland

6

Italië

5

Duitsland

Verenigde Staten

4

Roemenië

Spanje

Turkije

3

Griekenland

Polen

Portugal

Russische Federatie

2

Nieuw-Zeeland

Peru

1

Albanië

Australië

Colombia

Finland

Ierland

Israël

Kroatië

Litouwen

Macedonië

Montenegro

Thailand

Tunesië

Zwitserland