Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1794

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 15 maart 2018

aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Waddenzee - Noordzee - Scheepswrakken - Schenden van oorlogsgraven - Bescherming - Registratie

Noordzee
boot
archeologie
bescherming van het erfgoed
territoriale wateren
metaalafval
militaire begraafplaats
vloot
diefstal

Chronologie

15/3/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/4/2018 )
14/4/2018 Antwoord

Vraag nr. 6-1794 d.d. 15 maart 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar recente berichtgeving in de Nederlandse en Britse pers waar gewag werd gemaakt van plunderingen van gezonken oorlogsschepen en duikboten in de Waddenzee en de Noordzee (cf. http://www.dvhn.nl/groningen/Duikers-halen-wrakken-op-bodem-Waddenzee-leeg-'Dit-is-gewoon-grafschennis.-Het-is-heel-ernstig'-22975044.html). Hoewel het oorlogsgraven betreft, zouden duikers tal van objecten naar boven hebben gehaald. Zo werd volgens de Duitse overheid onder meer een Duitse kruiser SMS Mainz geplunderd. In de hele Noordzee liggen 30 000 oorlogswrakken.

De handhaving van de bescherming is belangrijk gezien het dikwijls zeemansgraven betreft en het schenden hiervan de nabestaanden zwaar kwetst.

Wat betreft het transversaal karakter van deze vraag : op 1 juli 2014 trad een nieuwe wet van 4 april 2014 betreffende de bescherming van het cultureel erfgoed onder water in werking. Een eerdere versie van de wet (wet van 9 april 2007 betreffende de vondst en de bescherming van wrakken) werd al in 2007 gepubliceerd, maar door het ontbreken van de nodige koninklijke besluiten had de wet nog geen uitvoering gekregen. Met de wet uit 2007 werd beoogd om zowel het eigenaarschap van wrakken en wrakstukken in het Belgisch deel van de Noordzee te regelen alsook de bescherming van de historisch-archeologische waardevolle wrakken of wrakstukken in de Belgische territoriale wateren. Intussen werd deze zogenaamde « wrakkenwet » echter aangepast, in overleg met het kabinet van Vlaams minister Geert Bourgeois en het Agentschap Onroerend Erfgoed. Hieromtrent werd in 2004 een samenwerkingsakkoord over maritieme archeologie gesloten tussen de federale overheid en het Vlaams Gewest. Een eerste stap hiertoe werd gezet door de tot nog toe gekende informatie over scheepswrakken, en bij uitbreiding ook over alle andere archeologische sites (zoals verdronken nederzettingen), in het Belgisch deel van de Noordzee samen te brengen in één inventaris.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1) Hoe reageert u op de berichtgeving betreffende het schenden van oorlogsgraven in de Noordzee ?

2) Hebt u weet van gelijkaardige feiten wat betreft de wrakken in het Belgisch deel van de Noordzee ? Zo ja, kunt u over het aantal feiten en de eventuele vervolging toelichting geven ?

3) Beschikt u over een inventaris van het aantal oorlogswrakken dat zich in het Belgisch deel van de Noordzee bevindt ? Om hoeveel wrakken gaat het ?

4) Ook internationaal is er sprake van een toename van het leeghalen van wrakken. Is hiervan ook sprake bij ons ? Is een verhoogde waakzaamheid niet aangewezen ?

5) Kunt u uitvoerig toelichten welke maatregelen uzelf in samenwerking met het Vlaams Gewest hebt getroffen op het vlak van inventarisering, handhaving en bescherming van deze oorlogsgraven ?

Antwoord ontvangen op 14 april 2018 :

1) Het schenden van oorlogsgraven in de Noordzee is niet alleen een zeer laakbare praktijk die ik ten strengste veroordeel, het is ook een onwettige praktijk, verboden door zowel internationale verdragen als onze eigen Belgische wetgeving. De menselijke resten van moedige mensen die gestreden hebben voor onze vrijheid, dienen ten allen tijde respectvol bejegend te worden.

2) Ik ben inderdaad vanuit de duikwereld op de hoogte gebracht dat dergelijke praktijken die ook bij ons gebeuren maar beschik niet over informatie met betrekking tot aantallen feiten en eventuele vervolgingen.

Ik heb wel vastgesteld dat onze huidige wetgeving, die nog maar dateert van 2014, niet volstaat om de vervolging van dergelijke feiten hard aan te pakken. Dat is ook de reden waarom ik mijn medewerkers de opdracht heb gegeven om de bestaande wetgeving te conformeren aan de voorschriften van het Verdrag van de Organisatie der Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization – UNESCO) ter bescherming van cultureel erfgoed onder water.

Zo zal in de nieuwe wetgeving die ik momenteel voorbereid, elk wrak dat zich honderd jaar onder water bevindt automatisch het statuut krijgen van cultureel erfgoed onder water. Hierdoor zal het aantal wrakken dat dit statuut en bijhorende bescherming krijgt meer dan vervijfvoudigen. Waardevolle wrakken die zich minder dan honderd jaar onder water bevinden zullen ook gelijkgesteld kunnen worden met cultureel erfgoed onder water en alzo ook genieten van dezelfde beschermingsmaatregelen.

Verder zal ik bekijken met collega’s Jambon en Van Overtveldt welke diensten bij voorkeur bevoegd moet worden om te controleren of schepen geen werkzaamheden uitvoeren aan cultureel erfgoed onder water of gelijkgestelde wrakken zonder machtiging, noch onze Belgische havens binnenkomen met cultureel erfgoed of gelijkgestelde wrakken aan boord.

Verder zal ik de sancties die op dergelijke onaanvaardbare praktijken aanzienlijk verhogen. Wie immers geldgewin nastreeft uit plundering van graven moet zwaar in de buidel getroffen worden.

3) Volgens de gegevens waarover ik beschik telt onze Belgische Noordzee meer dan driehonderd vijftig wraksites. Voor exacte cijfers verwijs ik u graag door naar de dienst Onroerend Erfgoed Vlaanderen.

4) Zie hoger vraag 2). Een verhoogde waakzaamheid is zeker aangewezen. Vandaag geldt reeds een verhoogde waakzaamheid voor wrakken die erkend zijn als cultureel erfgoed onder water. Met de nieuwe wetgeving zal deze waakzaamheid uitgebreid worden naar alle wrakken die het statuut van cultureel erfgoed onder water hebben of gelijkgesteld worden.