Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1586

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 13 oktober 2017

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en Federale Culturele Instellingen

Belfius - Gedeeltelijke beursgang - Belfius Art Collection - Bescherming van het cultureel patrimonium - Stukken die zich in Brussel bevinden

staatsbank
privatisering
beursnotering
cultureel erfgoed
schilderkunst
bescherming van het erfgoed

Chronologie

13/10/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 17/11/2017 )
10/1/2018 Rappel
19/2/2018 Rappel
16/5/2018 Rappel
18/6/2018 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1587
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1588

Vraag nr. 6-1586 d.d. 13 oktober 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De gedeeltelijke beursgang van Belfius staat in de startblokken. In deze context is het belangrijk dat de Federale overheid samen met de deelstaten een gemeenschappelijk standpunt inneemt over de status van de « Belfius Art Collection » en de verdere uitbreiding van de bescherming van bepaalde kunstwerken naar het voorbeeld van het Vlaamse decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang (Topstukkendecreet). Bij de financiële injecties van de federale overheid en andere overheden in het toenmalige Dexia werden afspraken gemaakt over het toegankelijk maken van deze collectie.

De kunst collectie bevat onder meer twee uiterst zeldzame olieverfschetsen van wereldniveau van Peter Paul Rubbens, namelijk « De roof van de Sabijnse maagden » en « De vrede tussen de Romeinen en de Sabijnen » die werden gemaakt in opdracht van de Spaanse Koning. Dit zijn de enige overgebleven werken aangezien de definitieve schilderijen in de vlammen opgingen in 1734. Daarnaast kan ik u nog een rits topstukken voorleggen daterend van voor 1830.

De collectie concentreert zich op drie periodes. De Vlaamse meesters uit de 16e en 17e eeuw, zoals Antoon Van Dijck, Jacob Jordaens, Pieter Pourbus, Frans Snijders, Jan Breughel en Pieter Paul Rubens. Daarnaast zit er in de collectie moderne kunst van 1830 tot 1960 met onder andere James Ensor, René Magritte en Rik Wouters. De hedendaagse kunst wordt vertegenwoordigd met werken van onder andere Roger Raveel, Berlinde De Bruyckere en Jan Fabre.

In het totaal gaat het om 4 300 werken. Op dit ogenblik heeft Vlaanderen drie werken opgenomen in het Topstukkendecreet. Verschillende werken uit de « Belfius Art Collection » bevinden zich in Antwerpen. Maar er zijn er ook heel veel in Brussel. In Brussel is het Topstukkendecreet echter niet van toepassing. Daar bestaat er wel een bescherming, omdat de federale overheid over de werken kan beslissen. De werken in Brussel vallen dus onder de federale bevoegdheid. De werken in Antwerpen, vooral in het Astridhuis, vallen onder de Vlaamse regels.

Het Topstukkendecreet strekt tot bescherming van roerend cultureel erfgoed dat voor de Vlaamse Gemeenschap in Vlaanderen bewaard moet blijven, omwille van zijn bijzondere archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis.

Er bestaat sinds 2012 een cultureel akkoord met de Franse Gemeenschap. Er is een overlegplatform, heel specifiek voor de topstukken en die collecties. Alle betrokken overheden zitten daarin samen.

Gezien er in 2012 een piste werd onderzocht om een deel van de « Belfius Art Collection » van de hand te doen en er een gedeeltelijke privatisering en beursgang van de bank zal plaatsvinden is het belangrijk om deze collectie juridische te verankeren. Vooreerst kan de Federale overheid de topstukken die zich in Brussel bevinden een definitieve bescherming toekennen. Daarnaast kan de overheid, gezien ze 100 % aandeelhouder is van de Belfius Bank de kunstwerken afzonderen in een afzonderlijke stichting alvorens over te gaan tot een beursgang. Ook kan er een vorm van voorkooprecht worden uitgewerkt in samenwerking met de Franse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest.

Wat betreft het transversaal karakter van de vraag : Vlaanderen heeft in haar Topstukkendecreet alvast enkele topstukken van de « Belfius Art Collection » opgenomen. Wat betreft de werken die zich in Brussel bevinden is de Federale overheid bevoegd. De collectie is 100 % eigendom van de Belfius Bank die op haar beurt 100 % eigendom is van de Federale overheid. Het betreft dus een transversale gemeenschapsbevoegdheid.

Over deze collectie wens ik volgende vragen te stellen :

1) Bent u bereid de « Belfius Art Collection » uit de aangekondigde gedeeltelijke beursgang te lichten gelet op het cultureel belang van deze collectie voor het land, het Vlaams Gewest en de Franse Gemeenschap ? Zo ja, hoe gaat u dit vorm geven ? Zo neen, waarom niet en kan u dit toelichten ?

2) Kan u gedetailleerd meedelen of u concrete stappen heeft gezet voor het verankeren van de topstukken uit de « Belfius Art Collection » in het licht van de nakende beursgang en dit onder de vorm van bepaalde voorkoop-rechten en dit al dan niet in overleg met de deelstaten ? Zo ja, kan u dit toelichten ? Zo neen, waarom niet en kan u zeer gedetailleerd toelichten hoe u de topwerken uit deze collectie dan wel gaat beschermen of vindt u dit niet nodig ?

3) Heeft u in het overlegplatform met de Franse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest de toekomstige status van de « Belfius Art Collection » reeds geagendeerd ? Zo neen, waarom niet en gaat u dit snel doen gezien de nakende beursgang ? Zo ja, wat waren de concrete resultaten hiervan en welke beschermingsmaatregelen werden heden vastgelegd ?

4) Heeft u reeds concrete stappen gezet om de topstukken van de « Belfius Art Collection » die zich fysiek in Brussel bevinden bescherming te bieden als roerend cultureel erfgoed dat in ons land bewaard moet blijven omwille van zijn bijzondere archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis omdat momenteel enkel de Federale overheid bescherming kan bieden ?

5) Kan u meedelen op hoeveel de kunstcollectie van Belfius heden gewaardeerd wordt en dit in het licht van de nakende beursgang ? Zo neen, waarom kan u dit niet ?

6) Zal deze collectie gewaardeerd worden in het licht van de beursgang of niet ? Kan u zeer gedetailleerd antwoorden waarom ze al of niet zal worden gewaardeerd bij de nakende beursgang ?

7) Kan u gedetailleerd meedelen welke de juridische impact zal zijn van de gedeeltelijke privatisering van de Belfius Bank wat betreft de « Belfius Art Collection » over eigendomsrechten en mogelijke verkoop van delen van deze collectie in de toekomst ?

8) Worden de toekomstige aandeelhouders van de Belfius Bank ook mede-eigenaar van de « Belfius Art Collection » ? Kan u dit zeer concreet en duidelijk toelichten ?

Antwoord ontvangen op 18 juni 2018 :

1) Deze vraag behoort voornamelijk tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

2) Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

3) Er bestaat een Interministeriële Conferentie Cultuur, waarin ik zetel. Deze is onafhankelijk van het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap.

De kwestie van de Belfius Art Collection werd niet aangehaald tijdens deze Interministeriële Conferentie.

De federale overheid is niet betrokken bij het overlegplatform tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap en wordt niet op de hoogte gehouden van zijn werkzaamheden.

4) Deze vraag behoort niet tot mijn huidige bevoegdheden, maar ik kan het geachte lid meedelen dat tijdens de afsplitsing van Holding Dexia ervoor is gezorgd dat de collectie in handen bleef van de bank die eigendom is van de Belgische Staat, met andere woorden Belfius : ik verwijs naar het antwoord dat in mijn naam werd gegeven op 23 november 2011 aan senator Lieve Maes in de commissie Financiën van de Senaat (Handelingen van de Senaat 5-106 Com., blz. 5-6).

5) Deze vraag, die werd beantwoord op 23 november 2011, behoort nu tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

6) Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

7) Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

8) Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.