Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1506

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 27 juni 2017

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Virtuele munten - Beleggingen - OneLife - OneCoin - Piramideverkoop - Economische Inspectie - Autoriteit voor financiële diensten en markten (FSMA) - Veroordelingen - Aantal - Gedupeerden - Cijfers

elektronische handel
elektronisch betaalmiddel
economisch delict
fraude
kansspel
computercriminaliteit
kapitaalbelegging
Financial Services and Markets Authority
officiële statistiek

Chronologie

27/6/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/7/2017 )
25/8/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1507
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1508

Vraag nr. 6-1506 d.d. 27 juni 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Wat het transversaal karakter van de vraag betreft : de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die werden vastgelegd in de kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2016-2019, en werden besproken tijdens een Interministeriële Conferentie, waarop ook de politionele en justitiële spelers aanwezig waren. Cybercrime is één van de transversale prioriteiten. De beleggingen in zogenaamde « cryptocurrency » vallen hieronder. Het betreft dus een transversale gewestaangelegenheid waarbij de rol van de gewesten vooral in het preventieve luik te situeren valt.

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 6-1429 betreffende de piramideverkoop van virtuele munten en uw uitvoerig antwoord. De Economische Inspectie is sinds kort bevoegd om hiertegen op te treden, wat uiteraard positief is. Daarnaast zou er een informatiecampagne worden opgezet rond dit thema. Ook dit is positief, maar ik blijf op mijn honger wat betreft het voorkomen van dergelijk fraude door op te treden tegen de netwerken die haar organiseren alsook door en door de verkoop van dergelijke nepmunten preventief te kortwieken. Heden blijkt er in Nederland sprake te zijn van oplichting via piramideverkoop met « OneLife ».

Daarom heb ik volgende vragen voor u :

1) Zijn de Autoriteit voor financiële diensten en markten (FSMA - Financial Services and Markets Authority), de Economische Inspectie of Justitie vertrouwd met « OneLife » en kunnen zij meedelen of er inderdaad sprake is van oplichting via piramideverkoop van virtuele munten ? Kan dit uitvoerig worden toegelicht ?

2) Op welke manier zijn « OneLife » en « OneCoin » met elkaar verbonden ?

3) Kan worden meegedeeld, gezien er steeds meer piramideverkopen opduiken van allerhande virtuele munten, hoe er concreet wordt opgetreden tegen het opzetten van dergelijke fraude en dan vooral hoe men concreet actie onderneemt tegen de organisatoren en de verkopers van deze virtuele munten via piramideverkoop ? Kan dit gedetailleerd worden toegelicht en kan worden meegedeeld hoeveel personen reeds in vervolging werden gesteld alsook of, en zo ja, welke bedragen reeds werden gerecupereerd ten voordele van de gedupeerden die investeerden in deze waardeloze digitale munten ?

4) Bent u op de hoogte van de strafrechtelijke onderzoeken tegen « OneCoin », onder andere in Duitsland en Italië ? Wordt er ook in ons land een al of niet strafrechtelijk onderzoek gedaan naar « OneCoin » ?

5) Bent u zeer concreet bereid de verkoop van « OneCoin », « Nanotec », « LeoCoin » en « NanoCoin » te verbieden ? Zo neen, waarom niet ? Zo ja, kunt u dit toelichten ?

6) Heeft de Economische Inspectie of / en de FSMA zicht op het aantal gedupeerden en de totaalbedragen per pseudovirtuelemunt ? Zo ja, kan dit worden toegelicht en kan er een concrete lijst worden vrijgegeven van alle virtuele nepmunten die het voorwerp uitmaken van een piramideverkoop ? Zo neen, vindt u dit niet zorgwekkend en behoeft dit geen specifieke handhaving ?

7) Is het fenomeen momenteel onder controle? Welke maatregelen werden genomen en wat zijn de resultaten ?

Antwoord ontvangen op 25 augustus 2017 :

1. De Economische Inspectie heeft slechts 1 signaal ontvangen betreffende OneLife, dat echter geen exploiteerbare gegevens bevatte. Bijgevolg kunnen mijn diensten zich niet uitspreken over de kwalificatie van eventuele inbreuken, noch over het verband met andere dergelijke systemen.

De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft mij meegedeeld dat zij 2 klachten heeft ontvangen betreffende OneCoin. Zij wijst mij er tevens op dat piramideverkoop een bijzondere vorm van oplichting is waarvoor de FSMA niet bevoegd is. Indien de FSMA echter vaststelt dat bij deze dossiers een onderneming of een persoon betrokken is die onder haar toezicht staat, of indien er aanwijzingen zijn van een overtreding van de financiële wetgeving waarop zij toezicht houdt, kan zij niettemin maatregelen nemen, zoals het dossier overmaken aan het parket of een waarschuwing publiceren.

2. Volgens de gegevens waarover mijn diensten beschikken, lijkt dat OneCoin de voorloper is van OneLife netwerk.

3. De hier omschreven feiten betreffen het misdrijf oplichting of poging tot oplichting, weliswaar in een piramidale structuur. Tot voor kort was de Economische Inspectie niet bevoegd om dergelijke misdrijven op te sporen en vast te stellen. Het is pas vrij recent dat op mijn initiatief het koninklijk besluit van 27 januari 2017 betreffende de toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, aan sommige ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 van het Wetboek van economisch recht werd gepubliceerd op 9 februari 2017 in het Belgisch Staatsblad. Dit geeft meteen meer slagkracht aan de Economische Inspectie om op te treden in dergelijke dossiers.

Concreet voert de Economische Inspectie momenteel een onderzoek uit naar de activiteiten van één aanbieder van virtuele munten. Uiteraard zijn in het bijzonder de politiediensten bevoegd voor de opsporing van dergelijke misdrijven en dienen dergelijke onderzoeken in nauw overleg met het parket te gebeuren. Ik verwijs dienaangaande naar het antwoord dat zal worden verstrekt door de minister van Justitie.

4. Deze vraag betreft de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Justitie, aan wie deze vraag ook gesteld werd.

5. Ik verwijs dienaangaande naar het antwoord dat zal worden verstrekt door mijn collega, de minister van Financiën, aan wie deze vraag eveneens gesteld werd.

6. Mijn administratie heeft betreffende systemen met een piramidale structuur waarbij een virtuele munt wordt gebruikt tot nu toe 17 klachten ontvangen. Het merendeel van deze meldingen betreft personen die klacht indienen zonder melding te maken van enige financiële schade (11 meldingen). De gerapporteerde cijfers zijn als minimum aantal meldingen te interpreteren, omdat niet alle melders volledige gegevens invullen. Het totaalbedrag dat als schade werd gemeld bedroeg 12.140 euro. Het hoogste betaalde bedrag was 6.000 euro en het laagste 100 euro.

In deze meldingen vernoemde systemen betreffen Nanocoin (Nanoclub, Nanotec), Octacoin (Octapartners) en OneCoin (OneLife network).

De FSMA heeft mij meegedeeld dat zij geen zicht heeft op het aantal gedupeerden en totale bedragen per virtuele munt.

7. Hoewel kan vermoed worden dat er meer gedupeerden zijn en er momenteel een lopend onderzoek is, is het momenteel voor mijn administratie op basis van het beperkt aantal meldingen en de huidige stand van het onderzoek niet mogelijk om enige uitspraak te doen over de totale omvang van deze problematiek en bijgevolg ook niet over het al of niet onder controle zijn ervan.