Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1448

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 8 mei 2017

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Kinderen van Belgische SyriŽstrijders - Indoctrinatie door ISIS - Trauma's - Risico's voor onze samenleving

terrorisme
extremisme
SyriŽ
kind
staatsburger
oorlogsmisdaad
trauma
kinderbescherming

Chronologie

8/5/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/6/2017 )
9/12/2018 Dossier gesloten

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1449
Heringediend als : schriftelijke vraag 6-2130

Vraag nr. 6-1448 d.d. 8 mei 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds het uitbreken van de burgeroorlog in SyriŽ en de opkomst van jihadistische strijdgroepen in SyriŽ en Irak, komen er beelden naar buiten van oorlogsmisdaden die de betrokken partijen in de voortdurende strijd begaan. De terroristische organisatie 'Islamitische Staat in Irak en al-Sham' (ISIS) in het bijzonder heeft de strategie om misdaden tegen de menselijkheid te begaan om angst aan te jagen. Het doel heiligt het gebruik van ieder middel bij deze terroristische groepering. Dat geldt ook voor de behandeling en inzet van minderjarigen in ISIS-gebied. De Nederlandse Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft onlangs een bijzonder interessant onderzoek naar de minderjarigen bij ISIS gepubliceerd .

Op dit moment verblijven er ten minste 80 minderjarigen met een Nederlandse link in het strijdgebied in SyriŽ en Irak, zowel bij ISIS als bij andere jihadistische strijdgroepen. Ongeveer de helft van hen bestaat uit jongens. De meerderheid van de kinderen bevindt zich bij ISIS. Ongeveer de helft van de Nederlandse minderjarigen is door ťťn of beide ouder(s) meegenomen naar het strijdgebied. De andere helft is daar geboren. Minder dan twintig procent van de Nederlandse kinderen is 9 jaar of ouder en zou dus, gezien hun leeftijd, mogelijk training (hebben) ontvangen. Dertig procent van de Nederlandse minderjarigen heeft een leeftijd van 4 tot 8 jaar en vijftig procent is 3 jaar of jonger. Gezien ons land meer strijders telt is het zeker dat het aantal minderjarige minderjarigen met een Belgische link die in het strijdgebied SyriŽ en Irak verblijven hoger ligt en dat een groot deel van deze minderjarigen zich bij ISIS bevinden.

Bovendien zijn minderjarige kinderen van Belgische uitreizigers niet bij onze overheid gekend als ze aldaar werden geboren. Nederland heeft hier een concrete procedure voor uitgewerkt. Bij een eventuele terugkeer in Nederland zullen ze aan een DNA-test worden onderworpen om hun eventuele familieband vast te stellen.

Deze kinderen worden al van uiterst jonge leeftijd onderworpen aan de ISIS-doctrine. ISIS beschouwd de kinderen als ťťn van de pijlers waarop het kalifaat rust. Ze worden geÔndoctrineerd via het zogenaamde sharia-"onderwijs". Dit pseudo-onderwijs wordt gekoppeld aan militaire strategie. Hetzelfde geldt voor de fysieke training. Kinderen worden immuun gemaakt voor geweld en wonen onthoofdingen bij en voeren deze soms zelf uit (al dan niet onder dwang). IS ontwikkelde zelf specifieke opleidingsapps. De kinderen leren soms al op vijfjarige leeftijd wapens te hanteren en de zogenaamde beste van hen worden kandidaat voor zelfmoordaanslagen. De meisjes worden als minderjarige uitgehuwelijkt. Seksueel geweld en gearrangeerde huwelijken zijn de norm. Vanaf 9 jaar worden de jongens geselecteerd voor trainingskampen. Hierbij worden zij verder geÔndoctrineerd en militair gevormd.

Gezien ISIS momenteel zwaar terrein verliest in Irak en SyriŽ zullen deze minderjarigen terugkeren naar ons land. De AIVD zegt hieromtrent het volgende: "De inzet van minderjarigen voor de voorbereiding of de uitvoering van terroristische aanslagen in Europa is voorstelbaar, zeker omdat het hen een mogelijk tactisch voordeel biedt."

Het leven in oorlogsgebied en onder ISIS-heerschappij is bijzonder traumatiserend voor de kinderen (blootstelling aan geweld, indoctrinatie, seksueel geweld, enz.).

Minderjarigen zijn luidens de AIVD in de eerste plaats terecht te beschouwen als slachtoffers van ISIS. De trauma's bij de kinderen zijn groot: plotseling spraakgebrek, agressie, hevige angsten en signalen van post-traumatische stressstoornissen.

Graag schets ik de Nederlandse aanpak tot op heden: "Bij aankomst in Nederland van minderjarigen uit ISIS-gebied wordt per kind beoordeeld welke zorg, veiligheidsmaatregelen en welke interventies passend zijn. Dit is, net als bij volwassenen, altijd maatwerk. Hoewel geen enkele minderjarige hetzelfde is of hetzelfde heeft meegemaakt, moeten we ervan uitgaan dat het leven daar ernstige gevolgen kan hebben voor de verdere ontwikkeling van deze minderjarigen. De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) bekijkt of al sprake is van hulpverlening aan de minderjarige en besluit indien nodig tot het instellen van een raadsonderzoek. Tegelijkertijd stellen zorg- en veiligheidspartners in een multidisciplinair casusoverleg een behandelplan op dat de veilige ontwikkeling van het kind waarborgt en eventuele veiligheidsrisico's tegengaat. Een landelijk werkend multidisciplinair adviesteam ondersteunt het lokale casusoverleg in deze situaties. In dat team zijn specialistische zorgaanbieders vertegenwoordigd die als dat nodig is passende hulp kunnen bieden. De NCTV werkt samen met partners om het beleid ten aanzien van minderjarigen optimaal vorm te geven."

Wat het transversaal karakter van deze vraag betreft: in het Vlaams regeerakkoord wordt er aandacht besteed aan het voorkomen van radicalisering en is er sprake van 'het oprichten van een cel met experten uit de diverse beleidsdomeinen om radicalisering te voorkomen, te detecteren en eraan te remediŽren, met ťťn centraal aanspreekpunt en in samenwerking met andere overheden. De coŲrdinatie van deze cel ligt bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Vooral voor wat betreft de proactieve aanpak en de handhaving vervult de federale overheid een sleutelrol. In de toekomst zal ook een federale ambtenaar van de FOD Binnenlandse Zaken deel uitmaken van deze cel. Het betreft aldus een transversale aangelegenheid met de Gewesten. Ik verwijs tevens naar het recente actieplan van de Vlaamse regering ter preventie van radicaliseringsprocessen die kunnen leiden tot extremisme en terrorisme.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende aanvullende vragen:

1) De Nederlandse veiligheidsdienst AIVD geeft aan dat er zich op dit moment 80 minderjarigen met een Nederlandse link in het strijdgebied in SyriŽ en Irak bij jihadistische groepen bevinden. Kunt u (bij benadering) aangeven hoeveel Belgische kinderen zich op dit ogenblik bevinden in het strijdgebied in SyriŽ en Irak bij jihadistische groepen alsook om hoeveel jongens, respectievelijk meisjes het gaat? Beschikt u over cijfers inzake de leeftijdscategorieŽn? Kunt u tevens aangeven hoeveel van deze kinderen zich bij ISIS bevinden? Zo neen, waarom niet en is het niet cruciaal in het licht van het hierboven geschetst rapport om hen te identificeren en te lokaliseren? Kunt u dit zeer uitvoerig toelichten?

2) Kunt u aangeven hoeveel Belgische minderjarigen die zich bevonden in het strijdgebied in SyriŽ en Irak bij jihadistische groepen tot op heden zijn teruggekeerd naar ons land? Kunt u tevens aangeven hoe de concrete opvang en begeleiding verloopt gezien de fysieke en psychische gevolgen van hun leven in het "kalifaat" alsook gezien de risico's bij hun terugkeer voor onze samenleving? Is er sprake van maatwerk en kunt u dit concreet toelichten?

3) Hoe reageert u op de bevindingen van het Nederlandse rapport van de AIVD van 7 april 2017 en welke belangrijke lessen neemt u mee uit dit rapport? Kunt u dit toelichten naar beleidsmaatregelen toe?

4) Hoe gaat de overheid om met kinderen van SyriŽstrijders die aldaar geboren werden en hier dus niet officieel bekend zijn? Kunt u dit toelichten? Kunt u tevens aangeven om hoeveel kinderen het tot op heden gaat?

5) Bestaat er net als in Nederland bij ons een landelijk werkend multidisciplinair adviesteam met zorgverleners waarbij multidisciplinair maatwerk wordt geleverd naar zorg, veiligheidsmaatregelen en interventies toe? Zo neen, waarom niet en wat bestaat er specifiek bij ons voor wat betreft de minderjarige kinderen van terugkerende jihadi's uit SyriŽ en Irak?