Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1373

van Philippe Mahoux (PS) d.d. 14 april 2017

aan de minister van Justitie

Europees Comité voor de voorkoming van marteling en onmenselijke of onterende straf of behandeling van de Raad van Europa (CPT)- Verslagen - Publicatie

wrede en onterende behandeling
foltering
Raad van Europa
verslag over de werkzaamheden
publicatie

Chronologie

14/4/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 18/5/2017 )
27/7/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-1373 d.d. 14 april 2017 : (Vraag gesteld in het Frans)

Het Europees Verdrag ter voorkoming van marteling en onmenselijke en onterende behandeling bepaalt in verband met een bezoek van het Comité dat de door het Comité verzamelde inlichtingen, zijn verslag en zijn overleg met de betrokken Partij vertrouwelijk zijn.

Het principe van vertrouwelijkheid is een troef voor de samenwerking van het CPT met de nationale overheden en moet dat blijven, maar die algemene regel werd gewijzigd door de bepaling volgens dewelke het CPT zijn verslag publiceert als de betrokken Staat daarom verzoekt. Immers, in overeenstemming met resolutie 1808 (2011) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa die opriep tot de automatische publicatie van de verslagen van het CPT, hebben een aantal betrokken lidstaten sindsdien hun algemeen akkoord gegeven om vooraf in te stemmen met de publicatie van de verslagen van het CPT die hen betreffen.

De Commissie voor juridische zaken en rechten van de mens van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa maakt momenteel de balans op van het werk van het CPT in de voorbije 25 jaar. (zie verslag: "25 ans de CPT: progrès accomplis et améliorations à apporter"). Een van de aanbevelingen van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa bestaat erin de lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, sterk aan te moedigen die automatische publicatieregeling in te voeren. Het betreft een uitdrukkelijke vraag van het CPT. Het CPT geeft in zijn 21ste algemeen verslag de voorkeur aan de procedure van automatische publicatie in plaats van een wijziging van het CPT- Verdrag.

Het recentste verslag van het CPT van mei 2016 (CPT/Inf 2016, 29) over België werd eind 2016 gepubliceerd, maar ik denk dat het nodig is dat België instemt met die automatische publicatiepraktijk. Dat kan alle mogelijke verdenkingen, die bestaan ten aanzien van landen die het al dan niet publiceren van de verslagen over hun land zouden laten afhangen van de inhoud van het verslag, ten aanzien van België wegnemen. Is de regering van plan die automatische publicatieprocedure blijvend te maken voor de toekomstige verslagen? Als dat niet het geval is, waarom niet?

Antwoord ontvangen op 27 juli 2017 :

De regering onderschrijft steeds het proces bedoeld in artikel 11 van het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Zij hecht groot belang aan de bekendmaking van het rapport van het Comité en van het antwoord van de Staat, wat overigens steeds het geval is geweest wat België betreft. Zij volgt aandachtig de recente tendens om het rapport automatisch bekend te maken en zal erover waken dat de rapporten zo snel mogelijk worden bekend gemaakt.