Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1352

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 14 april 2017

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Diefstallen - Toebehoren van zeil- en motorboten - Handhaving - buurtWhatsAppgroep

diefstal
plezierboot
haveninstallatie
virtuele gemeenschap

Chronologie

14/4/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 18/5/2017 )
9/12/2018 Dossier gesloten

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1353
Heringediend als : schriftelijke vraag 6-2117

Vraag nr. 6-1352 d.d. 14 april 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Pleziervaartuigen, zeilmateriaal en elektronische apparatuur zijn een gemakkelijke buit voor dieven. Vooral in het laagseizoen slaan de dieven toe. De jachthavens liggen er dan immers verlaten bij en het is vroeg donker. In Zeeland blijken criminelen de afgelopen maanden systematisch vaartuigen te hebben leeggeplukt. Het betreft buitenboordmotoren, fenders, dieptemeters, marifoons, acculaders, lieren, enz. Ook zeilen zijn gegeerd.

De watersporten winnen gestaag aan populariteit en er is steeds meer elektronisch materieel aan boord dat gemakkelijk kan worden meegenomen en redelijk wat geld opbrengt. Dikwijls is het ook zo dat de verzekeringen in hun polis bepalen dat buiten het vaarseizoen waardevolle objecten, indien het praktisch en redelijkerwijs uitvoerbaar is, van boord verwijderd moeten worden. Dit geldt speciaal voor kostbare nautische apparatuur en audiovisuele apparatuur.

Dikwijls is de enige veilige optie dan ook om de boot in het laagseizoen volledig af te tuigen en alle materieel op te slaan. Deze oplossing is echter voor velen niet haalbaar omdat het materieel veel plaats in beslag neemt (grote zeilen, motor, boeien, reddingsvesten, GPS, radio, enzovoort) en niet iedereen dit bijgevolg kan opslaan.

Tevens blijkt dat veel watersportfanaten zich dikwijls niet bewust zijn van de risico's op diefstal, daar zij menen dat de verzekeringspolis dit dekt, totdat het te laat is. Dit fenomeen is niet nieuw, getuige de vaststelling dat tussen 2007 en eind 2010 in België in totaal 71 feiten van diefstal van pleziervaartuigen (niet teruggevonden) geregistreerd werden in de algemene nationale gegevensdatabank (ANG). Nu blijkt uit recente berichtgeving dat alvast in Nederland en dan in het bijzonder in Zeeland sprake is van een grote toename .

Deze vraag betreft een transversale gewestaangelegenheid: de residuaire bevoegdheid, dit zijn alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk door of krachtens de Grondwet aan enige macht zijn toegewezen, berust bij de federale wetgevende macht. De Gewesten kunnen in beginsel slechts regelgevend optreden inzake de materies die hen door of krachtens de Grondwet uitdrukkelijk zijn toegewezen. Artikel 6, § 1, X van de Bijzondere wet wijst o.m. de waterwegen en hun aanhorigheden, het juridisch stelsel van de land- en waterwegenis, de havens en hun aanhorigheden, de zeewering, de dijken, de veerdiensten, de loodsdiensten en de bebakeningsdiensten van en naar de havens, evenals de reddings- en sleepdiensten op zee, aan de gewesten toe. Artikel 6, § 4, 3° van de Bijzondere wet schrijft voor dat de gewestregeringen onder andere worden betrokken bij "het ontwerpen van de regels van de algemene politie en de reglementering op het verkeer en vervoer, alsook van de technische voorschriften inzake verkeers- en vervoermiddelen.".

Hieromtrent had ik dan ook graag volgende vragen gesteld:

1. Kan de geachte minister aangeven hoeveel gevallen van diefstal en inbraak er plaatsvonden op pleziervaartuigen in de jaren 2014, 2015 en 2016? Kan hij tevens meegeven hoeveel vaartuigen op jaarbasis in de jaren 2014, 2015 en 2016 werden gestolen?

2. Is er sprake van een toename of veeleer een afname van het aantal diefstallen op pleziervaartuigen en kan hij dit uitvoerig toelichten?

3. Kan hij een overzicht geven van de bijkomende inspanningen die er de laatste jaren werd geleverd om de beveiliging van de jachthavens te verhogen? Moeten er nog bijkomende inspanningen komen?

4. Welke jachthavens blijken het meeste het slachtoffer te zijn van diefstal van outillage en/of boten? Kan hij dit toelichten? Wat is hier de reden van en wat wordt eraan gedaan door uw departement alsook de jachthaven zelf?

5. In Nederland hebben 3 jachthavens een buurtwhatsappgroep ingesteld voor het signaleren van verdacht gedrag. Bestaan er in ons land gelijkaardige initiatieven?