Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1259

van Christie Morreale (PS) d.d. 26 januari 2017

aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie

Federaal Bijenplan - Acties - Voortzetting - Balans - Eventueel nieuw plan - Coördinatie van de actoren

bijenteelt
voedselveiligheid
verdelgingsmiddel

Chronologie

26/1/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 2/3/2017 )
27/2/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-1259 d.d. 26 januari 2017 : (Vraag gesteld in het Frans)

Het Bijenplan 2012 - 2014 was een antwoord op een alarmerende vaststelling: bijen gaan er de laatste 20 jaar sterk op achteruit in heel de wereld, een achteruitgang die wordt veroorzaakt door verschillende factoren. Dit verschijnsel treft vooral Europa, Noord-Amerika en Centraal-Amerika. Het sterftecijfer onder de honingbijen is zorgwekkend. Maar ook de wilde bijen gaan erop achteruit.Die trend brengt de bestuivingsfunctie van de bijen in gevaar, met mogelijke gevolgen voor de economie, maar ook voor onze voedselveiligheid. Ook al hebben we op de bijdrage van de bestuiving tot de Europese economie een cijfer kunnen plakken (€ 14,2 miljard per jaar, een cijfer dat waarschijnlijk een grove onderschatting is), toch weten we nu al dat we te weinig bestuivers hebben om te kunnen beantwoorden aan de behoeften van onze landbouw. En dat is een trend die nog verergerd zou kunnen worden als gevolg van de toenemende vraag naar voedingsproducten en biobrandstoffen. Het verlies zou wel eens aanzienlijk kunnen zijn: bijna 13 miljard alleen al voor de sojateelt.

Dit Plan omvat zes doelstellingen en 29 acties die tegen eind 2014 moeten worden gerealiseerd. We verwijzen naar een haalbaarheidsstudie getiteld : “De bij als indicator van de ecosystemen”, meer aandacht voor het risico van bepaalde systemische pesticiden, de sensibilisering van de burger in samenwerking met de niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) via een grotere samenwerking met beurzen en seminaries en de gerichte verdeling van brochures en leerinstrumenten.

Het Federale Bijenplan heeft gezorgd voor een samenwerking tussen de verschillende diensten, onderzoekers en de burgermaatschappij met als direct of indirect doel de bescherming van de bestuiving.

Momenteel is de uitdaging om deze positieve en dynamische samenwerking evenals de acties die werden gerealiseerd, te bestendigen. Er moeten immers nog acties worden ondernomen.

Alle vragen vallen onder de bevoegdheid van de Senaat omdat ze betrekking hebben op een federale aangelegenheid die een invloed heeft op de bevoegdheden van de deelstaten inzake landbouw, volksgezondheid, milieu, welzijn, …

Ik weet dat u bezorgd bent over de daling van de bijenpopulatie. Hoe zult u de acties van het eerste Bijenplan voortzetten? Werkt u momenteel aan een nieuw federaal plan met het oog op een betere coördinatie van de acties tussen de verschillende betrokken actoren?

Tot slot, wat is uw balans van dit eerste Federale Bijenplan?

Antwoord ontvangen op 27 februari 2017 :

Ik ben inderdaad zeer gehecht aan de gezondheid van de bijen en ben me volledig bewust van hun cruciale belang.

Een algemene balans van het Federale Bijenplan 2012-2014 werd uitgevoerd en voorgesteld met het persbericht van 24/03/2015. Een overzicht per maatregel is beschikbaar op de website www.levedebijen.be en op de websites van de partners:

• www.info-bijen.be

• www.fagg.be

• www.favv.be

• www.fytoweb.be

• www.ikgeeflevenaanmijnplaneet.be  

Bepaalde luiken van dit eerste federale bijenplan hadden tot doel om procedures en werkmethodologieën op lange termijn in te voeren, of bepaalde reeds bestaande maatregelen te versterken, door zich daarbij te baseren op het nieuwe "Bijenbestuur". Het gaat hier in het bijzonder om acties die betrekking hebben op het beheer van de risico's, die logischerwijze in de toekomst voortgezet dienen te worden. Hetzelfde scenario geldt voor de luiken gewijd aan de gezondheid van de bijen of aan het coherent maken van het beleid, de plannen of de programma's van de overheid.

In deze optiek ontwikkel ik, in samenwerking met minister Marghem en minister De Block, een tweede federaal bijenplan dat op 15 mei gepresenteerd zal worden ter gelegenheid van het nationaal colloquium “Wie doet wat voor bijen ?”, georganiseerd in en door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

Dit ontwerp van Federaal Bijenplan 2017-2019 wil een antwoord bieden op de talrijke uitdagingen op het vlak van het behoud van de bestuiving door en de gezondheid van de bijen. Dit plan verzamelt zowel verschillende maatregelen die recent genomen werden door de regering als de acties die in een nabije toekomst uitgevoerd zullen worden. Het bevat 8 luiken, waarvan de doelstellingen erin bestaan de imkers te helpen, de wortels van het probleem beter te begrijpen, de risico’s beter te beheersen en alle betrokken actoren te mobiliseren. Het beheer van het plan zal worden verzorgd door de taskforce Bijen die alle betrokken federale administraties samenbrengt. De verschillende hefbomen van de federale overheid – dierengezondheid, productnormen, duurzaam gebruik van de biodiversiteit, de volksgezondheid en het wetenschappelijk onderzoek verbonden aan deze bevoegdheden – zullen zo aangewend worden. Het nieuwe plan voorziet dat de taskforce regelmatig samenkomt om de federale acties te coördineren.

Anderzijds brengt een Nationale Werkgroep Bijen, opgericht in 2012 in het kader van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM) en gemachtigd door de Interministeriële Conferentie Leefmilieu, de federale en regionale overheden samen die bevoegd zijn voor de bescherming van bijen. Het doel van deze werkgroep is overleg plegen en informatie uitwisselen tussen de verschillende beleidsniveaus. Het Federale Bijenplan, alsook de acties genomen door de Gewesten, werden verschillende keren toegelicht. Deze werkgroep zorgt voor een relatieve samenhang tussen de maatregelen genomen door de betrokken overheden en maakt het mogelijk de mogelijke synergiën tussen de verschillende betrokken actoren verder te onderzoeken.