Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1258

van Christie Morreale (PS) d.d. 26 januari 2017

aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie

Hoge Gezondheidsraad - Advies neonicotinoi¨den - Gevolgen - Herbeoordeling van de actieve substanties

verdelgingsmiddel
insecticide
giftige stof
bijenteelt
achteruitgang van het milieu
volksgezondheid
gevaren voor de gezondheid
verordening (EU)
fytosanitaire controle
fytosanitair product

Chronologie

26/1/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 2/3/2017 )
28/2/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-1258 d.d. 26 januari 2017 : (Vraag gesteld in het Frans)

Ik wens terug te komen op het advies nr. 9241 van de Hoge Gezondheidsraad (HGR) over neonicotinoďden en fipronil. In antwoord op een eerste schriftelijke vraag nr. 6-1014, gesteld na de officiële publicatie op 19 juli 2016, verzekerde u me dat insecticiden al onderworpen zijn aan zeer strikte beperkingen op de Belgische markt, zoals een verbod op het gebruik van niet-professionelen en professionelen tijdens de bloei van de gewassen. Kunt u deze voorwaarden verduidelijken? Zijn de beperkingen die door België worden opgelegd verschillend van de Europese restricties?

Alle vragen vallen onder de bevoegdheid van de Senaat omdat ze betrekking hebben op een federale aangelegenheid die een invloed heeft op de bevoegdheden van de deelstaten inzake landbouw, volksgezondheid, milieu, welzijn, …

U liet me eveneens weten dat uw administratie, in samenwerking met de ministers van Volksgezondheid en Milieu, dit advies 9241 en de gevolgen daarvan voor de gewasbeschermingsmiddelen die momenteel zijn goedgekeurd voor de Belgische markt, zal analyseren. U zou vervolgens “uw houding bepalen en een een beslissing nemen in overleg met de betrokken actoren”.

Kunt u verduidelijken waarom een analyse van het advies dat door uw voorgangers werd gevraagd, gerechtvaardigd is? Dit advies van de HGR bevestigt twee internationale studies van de European Academies Science Advisory Council (EASAC) en van de World Iodine Association (WIA), die zelf gebaseerd is op 1121 studies.

U ontving het advies in juni 2016. Heeft uw administratie de analyse ervan afgerond? Welke beslissingen zult u in overleg met uw twee collega’s nemen?

De conclusies van dit advies zijn verbijsterend: risico’s voor de ecosystemen, voor de bestuivende insecten, grondvervuiling en vervuiling van de grondwaterlagen, en bijgevolg voor de gezondheid van de mens in het algemeen.

Een dergelijk advies vereist een reactie van de overheid. Zult u de actieve substanties opnieuw laten evalueren in het licht van de nieuwe wetenschappelijke elementen die bevestigd werden op basis van artikel 21 van de verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van fytopharmaceutische producten en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad?

Antwoord ontvangen op 28 februari 2017 :

De precieze voorwaarden van beperkingen voor de werkzame stoffen imidacloprid, clothianidin en thiamethoxam zijn de volgende :

Deze stoffen mogen niet meer worden gebruikt op bloeiende gewassen die aanlokkelijk zijn voor bijen of op zaden van dergelijke gewassen en granen. Bovendien werd het gebruik beperkt tot professionele gebruikers. Sinds 1 december 2013 mogen behandelde zaden niet meer worden uitgezaaid. Er is een uitzondering voorzien voor gewassen die in kassen worden geteeld, en voor behandelde zaaizaden van granen die in juli - december worden gezaaid. Meer concreet wil dat het volgende zeggen:

Hieronder volgt een lijst van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen en de genomen maatregelen.

Handelsnaam

Werkzame stof

Toelatingsnr.

Beperking

ACTARA

THIAMETHOXAM

9916P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot toepassing na de bloei

ARGENTO

CLOTHIANIDIN

9855P/B

De behandelde graanzaden mogen niet meer worden gezaaid van januari tot juni. Op het etiket van het gewasbeschermingsmiddel moet worden vermeld dat dit op het etiket van behandelde zaaizaden moet worden vermeld

AVEVE BODEMINSECTEN GAZON / INSECTES DU SOL GAZON

IMIDACLOPRID

10129G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

AXORIS QUICK-GRAN

THIAMETHOXAM

9689G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

AXORIS QUICK-SPRAY

THIAMETHOXAM

9660G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

AXORIS QUICK-STICKS

THIAMETHOXAM

9690G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

AXORIS TRIPLE

THIAMETHOXAM

9876G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

BAZOOKA

IMIDACLOPRID

9592P/B

Beperking van toepassing in appel en sierteelten tot na de bloei

BELEM

IMIDACLOPRID

9518P/B

Beperking van toepassing in appel en sierteelten tot na de bloei

CONFIDOR 200 OD

IMIDACLOPRID

9658P/B

Beperking van toepassing in appel tot na de bloei

CONFIDOR 200 SL

IMIDACLOPRID

8686P/B

Beperking van toepassing in appel en sierteelten tot na de bloei

CRUISER

THIAMETHOXAM

9335P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien

CRUISER 350 FS

THIAMETHOXAM

9713P/B

Intrekking van de toelating voor dit middel voor de  zaaizaadbehandeling van erwten en vlas

CRUISER 600 FS

THIAMETHOXAM

9763P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien

GAUCHO 70 WS

IMIDACLOPRID

8330P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien

GAUCHO R 70 WS

IMIDACLOPRID

8396P/B

Intrekking van dit middel voor de behandeling van maïszaden

IMPRIMO

IMIDACLOPRID

9363P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien 

JANUS

CLOTHIANIDIN

9499P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien 

KOHINOR 200 SL

IMIDACLOPRID

9583P/B

Beperking van toepassing in appel en sierteelten tot na de bloei vanaf

MERIT TURF

IMIDACLOPRID

10145P/B

Geen beperking, bodembehandeling van niet-bloeiende gewassen

MONTUR FORTE

IMIDACLOPRID

9615P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien

NUPRID 70WS

IMIDACLOPRID

9761P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien 

PONCHO 600 FS

CLOTHIANIDIN

9472P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien 

PONCHO BETA

CLOTHIANIDIN

9474P/B

Geen beperking, reeds beperkt tot zaaizaden van gewassen die niet bloeien 

PONCHO MAIS

CLOTHIANIDIN

9823P/B

Intrekking van dit middel voor de behandeling van maïszaden

PROVADO COMBI PIN

IMIDACLOPRID

8967G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

PROVADO GARDEN

IMIDACLOPRID

8966G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

PROVADO GARDEN GAZON INSECT

IMIDACLOPRID

10128G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

PROVADO MULTICARE

IMIDACLOPRID

9697G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

PROVADO PLUS

IMIDACLOPRID

8988G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

PROVADO ULTRA

IMIDACLOPRID

9466G/B

Intrekking van dit gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik

SOMBRERO

IMIDACLOPRID

9757P/B

Intrekking van de erkenning voor de behandeling van maïszaden

WARRANT 200 SL

IMIDACLOPRID

9527P/B

Beperking van toepassing in appel en sierteelten tot na de bloei

Deze beperkingen komen overeen met de Europese beperkingen.

Ook voor het enige in België toegelaten middel op basis van fipronil werd een aanpassing doorgevoerd overeenkomstig de Europese beperkingen. Het gaat om het zaaizaadbehandelingsmiddel Mundial (nr. 9196P/B). De verpakkingen van dit middel moeten het volgende vermelden:

Al deze informatie is overigens beschikbaar op Fytoweb, de website van de administratie met betrekking tot de gewasbeschermingsmiddelen.

Wat betreft het advies nr. 9241 van de Hoge Gezondheidsraad (HGR), vermits dit advies geen enkele concrete aanbeveling bevat met betrekking tot de toelatingsmodaliteiten van de toegelaten producten, heb ik mijn administratie inderdaad moeten vragen het nader te analyseren ten einde de mogelijke gevolgen op het vlak van de toelatingen van producten op de Belgische markt beter te identificeren en af te bakenen.

De toelating van gewasbeschermingsmiddelen is op Europees niveau geregeld door de Verordening (EG) nr. 1107/2009. Deze regelgeving schrijft de evaluatiemethodologie en de toelatingscriteria voor gewasbeschermingsmiddelen voor. De evaluatiemethodologie berust op het risico, dat wil zeggen de verhouding tussen de intrinsieke eigenschappen van het middel en de blootstelling aan het middel. Een toelating wordt afgeleverd nadat is vastgesteld dat het risico aanvaardbaar is in toepassing van de criteria zoals vastgesteld in de context van de Verordening (EG) nr. 1107/2009. Indien er nieuwe elementen opduiken die de niet-naleving van de criteria aantonen, dan wordt een toelating gewijzigd of ingetrokken.

Er werden een aantal precieze vragen gesteld aan de HGR, die kaderen in deze door de wetgeving vastgesteld methodologie en zij hadden betrekking op :

Een bijkomende vraag had betrekking op de neurotoxische eigenschappen van sommige neonicotinoïden.

Voor deze laatste vraag heeft de HGR een grondige analyse gemaakt. Deze informatie is bijzonder nuttig voor de administratie bij de besprekingen op Europees niveau met betrekking tot de vaststelling van de toxicologische referentiewaarden van de betrokken stoffen. De andere vragen heeft de HGR daarentegen slechts op zeer summiere wijze beantwoord.

De HGR geeft toe dat de strategie voor de selectie van de studies niet zeer duidelijk wordt verklaard door de auteurs van de WIA-studie. Niettemin meent de HGR dat er goede redenen zijn om vertrouwen te hebben in de conclusies, gelet op de grondige analytische benadering en de uitstekende communicatie van de resultaten. Nergens in het advies buigt de HGR zich daarentegen over de analytische benadering van de auteurs van de studie.

Wat betreft de relevantie van de doses gebruikt in de studies die werden beschouwd door de auteurs van de WIA-studie beperkt de HGR er zich toe de auteurs van de studie te citeren waar deze beweren dat de doses relevant zijn voor de werkelijke blootstelling van niet-doelorganismen. Het advies van de HGR bevat geen enkel element dat toelaat te besluiten dat de HGR deze bewering op haar juistheid heeft beoordeeld.

Met betrekking tot de impact op de biodiversiteit in België beperkt de HGR er zich toe te veronderstellen dat de conclusies van de auteurs van de WIA-studie ook van toepassing zijn op de Belgische situatie, maar deze veronderstelling wordt niet geschraagd door enige risico-evaluatie overeenkomstig de methodologie van de Europese Verordening.

Ten slotte, wat de risicobeperkende maatregelen betreft biedt de HGR geen enkel concreet antwoord.

Kortom, hoewel de studie zeer nuttige en relevante informatie-elementen bevat, heeft de HGR geen risico-evaluatie verricht in toepassing van de methodologie zoals voorgeschreven door de Europese regelgeving, noch concrete voorstellen geformuleerd over de producten die toegelaten zijn op de Belgische markt.

Een administratie moet er steeds over waken te handelen in overeenstemming met de wetgeving. Dit is in het bijzonder het geval wanneer zij van plan is een belangrijke actie te ondernemen zoals de intrekking van een toelating, een actie dus met verstrekkende economische gevolgen zowel voor de producenten als voor de gebruikers van de getroffen middelen, en die dus tot betwistingen en zelfs tot juridische procedures aanleiding kan geven.

Door zich niet te houden aan de logica van de gestelde vragen, een logica die kadert in de regelgevende context, brengt de HGR met zijn advies dus geen solide elementen aan die zouden toelaten om een intrekking of zelfs maar een wijziging te rechtvaardigen van de bestaande toelatingen van neonicotinoïden bevattende gewasbeschermingsmiddelen.

U vraagt mij of ik van plan ben een herziening van de neonicotinoïden te vragen in toepassing van artikel 21 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009. Zo’n herziening is in feite reeds lopende: op 16 november 2015 heeft de Europese Commissie EFSA gemandateerd om in toepassing van dit artikel 21 een nieuwe risico-evaluatie te verrichten voor de impact van neonicotinoÏden op bestuivers, rekening houdend met alle nieuwe beschikbare studies. EFSA heeft geantwoord dat het deze analyse tegen 30 november 2017 kan afwerken. Ik zal daar natuurlijk bijzondere aandacht aan besteden.

Overigens zijn voor clothianidin et thiamethoxam de evaluaties met het oog op een eventuele vernieuwing van de Europese goedkeuring volop bezig; deze van imidacloprid volgt dit jaar. Ook bij deze gelegenheid wordt rekening gehouden met de relevante wetenschappelijke studies gepubliceerd in de voorbije 10 jaar. Voor fipronil werd reeds beslist dat de goedkeuring niet wordt vernieuwd.

Ik verzeker u dat ik al deze elementen in detail zal analyseren en dat ik de beslissing zal nemen om de toelating van producten in te trekken als dat nodig en wetenschappelijk gerechtvaardigd blijkt.