Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1227

van Christie Morreale (PS) d.d. 22 december 2016

aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie

Glyfosaat en tallowamine - Verbod - Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1313 - Interpretatie en standpunt van België - EFSA - Onderzoek naar de gevolgen van glyfosaat op de gezondheid en het milieu - Analyse van de gegevens

verdelgingsmiddel
gevaren voor de gezondheid
fytosanitaire controle
onkruidverdelger
giftige stof
verkoopvergunning
Europese Autoriteit voor voedselveiligheid
uitvoeringsverordening

Chronologie

22/12/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 26/1/2017 )
26/1/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-1227 d.d. 22 december 2016 : (Vraag gesteld in het Frans)

Enkele dagen geleden publiceerde de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (European Food Safety Authority - EFSA) , als antwoord op de talrijke opmerkingen over het gebrek aan transparantie, ruwe gegevens over de gevolgen van glyfosaat op gezondheid en milieu. Vooral de informatie over de mengsels van glyfosaat en andere molecules, met name de adjuvanten die gebruikt worden voor de producten die verkocht worden in de handel, is heel onrustwekkend.

De vragen vallen onder de bevoegdheid van de Senaat in de mate dat het een federale aangelegenheid betreft die een invloed heeft op de bevoegdheid van de deelstaten inzake landbouw, volksgezondheid, milieu, welzijn, ...

Uw administratie zou bevoegd zijn voor de analyse van deze gegevens van de EFSA. Hebt u uw administratie daartoe al de opdracht gegeven?

U zult zich herinneren dat tijdens de Europese besprekingen Wallonië de federale regering gevraagd heeft een sterk standpunt in te nemen. Het Brussels Gewest had dezelfde visie en heeft een reglement uitgevaardigd om het gebruik van dit product op zijn grondgebied te verbieden. Niettegenstaande deze verzoeken heeft de minister beslist het advies van de Europese Commissie te volgen en de actieve substantie opnieuw toe te laten.

Via de uitvoeringsverordening (EU) 2016/1313 van de Commissie van 1 augustus 2016 tot wijziging van de uitvoeringsvordering (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof glyfosaat, verbiedt de Europese Commissie nochtans het gebruik van de formuleringshulpstof POE-tallowamine. Deze verordening is sedert 22 augustus 2016 van kracht.

In juni 2016 besliste Frankrijk reeds om de Europese beslissing niet af te wachten, maar het advies van het Agence Nationale de Sécurité Sanitaire de l'Alimentation (ANSES) te volgen en producten op basis van glyfosaat die tallowamine bevatten, te verbieden. Sindsdien zijn meer dan honderdtweeëndertig producten van de markt gehaald.

Volgens de informatie op de website www.phytoweb.be, is het standpunt van België: “In eerste instantie betekent dit de intrekking van alle toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen op basis van glyfosaat die POE-tallowamine als formuleringshulpstof bevatten.” Enkele lijnen verder lezen we dat “Alleen producten die glyfosaat en POE-tallowamine bevatten […] binnenkort verboden zullen worden.”

Ik lees ook op de website dat er bepaalde afwijkingen zijn om de voorraden op te gebruiken. De minister houdt zich echter aan de data die oorspronkelijk werden aangekondigd, namelijk: “Het op de markt brengen en de opslag van deze middelen door de toelatingshouder zijn toegelaten tot 22 augustus 2016. De op de markt aanwezige voorraden mogen door derden verkocht en opgeslagen worden tot 22 februari 2017. Het gebruik is nog toegelaten tot 22 februari 2018.”

Het reglement van de Europese Commissie voorziet in geen enkel uitstel. Uw interpretatie van het reglement verbaast me dus. Volgens mij moet het verbod onmiddelijk van toepassing zijn. Kan de minister mij meedelen waarom deze producten nog niet van de markt gehaald zijn?

Antwoord ontvangen op 26 januari 2017 :

Ik wil u eraan herinneren dat ik altijd gehecht ben geweest aan het voorzorgsbeginsel en dat zal blijven inzake de risico’s die gewasbeschermingsmiddelen kunnen inhouden. En ik volg de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis daarover zeer aandachtig.

Het geval dat het voorwerp uitmaakt van uw vraag, toont goed aan dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen het product zelf, glyfosaat, en de producten die daaraan worden toegevoegd om te komen tot de uiteindelijke formule. Ik besteed zeer veel aandacht aan deze problematiek. Deze laatste producten, die we formuleringshulpstoffen zullen noemen, kunnen soms bepaalde problemen veroorzaken door de opeenstapeling van effecten door de mengeling van substanties in hetzelfde product.

Uitvoeringsverordening (Europese Unie (EU)) 2016/1313 van de Commissie van 1 augustus 2016, waarin de lidstaten gevraagd wordt erover te waken dat gewasbeschermingsmiddelen op basis van glyfosaat de formuleringshulpstof “POE-tallowamine” niet mogen bevatten, illustreert dit. 

In toepassing van deze verordening heeft mijn administratie onmiddellijk brieven verstuurd op 09/08/2016 naar alle houders van een toelating voor een gewasbeschermingsmiddel dat “POE-tallowamine” bevat. Deze brieven kondigden de intrekking aan van de toelatingen op 22/08/2016.

De houders hadden 90 dagen om beroep aan te tekenen tegen deze beslissing. Er werd beroep ingediend door een fabrikant van een product dat deze formuleringshulpstof bevat op 21/10/2016, waarin werd aangeklaagd dat de intrekkingstermijn bij ons veel korter was dan wat voorgeschreven werd door de Europese reglementering.

Mijn administratie heeft het immers quasi onmiddellijk de fabrikanten verboden om deze producten op de markt te brengen (minder dan 15 dagen), terwijl zij tot 6 extra maanden hadden kunnen beschikken op basis van Europese verordening 1107/2009. Ondanks dit beroep werden de initieel aangekondigde data behouden, namelijk “Het op de markt brengen en de opslag door de houder van een toelating zijn toegelaten tot 22 augustus 2016”.  

Voor wat betreft de verkoop van producten in stock bij de winkeliers, zijn deze activiteiten nog toegelaten tot 22 februari 2017. Het is belangrijk op te merken dat sinds 22 augustus 2016 deze stocks niet meer aangevuld konden worden dankzij de voormelde vooruitziendheid.  

Het gebruik van deze producten zelf zal nog mogelijk zijn tot uiterlijk 22 februari 2018.

Deze termijnen werden vastgelegd in verordening 1107/2009, waardoor zij niet werden vermeld in uitvoeringsverordening (EU) 2016/1313. Deze termijnen van 6 en 18 maanden komen overeen met de termijnen die gebruikelijk gevolgd worden door de meerderheid van de Lidstaten.