Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1166

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 6 december 2016

aan de minister van Justitie

Veroordeelde terroristen - Ondersteuningsnetwerk - Uitwisselen van salafistische propaganda - Doorkruisen van de deradicaliseringsprogramma's

extremisme
islam
terrorisme
religieus conservatisme
politieke propaganda
gedetineerde
Frankrijk

Chronologie

6/12/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/1/2017 )
20/2/2017 Rappel
6/4/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1165

Vraag nr. 6-1166 d.d. 6 december 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 6-822 en uw antwoord op mijn vragen betreffende de extremistische stichting Al-Ighaatha die zowel in Nederland als in België opereerde en giften verzamelde voor veroordeelde terroristen in gevangenissen.

Ik beschik nu over informatie die erop wijst dat dit geen geïsoleerd geval is. De Franse vereniging zonder winstoogmerk (vzw) Sanabil die werd opgericht in 2010 wordt door de Franse overheid verdacht van bekeringsdrang en het verheerlijken van terrorisme. Deze vzw richt zich actief tot voor terrorisme veroordeelde gedetineerden. Naast zogenaamde « religieuze bijstand » stelt deze organisatie giften ter beschikking van de veroordeelden en hun familie en dit onder de vorm van geld, kleren en religieuze salafistische lectuur. De organisatie had 750 leden uit elf landen. De organisatie blijkt 179 gedetineerden te hebben ondersteund. De voorzitter van de vzw Sanabil blijkt nauwe banden te hebben met extremistische predikers en actieve leden van de Islamitische Staat (IS).

Haar activiteiten blijken geenszins beperkt te zijn tot Frankrijk. Zo heeft zij reeds in 2013 actieve steun verleend aan de in België veroordeelde Jean-Louis Denis en Abou Rayan. Op 6 november 2016 werd een gift van honderd euro overgemaakt aan de gedetineerde Johnny Gellaerts. Deze laatste geeft in zijn correspondentie met de vzw Sanabil aan dat hij graag bij zijn vrijlating een rijbewijs voor zware vrachtwagens wil halen en dit om « chemische producten te vervoeren ».

Uit een nota van de Franse Direction des renseignements de la préfecture de police (DRPP) blijkt dat de desbetreffende organisatie in het centrum staat van een netwerk dat de meeste gedetineerden voor terrorisme omvat in het Franse territorium. Uit de info hierboven kan men besluiten dat dit in ons land het geval is. Leden van de vzw blijken tevens gebruik te maken van het bezoekrecht om de terroristen in de gevangenissen te bezoeken.

De Franse minister van Binnenlandse Zaken heeft per decreet deze vzw laten ontbinden. De bestuurders van de vzw hebben huisarrest gekregen. Gezien deze vzw een bijzonder groot netwerk heeft ontwikkeld waarbij zowel Belgische als Franse gedetineerden veroordeeld voor terrorisme actief werden benaderd, financiering kregen en er correspondentie met hen werd gevoerd, had ik u graag enkele vragen voorgelegd. Deze spitsen zich toe op de salafistische literatuur die door de desbetreffende vzw werd verspreid aan de gedetineerde terroristen. Ik verwijs naar een nog steeds actief zijnde website van deze organisatie waarop een gedetineerde vroeg naar salafistische boeken waaronder de « Maarij al-Qabul ». Het hoeft geen betoog dat het vrij verkrijgbaar laten van dergelijke salafistische propaganda geenszins bevorderlijk is voor de deradicaliseringsinitiatieven van de Gemeenschappen. Dergelijke propaganda moet dan ook geweerd worden omdat ze aanleiding geeft tot het verder radicaliseren van veroordeelde terroristen.

Wat het transversale karakter van deze vraagbetreft : in het Vlaams regeerakkoord wordt aandacht besteed aan het voorkomen van radicalisering en is er sprake van de oprichting van een cel met experten uit de diverse beleidsdomeinen om radicalisering te voorkomen, te detecteren en te remediëren, met één centraal aanspreekpunt en in samenwerking met andere overheden. De coördinatie van deze cel ligt bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Vooral wat de proactieve aanpak en de handhaving betreft , vervult de federale overheid een sleutelrol. In de toekomst zal ook een federale ambtenaar van de federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken deel uitmaken van deze cel. Het betreft dus een transversale Gewestaangelegenheid. Ik verwijs tevens naar het recente actieplan van de Vlaamse regering ter preventie van radicaliseringsprocessen die kunnen leiden tot extremisme en terrorisme.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende aanvullende vragen :

1) Met hoeveel veroordeelde terroristen die in Belgische gevangenissen verblijven, stonden de leden van de vzw Sanabil in contact ? Kunt u dit cijfer toelichten ?

2) Met hoeveel voor terrorisme veroordeelde personen die in België verblijven staat of stond de vzw Sanabil in contact ?

3) Hoe wordt concreet omgegaan met salafistische boeken en andere propaganda die klaarblijkelijk worden verzonden naar bepaalde gedetineerden en die in de gevangenissen  circuleren? Bestaan er hieromtrent richtlijnen en kunt u deze zeer gedetailleerd oplijsten ?

4) Bent u het met me eens dat het verspreiden van salafistische propaganda haaks staat op de deradicaliseringsinitiatieven die door de Gemeenschappen worden genomen ? Hebt u hieromtrent reeds overleg gehad of hebt u overleg gepland ?

5) Werd reeds salafistische propaganda in beslag genomen in de gevangenissen en kunt u dit toelichten ? Om hoeveel boeken of ander materiaal ging het en waar kwamen deze vandaan ?

Antwoord ontvangen op 6 april 2017 :

1) en 2) In totaal hebben 20 gedetineerden een brief ontvangen van Sanabil, sommigen onder hen zelfs verschillende malen.
Het in kaart brengen van het netwerk wordt bemoeilijkt door het feit dat er vaak geen verwijzingen zijn naar de naam Sanabil. Er wordt enkel verwezen naar een adres in Frankrijk.

Op 17/11/2015 werd, ter sensibilisering, binnen het gevangeniswezen een richtlijn verspreid mbt de brieven van Sanabil .

Aangezien Sanabil bekend staat als een radicale islamitische organisatie (recent zelfs erkend als terroristische organisatie in Frankrijk) die terroristische gedetineerden steun verleent in de gevangenissen, wordt de briefwisseling van deze organisatie niet overhandigd.

Voor het niet-overhandigen beroept DG EPI zich op art. 55 §2 van de basiswet (interne rechtspositie – Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden): “§ 2. De directeur heeft de bevoegdheid om de brieven of de bijgesloten voorwerpen en substanties niet te bezorgen aan de gedetineerde, wanneer dit volstrekt noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid.”

3) Vooreerst dient opgemerkt te worden dat salafistische literatuur vrij verkrijgbaar is en dat niet alle salafistische drukwerken aanleiding geven tot extremistisch geweld. Concreet worden de gevangenisdirecties gesensibiliseerd rond deze literatuur. Literatuur die aanstuurt tot intolerantie en haat (in alle vormen van extremisme) wordt zoveel mogelijk bestreden bij toepassing van bovenvermeld artikel uit de Basiswet. Ook hier is de rol van de gevangenisimam cruciaal.
In de praktijk worden boeken van geradicaliseerde en terrogedetineerden via de Cel Extremisme gescreend op schadelijke inhoud. Dit gebeurt in samenwerking met de veiligheidsdiensten.
4) Dit onderwerp komt aan bod in de werkgroep salafisme binnen het plan R.
In de schoot van DG EPI werd heel recent ook een ad hoc werkgroep ‘Literatuur’ samengebracht ter fine van het exploreren van de mogelijke pistes qua aanpak van deze problematiek en qua juridische haalbaarheid ervan. Vertegenwoordigers van diverse diensten en experten werden hierop uitgenodigd (i.c. OCAD, Federale Politie, diensthoofden van de islamconsulenten, CAPREV, enz.). Een eerste vergadering ging door op 06/03/17. De input van de deelnemers zal verwerkt worden in een omstandige nota t.b.v. de directeur-generaal van DG EPI.
5) Art. 55 § 2 Basiswet werd reeds enkele malen toegepast. Het betrof hoofdzakelijk boeken van vooral Wahhabitisch salafistische auteurs (uit vorige eeuwen). Vaak krijgen de gedetineerden deze boeken via hun bezoekers mee.