Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1162

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 6 december 2016

aan de minister van Justitie

Veroordeelde terroristen - Ondersteuningsnetwerken - Franse vzw Sanabil - Opvolging en screening - Bevriezen geldmiddelen - Handhaving - Veiligheid van de Staat - Samenwerking met de Franse veiligheidsdiensten - Ontbinding van de vereniging

extremisme
religieus conservatisme
terrorisme
financiering
gedetineerde

Chronologie

6/12/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/1/2017 )
20/2/2017 Rappel
6/4/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1161

Vraag nr. 6-1162 d.d. 6 december 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 6-822 en uw antwoord op mijn vragen betreffende de extremistische stichting Al-Ighaatha die zowel in Nederland als in België opereerde en giften verzamelde voor veroordeelde terroristen in gevangenissen.

Ik beschik nu over informatie die erop wijst dat dit geen geïsoleerd geval is. De Franse vereniging zonder winstoogmerk (vzw) Sanabil die werd opgericht in 2010 wordt door de Franse overheid verdacht van bekeringsdrang en het verheerlijken van terrorisme. Deze vzw richt zich actief tot voor terrorisme veroordeelde gedetineerden. Naast zogenaamde « religieuze bijstand » stelt deze organisatie giften ter beschikking van de veroordeelden en hun familie en dit onder de vorm van geld, kleren en religieuze salafistische lectuur. De organisatie had 750 leden uit elf landen. De organisatie blijkt 179 gedetineerden te hebben ondersteund. De voorzitter van vzw Sanabil blijkt nauwe banden te hebben met extremistische predikers en actieve leden van de Islamitische Staat (IS).

Haar activiteiten blijken geenszins beperkt te zijn tot Frankrijk. Zo heeft zij reeds in 2013 actieve steun verleend aan de in België veroordeelde Jean-Louis Denis en Abou Rayan. Op 6 november 2016 werd een gift van honderd euro overgemaakt aan de gedetineerde Johnny Gellaerts. Deze laatste geeft in zijn correspondentie met vzw Sanabil aan dat hij graag bij zijn vrijlating een rijbewijs voor zware vrachtwagens wil halen en dit om « chemische producten te vervoeren ».

Uit een nota van de Franse Direction des renseignements de la préfecture de police (DRPP) blijkt dat de desbetreffende organisatie in het centrum staat van een netwerk dat de meeste gedetineerden voor terrorisme omvat in het Franse territorium. Uit de info hierboven kan men besluiten dat dit in ons land het geval is. Leden van de vzw blijken tevens gebruik te maken van het bezoekrecht om de terroristen in de gevangenissen te bezoeken.

De Franse minister van Binnenlandse Zaken heeft per decreet deze vzw laten ontbinden. De bestuurders van de vzw hebben huisarrest gekregen. Gezien deze vzw een bijzonder groot netwerk heeft ontwikkeld waarbij zowel Belgische als Franse gedetineerden veroordeeld voor terrorisme actief werden benaderd, financiering kregen en er correspondentie met hen werd gevoerd, had ik u graag enkele vragen voorgelegd.

Wat betreft het transversale karakter van deze vraag : in het Vlaams regeerakkoord wordt aandacht besteed aan het voorkomen van radicalisering en is er sprake van het oprichten van een cel met experten uit de diverse beleidsdomeinen om radicalisering te voorkomen, te detecteren en te bestrijden, met één centraal aanspreekpunt en in samenwerking met andere overheden. De coördinatie van deze cel ligt bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Vooral wat betreft de proactieve aanpak en de handhaving vervult de federale overheid een sleutelrol. In de toekomst zal ook een ambtenaar van de federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken deel uitmaken van deze cel. Het betreft dus een transversale Gewestaangelegenheid. Ik verwijs tevens naar het recente actieplan van de Vlaamse regering ter preventie van radicaliseringsprocessen die kunnen leiden tot extremisme en terrorisme.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende aanvullende vragen :

1) Kunt u meedelen met hoeveel veroordeelde terroristen en / of hun familieleden de Franse vzw Sanabil in contact stond ? Hebben onze veiligheidsdiensten reeds het hele netwerk in kaart gebracht ? Zo ja, kunt u meedelen wat het doel was van deze vzw in het systematisch benaderen en ondersteunen van veroordeelde terroristen in ons land en in Frankrijk ? Staan onze veiligheidsdiensten wat deze vzw betreft in contact met Frankrijk om alle nuttige informatie te bekomen alsook nuttige informatie over te maken ?

2) Kunt u meedelen hoeveel niet- gouvernementele organisaties (ngo's) en vzw's gerichte steun bieden aan veroordeelde terroristen en dit gezien ik heden al weet heb van drie dergelijke groeperingen, waarvan er twee niet meer actief zijn ? Kunt u bevestigen dat het veeleer over salafistische en / of extremistische groeperingen gaat en over welke groepering gaat het ? Zijn er ook moskeeën die giften doen ? Zo ja, welke ?

3) Worden deze geldmiddelen daadwerkelijk preventief bevroren, gezien het risico bestaat dat ingezamelde middelen voor terroristen en hun familie aangewend worden voor andere criminele of zelfs terroristische doeleinden ? Ik verwijs hierbij naar de plannen van een voor terrorisme veroordeelde Belgische gevangene die geldmiddelen ontving om bij zijn vrijlating een vrachtwagenrijbewijs te halen met het oog op « transport van chemische producten ». Zo neen, waarom niet en kunt u toelichten of dit niet aangewezen is ?

4) Beschikt u over de mogelijkheid om een vzw te laten ontbinden wegens het aanzetten en / of het verheerlijken van terrorisme en dit naar analogie van de recent getroffen maatregelen door de Franse minister van Binnenlandse Zaken jegens de vzw Sanabil ? Zo ja, kunt u meedelen of u hiervan reeds gebruik hebt gemaakt ? Zo neen, is dit wenselijk ?

5) Hoe reageert u op de pogingen van diverse verenigingen om systematisch in contact te treden met veroordeelde terroristen alsook hun familie en dit met het oog op het aanbieden van een ondersteuningsnetwerk onder de vorm van giften en « morele » ondersteuning ? Deelt u mijn ongerustheid hieromtrent en gaat u bijkomende maatregelen nemen om dergelijke ondersteuningsnetwerken te kortwieken ?

Antwoord ontvangen op 6 april 2017 :

1) en 5) In totaal hebben 20 gedetineerden een brief ontvangen van Sanabil, sommigen onder hen meerdere keren.

Het in kaart brengen van het netwerk wordt bemoeilijkt door het feit dat er vaak geen verwijzingen zijn naar de naam Sanabil. Er wordt enkel verwezen naar een adres in Frankrijk.

Op 17 november 2015 werd, ter sensibilisering, binnen het gevangeniswezen een richtlijn verspreid met betrekking tot de brieven van Sanabil .

Aangezien Sanabil bekend staat als een radicale islamitische organisatie (recent zelfs erkend als terroristische organisatie in Frankrijk) die terroristische gedetineerden steun verleent in de gevangenissen, wordt de briefwisseling van deze organisatie niet overhandigd.

Voor het niet-overhandigen beroept het DG Penitentiaire inrichtingen (EPI) zich op art. 55 §2 van de basiswet (interne rechtspositie – basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden :

“§ 2. De directeur heeft de bevoegdheid om de brieven of de bijgesloten voorwerpen en substanties niet te bezorgen aan de gedetineerde, wanneer dit volstrekt noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid.”

2) Er zijn verschillende personen en groepen bekend die in België en in andere Europese lidstaten, actief islamitische gevangenen ondersteunen. Dit is evenwel niet steeds beperkt tot personen die zijn opgesloten wegens terrorisme.

Meer bepaald kan verwezen worden naar SANABIL, verscheidene natuurlijke personen en feitelijke verenigingen die gelinkt kunnen worden aan de entourage van het voormalige Sharia4Belgium (Free Abu Imran).

Ook in andere Europese landen zijn dergelijke organisatie actief. Zo kan verwezen worden naar Cage Prisoners in het Verenigd Koninkrijk, Behind Bars en Al Ighaatha in Nederland, Ansarul-Aseer (intussen verboden) in Duitsland en Sanabil (intussen verboden) in Frankrijk.

Deze organisaties steunen gevangenen via kleine giften en via het ter beschikking stellen van morele steun en literatuur. Aangezien de steunbedragen bijzonder laag zijn (soms slechts 10 euro) en gericht zijn op het geven van gemak aan specifieke gevangenen is het bijzonder moeilijk om hier tegen op te treden.

In het kader van het plan Radicalisme werd een werkgroep ‘gevangenissen’ opgericht, waar het DG EPI, de federale politie (DJSOC/TERRO) en de VSSE deel van uitmaken. Deze problematiek komt daar ook aan bod.

Ten aanzien van gedetineerden met een terrorisme-achtergrond (veroordeeld voor – verdacht van) wordt nauwlettend toegezien op de invloeden die van en naar deze gedetineerden uitgaan.

Tussen de verschillende Europese politie- en inlichtingendiensten wordt hierover actief informatie uitgewisseld.

Daar waar strafbaar gedrag wordt vastgesteld wordt dit systematisch gemeld aan het bevoegde parket.

Het DG EPI werkt actueel een interne procedure uit teneinde de transacties die worden uitgevoerd via de gevangenisrekeningen nog beter te controleren en, in voorkomend geval, melding te kunnen verrichten bij de Cel voor financiële informatieverwerking indien verdachte verrichtingen in het kader van witwassen of financiering van terrorisme worden vastgesteld, conform de verplichtingen van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme.

Het DG EPI heeft sinds kort toegang tot de gemeenschappelijke gegevensbank foreign terrorist fighters, opgericht met het Koninklijk Besluit van 21 juli 2016 betreffende de gemeenschappelijke gegevensbank foreign terrorist fighters en tot uitvoering van sommige bepalingen van de afdeling 1bis "het informatiebeheer" van hoofdstuk IV van de wet op het politieambt, waardoor het, specifiek wat betreft de FTF, opzoekingen kan uitvoeren in de databank. Zij kan zelf informatie toevoegen aan de databank, onder andere over eventuele financiering. Dit zal de opvolging van betrokkenen nog verbeteren.

Ter zake kan ook verwezen worden naar de inspanningen in het kader van het project “Belfi” waarbij, op gezag van het Parket-Generaal van Brussel, op multidisciplinaire wijze fraude met sociale uitkeringen bij foreign terrorist fighters wordt opgespoord. In het kader van het Kanaalplan, werd in september 2016 beslist om het toepassingsgebied van het project Belfi uit te breiden naar de personen die voor feiten van drugs, wapens, valse documenten en terrorisme werden opgesloten.

Daarnaast bestaan uiteraard ook hulporganisaties voor moslimgevangenen. Deze vanuit humanitair oogpunt opererende informele groepen vormen op geen enkele wijze een probleem. Ook moskeeën spelen soms – met name in de ramadan-periode – een rol in het ondersteunen van moslimgevangenen. Tot op heden werden daarbij nooit problemen opgemerkt.

3) Op 7 september 2015 hebben de Ministers van Justitie en Financiën een omzendbrief inzake de tenuitvoerlegging van de artikelen 3 en 5 van het koninklijk besluit van 28 december 2006 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme, uitgevaardigd. Hierin wordt de praktische procedure om over te gaan tot de administratieve bevriezing van tegoeden in het kader van terrorismefinanciering bepaald.

Deze procedure werd tijdens deze legislatuur voor de eerste keer toegepast. Tussen mei 2016 en januari 2017 werden de economische tegoeden van 36 personen administratief bevroren in het kader van de strijd tegen de financiering van het terrorisme.

Daarnaast kunnen ook de gerechtelijke overheden in het kader van strafonderzoeken activa in beslag nemen en bankverrichtingen, conform artikel 46quater, §2 van het Wetboek van Strafvordering, blokkeren.

4) Conform artikel 35 van het Strafwetboek kan enkel de rechter de ontbinding van een rechtspersoon (waaronder een vzw) uitspreken, wanneer deze opzettelijk is opgericht om de misdaden of wanbedrijven te plegen waarvoor hij wordt veroordeeld of wanneer hij hier opzettelijk van zijn doel toe is afgewend. Deze mogelijkheid bestaat dus ook indien de vzw wordt veroordeeld wegens of wordt aangewend voor terroristische misdrijven.

Daarnaast kan het openbaar ministerie de gerechtelijke ontbinding door de rechtbank van koophandel vorderen indien de rechtspersoon in gebreke blijft met het neerleggen van de jaarrekening bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België.

In het kader van het project “Belfi” en het Kanaalplan worden ook controles op rechtspersonen uitgevoerd. Wat de controles van rechtspersonen betreft, gaat het voornamelijk, maar niet exclusief, om vzw’s. Hierbij worden misdrijven en onregelmatigheden vastgesteld, die desgevallend, onder andere, kunnen leiden tot bovenstaande maatregelen.