Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1147

van Christie Morreale (PS) d.d. 29 november 2016

aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, en Wetenschapsbeleid, belast met Grote Steden, toegevoegd aan de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken

Vrouwelijke genitale verminking - Asielzoekers - Medische en psychische hulpverlening in de opvangcentra - Maatregelen - Gespecialiseerde verenigingen - Samenwerking

seksuele verminking
politiek asiel
positie van de vrouw

Chronologie

29/11/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 29/12/2016 )
22/2/2017 Rappel
3/12/2018 Rappel
9/12/2018 Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 6-2246

Vraag nr. 6-1147 d.d. 29 november 2016 : (Vraag gesteld in het Frans)

In niet minder dan 25 Afrikaanse landen worden vrouwen seksueel verminkt. Volgens het rapport van het Kinderfonds van de Verenigde Naties (Unicef) van 2013 hebben meer dan 125 miljoen meisjes en vrouwen een vorm van vrouwelijke genitale verminking (VGV) ondergaan. Die ďpraktijken die nefast zijnĒ voor de fysieke integriteit van de betrokken vrouwen en meisjes stoppen jammer genoeg niet aan de grens.

De Westerse landen die, net zoals BelgiŽ, bevolkingsgroepen opvangen waarin vrouwelijke genitale verminking voorkomt, worden geconfronteerd met het probleem van de preventie van het gevaar op verminking, maar ook met de behandeling van de gevolgen van de verminking op de gezondheid van de vrouwen die er het slachtoffer van zijn.

De resultaten van de meest recente studie over de prevalentie van VGV in BelgiŽ, uitgevoerd door het Tropisch Instituut voor Geneeskunde op vraag van de Federale Openbare Dienst (FOD) Volksgezondheid, werden op 5 februari 2014 voorgesteld. De bevindingen van die studie zijn zorgwekkend: er wonen meer dan 13.000 besneden vrouwen in BelgiŽ. Vierduizend jonge meisjes lopen volgens die studie het gevaar besneden te worden. In vergelijking met de studie van 2008 zijn die cijfers verdubbeld aangezien het aantal besneden vrouwen in BelgiŽ toen op 6000 werd geschat en het aantal meisjes in gevaar op 2000.

Hoewel de Belgische wet (artikel 409 van het Strafwetboek) elke praktijk van vrouwelijke verminking, zoals het wegsnijden van de clitoris, het gedeeltelijk wegnemen van de vrouwelijke geslachtsorganen, of infibulatie, verbiedt en strafbaar stelt, wordt BelgiŽ ook getroffen door dat fenomeen, en moet BelgiŽ dus preventie- en beschermingsmaatregelen nemen, maar ook de zorg opnemen voor de slachtoffers.

Bij de opvang van asielzoekers, en om gevolg te geven aan de herziening van de richtlijn ďOpvangĒ en in het kader van de omzetting van die richtlijn, moeten de Staten er zich toe verbinden de slachtoffers van fysiek of psychologisch gweld, waaronder de VGV-slachtoffers, te identificeren.

In dat kader hebben de verenigingen Groep voor de Afschaffing van vrouwelijke genitale verminking (GAMS) BelgiŽ en Intact een reeks aanbevelingen geformuleerd voor de opvanginstellingen voor asielzoekers om een effeciŽnte preventie van VGV en een betere zorg aan de slachtoffers van VGV te verzekeren. Het volgende werd vermeld:

- in het medische consultatieformulier bij de aankomst van de asielzoeker in ons land de gewelddaden opgelopen in het land van herkomst, met inbegrip van VGV, opnemen;

- instaan voor een psychosociale en medische opvolging van de betrokken persoon;

- de persoon informeren over de context van VGV in BelgiŽ;

- zorgen voor de overdracht van de zorg naar gespecialiseerde organisaties zodat de continuÔteit van de medische zorgen gewaarborgd is.

Al die vragen behoren tot de bevoegdheid van de Senaat aangezien ze een federale materie betreffen - asiel en immigratie - die invloed heeft op bevoegdheden van de deelstaten inzake gelijke kansen, welzijn, preventie,...

1) Kunt u me meedelen welke maatregelen u in dit kader hebt genomen? Krijgen de personen die herkend werden als slachtoffer aangepaste medische en psychologische begeleiding? Het is immers noodzakelijk dat de vrouwen die hier aankomen, in de eerste plaats beseffen dat die praktijken abnormaal en verboden zijn op Belgisch grondgebied, opdat ze die praktijken niet zelf toepassen op hun dochters.

2) Werkt u aan die problemen met gespecialiseerde verenigingen? Werd er een systematische samenwerking georganiseerd?