Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1113

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 14 november 2016

aan de minister van Justitie

SyriŽstrijders - Beleid - Uitkeringen en voorzieningen - Bevolkingsregister - Schrapping - Cijfers - Samenwerking met de Gewesten en Gemeenschappen - Project BELFI - Resultaten - Wetgevend initiatief van de Nederlandse regering

terrorisme
extremisme
sociale bijstand
sociale uitkering
SyriŽ

Chronologie

14/11/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 15/12/2016 )
1/8/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1112

Vraag nr. 6-1113 d.d. 14 november 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Transversaal karakter van de vraag : de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2016-2019, en werden besproken tijdens een InterministeriŽle Conferentie, waarop ook de politionele en justitiŽle spelers aanwezig waren. Het fenomeen van de strijd tegen het terrorisme en de radicalisering is een van de grote prioriteiten. Deze vraag betreft een transversale gewestbevoegdheid betreffende de strijd tegen radicalisering, enerzijds, en deradicalisering, anderzijds. Ik verwijs tevens naar het recent goedgekeurde verslag over de radicalisering in BelgiŽ namens de bijzondere commissie Radicalisering van de Senaat (stukken van de Senaat nrs. 6-205/1 tot /4 - 2015/2016).

Inzake de financiering van terrorisme heeft de Nederlandse regering een voorstel van wet tot wijziging van de socialezekerheidswetgeving, de wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de wet studiefinanciering 2000, de wet studiefinanciering BES, de wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de algemene wet inkomensafhankelijke regelingen neergelegd in verband met opname van een grondslag voor beŽindiging van uitkeringen, studiefinanciering en tegemoetkoming bij deelname aan een terroristische organisatie.

De Nederlandse regering wil verhinderen dat met uitkeringen en voorzieningen een financiŽle bijdrage wordt geleverd aan organisaties die zich bezighouden met terroristische activiteiten waardoor de nationale veiligheid wordt bedreigd. De regering is van oordeel dat alle financiŽle middelen die worden ingebracht in of worden meegenomen naar het gebied dat door een terroristische organisatie wordt beheerst, uiteindelijk bijdragen aan het (voort)bestaan van die terroristische organisatie en daarmee dus ook bijdragen aan het voortduren van de dreiging die uitgaat vanuit de organisatie richting het Westen, waaronder Nederland.

Voor de regering geldt het principe dat de Staat op geen enkele wijze terrorisme financiert. Elke mogelijke vorm van een financiŽle overheidsbijdrage aan een terroristische organisatie moet worden voorkomen of beŽindigd. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan het stopzetten van socialezekerheidsuitkeringen, toeslagen en studiefinanciering. Het stopzetten van deze uitkeringen, toeslagen en studiefinanciering dient snel en uniform, dat wil zeggen meteen als iemand als uitreiziger wordt aangemerkt en voor alle overheidsuitkeringsregelingen op dezelfde manier, plaats te vinden.

Via het project BELFI gaat de Brusselse federale gerechtelijke politie systematisch na welke uitkeringen de naar SyriŽ vertrokken personen nog ontvangen.

Diverse burgemeesters kondigden aan SyriŽstrijders te schrappen uit het bevolkingsregister, waardoor ze ook eventuele vervangingsinkomens en uitkeringen verliezen.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1) Hoe reageert u op het wetgevend initiatief van de Nederlandse regering die systematisch en uniform alle uitkeringen en voorzieningen schrapt voor individuen wegens deelname aan een terroristische organisatie ? Is een gelijkaardig initiatief ook in ons land noodzakelijk? Zo neen, waarom niet ?

2) In hoeverre zijn de in ons land gekende SyriŽstrijders systematisch uitgesloten van uitkeringen, voorzieningen of andere voordelen vanwege de overheid? Kunt u dit cijfermatig en gedetailleerd toelichten ?

3) Hoe vindt er hier concreet coŲrdinatie plaats met de Gemeenschappen en de Gewesten om te voorkomen dat er vanuit welke overheid het ook weze nog subsidies, uitkeringen of andere voordelen worden toegekend aan de SyriŽstrijders ?

4) Kunt u de meest recente cijfers geven van het aantal geschrapte SyriŽstrijders uit het bevolkingsregister ten opzichte van het totaal aantal SyriŽstrijders ? Kunt u deze cijfers desgevallend opdelen per Gewest ? Bent u tevreden over deze cijfers ?

5) Zult u een wetgevend initiatief nemen in samenspraak met de Gewesten en de Gemeenschappen om een waterdicht net te maken wat betreft het schrappen van voorzieningen, uitkeringen en andere voordelen vanwege de overheid ten aanzien van SyriŽstrijders ?

6) Hoe voorkomt het beleid dat terugkerende SyriŽstrijders nog een beroep kunnen doen op de respectieve overheden van ons land om een uitkering, toelage of voorziening van hen te bekomen ? Kunt u dit uitvoerig toelichten ?

7) Wordt het BELFI-project heden in alle gerechtelijke arrondissementen en politiezones uniform en systematisch toegepast ? Zo ja, kunt u dit cijfermatig toelichten ? Zo neen, waarom niet en waar zijn er concreet nog problemen ?

Antwoord ontvangen op 1 augustus 2017 :

Er wordt verwezen naar het antwoord op schriftelijke vraag nr. 6-1112, vanwege de minister van Binnenlandse Zaken, eveneens gesteld door de geachte senator.