Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1100

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 7 november 2016

aan de minister van Justitie

Bedienaars van erediensten en de afgevaardigden van de vrijzinnigheid - Studie - Stand van zaken - Opdracht - Termijn - Uitwerking voor de deelstaten

verhouding kerk-staat
geestelijkheid
scheiding tussen kerk en staat
verdeling van de bevoegdheden

Chronologie

7/11/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/12/2016 )
20/2/2017 Rappel
27/6/2017 Rappel
9/12/2018 Dossier gesloten

Gelijkaardige vraag ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1059
Heringediend als : schriftelijke vraag 6-2106

Vraag nr. 6-1100 d.d. 7 november 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar de eerdere schriftelijke vraag nr. 6-1059 en het antwoord van de eerste minister, die mij naar u doorverwijst voor de desbetreffende vragen.

Op een overleg tussen de eerste minister en de ministers-presidenten van de deelstaten op 23 december 2015 werd beslist een studie te bestellen om in kaart te brengen welke maatregelen kunnen getroffen met betrekking tot de bedienaars van de erediensten. Onder andere zou het doel zijn na te gaan welke voorwaarden gekoppeld kunnen worden aan de erkenning en betoelaging van de bedienaars van de erediensten door de overheid. Vlaams minister-president Geert Bourgeois heeft intussen bevestigd dat deze studie besteld is.

De grondwettelijke verwevenheid van kerk en Staat, zoals onder andere bepaald in artikel 181 van de Grondwet, is een transversale aangelegenheid. De erkenning van erediensten en de wedden en pensioenen van de bedienaars van de erediensten en de afgevaardigden van de vrijzinnigheid is een federale bevoegdheid. De materiŽle organisatie en werking van de erkende erediensten is een gewestelijke aangelegenheid.

Kan de geachte minister een stand van zaken geven van deze studie en daarbij antwoorden op de volgende niet exhaustieve lijst vragen†?

1) Zal de studie intern of extern uitgevoerd worden†?

2) Indien de studie extern uitgevoerd wordt, door wie en waarom is er voor deze partner gekozen†?

3) Wat is de exacte omschrijving van de opdracht van de studie†?

4) Worden initiatieven uit andere landen meegenomen in het onderzoek†? Indien ja, zal er hieruit een lijst met best practices opgelijst worden†?

5) Zullen beleidskeuzes van de deelstaten meegenomen worden in het onderzoek†? Zo ja, welke†?

6) Is er een termijn naar voren geschoven ter uitvoering van de studie†? Zal deze studie dan ook publiek worden gemaakt†?

7) Hebben de deelstaten hun bekommernissen kunnen meedelen die meegenomen dienen te worden in de studie†?