Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1073

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 26 oktober 2016

aan de minister van Justitie

Terrorisme - Crimineel verleden - Rekrutering van criminelen in jihadistische netwerken - Nieuwe studie - Gevangenisbeleid - Overbevolking - Detectie van radicalisering - Opleiding van de personeelsleden van de gevangenissen

terrorisme
extremisme
misdadigheid
strafgevangenis
religieus conservatisme

Chronologie

26/10/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 24/11/2016 )
20/2/2017 Rappel
23/3/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1072

Vraag nr. 6-1073 d.d. 26 oktober 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar de onlangs vrijgegeven studie van de International Centre for the Study of Radicalisation and Political Violence (ICSR) van professor Peter R. Neuman (Criminal past, Terrorist Futures, European Jihadists and the new Crime-terror Nexus, Peter R. Neuman, Rajan Basra en Claudia Brunner, ICSR - Kings College, 2016). Deze studie wijst op een onrustwekkend fenomeen waarbij jihadistische netwerken rekruteren onder gewelddadige criminelen en dit in alle landen van de Europese Unie, waaronder Frankrijk, Nederland en België. Het onderzoek, dat ook Belgische terreurdossiers tegen het licht hield, wijst op enkele belangrijke lessen die de overheid moet trekken inzake handhaving en terreurbestrijding.

Ik verwijs tevens naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 6-998 dd. 7 juli 2016 en het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken. Hierin bevestigde deze de eerder naar voor geschoven link tussen criminelen en jihadisten. De minister bevestigde dat 80 % van de zogenaamde Syriëstrijders reeds eerder gekend waren bij politie en justitie.

De hierboven aangehaalde studie bevestigt formeel dat de jihadistische netwerken bewust ronselen onder eerder veroordeelde criminelen. De meerderheid van de rekruten blijken een criminele voorgeschiedenis te hebben en dit is zonder weerga daar jihadistische terreurorganisaties in het verleden de nadruk legden op het naleven van de « zuivere » leer.

Er ontstaat aldus een gevaarlijke groepering van jihadisten voor wie geweld niet alleen een heilig doel is maar vooral een levenswijze. Criminelen worden verleidt met een betoog dat het bekomen van de zielsrust naar voor schuift waarbij criminelen verdere criminele feiten mogen aangaan en waarbij deze zich inschrijven in het pad naar het martelaarschap.

De nadruk ligt niet langer op de strenge leer maar veeleer op het benadrukken van een « avontuur » en een gevoel van broederschap en verbondenheid. Alain G. van de Staatsveiligheid stelt aldus in een artikel in « The Independent » dat de groep IS kan worden beschouwd als een verlengstuk van stedelijke vormen van criminaliteit voor vele Europese Lidstaten. Dit alles leidt tot een snellere radicalisering waarbij enkele weken soms volstaan. De gevangenissen zullen een steeds belangrijkere rol spelen in verdere radicalisering gezien het hoge aantal veroordeelde jihadisten. Professor Neuman verzamelde vele getuigenissen vanwege jihadisten waarin zij stelden dat de gevangenis de beste leerschool is. België wordt expliciet met de vinger gewezen door professor Neuman en ik citeer : « Some prisons in Belgium and France have simply lost control » (cf. http://www.independent.co.uk/news/world/europe/isis-recruiting-violent-criminals-gang-members-drugs-europe-new-crime-terror-nexus-report-drugs-a7352271.html).

Met de toename van het aantal veroordelingen voor terrorisme neemt het belang van gevangenissen in radicalisering nog toe. Om te voorkomen dat deze fungeren als incubator van radicalisering schuift Neuman et al. concrete beleidsaanbevelingen naar voor.

Wat betreft transversaal karakter van de vraag : de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2016–2019, en werden besproken tijdens een Interministeriële Conferentie, waarop ook de politionele en justitiële spelers aanwezig waren. Het fenomeen van de strijd tegen het terrorisme en de radicalisering is één van de grote prioriteiten. Deze vraag valt onder een transversale gemeenschapsaangelegenheid betreffende de strijd tegen radicalisering en de deradicalisering.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1) Een belangrijke aanbeveling is dat overbevolking in gevangenissen moet worden voorkomen. Kan u meedelen hoeveel gevangenissen in ons land nog overbevolkt zijn en kan u dit cijfermatig toelichten per gevangenis ?

2) Kan u meedelen hoe u de overbevolking verder gaat terugdringen en kan u toelichten ?

3) Cruciaal is de specifieke opleiding voor de personeelsleden van de gevangenis om de eerste tekenen van radicalisering snel te detecteren én door te geven aan de veiligheidsdiensten. Kan u concreet en per specifieke gevangenis oplijsten hoeveel personeelsleden reeds een specifieke opleiding inzake het detecteren van radicalisering hebben doorlopen en kan u meedelen hoeveel lesuren en welke inhoud deze opleiding omvat ?

4) Kan u meedelen of er een draaiboek ter beschikking is van alle gevangenissen waarbij duidelijk wordt aangegeven wie welke signalen van radicalisering aan welke diensten moet doorgeven, op welke wijze en binnen welke tijdspanne ? Zo ja, kan u toelichten ? Zo neen, waarom niet ?

Antwoord ontvangen op 23 maart 2017 :

1) De gevraagde cijfergegevens kunnen in de als bijlage bijgevoegde tabel 1 worden geraadpleegd. Hierbij kan worden opgemerkt dat de overbevolking zich voornamelijk situeert in gevangenissen met een arresthuisfunctie daar de penitentiaire administratie uiteraard geen invloed heeft op de instroom van gedetineerden.

2) De afgelopen jaren verminderde de overbevolking sterk als gevolg van 3 maatregelen binnen de penitentiaire context:

- de procedures van het elektronisch toezicht werden verbeterd en uitgebreid naar straffen tussen 6 en 4 maanden, wat dus resulteert in een betere uitvoering van de straffen onder de 3 jaar en bijdraagt aan een betere geloofwaardigheid van Justitie;

- verder is ingezet op een betere samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken om illegale criminelen uit te wijzen en

- door de opening van het forensische psychiatrisch centrum Gent, kende het aantal geïnterneerden een daling. Ook de opening van andere nieuwe gevangenissen zorgde voor een sterke daling van de overbevolking.

Het recent door de ministerraad goedgekeurde Masterplan III zal er uiteindelijk toe leiden dat er 10 568 plaatsen voor gedetineerden en 1 066 plaatsen voor geïnterneerden beschikbaar zullen zijn. Dit moet er toe bijdragen dat het fenomeen van de overbevolking tot de geschiedenis zal behoren.

3) Rekening houdend met de toename van terro-gedetineerden en de geëigende aanpak ervan zijn specifieke opleidingen en gepaste omkadering van personeelsleden een absolute noodzaak. Om gedetineerden met het profiel van ‘geradicaliseerd’ gepast te omkaderen en te begeleiden, werd voorzien in een doorgedreven training van het bewakingspersoneel, leden van de psychosociale diensten (PSD) en directieleden zodat de beveiligde Deradex-afdelingen expertisecentra worden. De opleiding (5 dagen) voor het bewakingspersoneel vond plaats in het najaar van 2015 evenals de opleidingen voor de directies (7 dagen) en die voor de PSD (9 dagen). De twee extra opleidingsdagen voor de PSD betreffen een opleiding risicotaxatie (Vera 2), voor het inschatten van de kans op gewelddadig extremisme.

Ook in de context van de basisopleiding die zich tot alle personeelsleden richt, is een eendaagse opleiding voorzien waarin kennis gemaakt wordt met de Islam, rituelen en gewoonten en met moslims. De dialoog wordt bevorderd zodat de personeelsleden een beter begrip verwerven over de Islam en zijn cultuur. De ‘eigen’ beeldvorming van de personeelsleden over de Islam en moslims wordt onder de loep genomen en afgetoetst aan nieuwe kennis en ervaringen.

Ook in 2017 wil het DG EPI verder inzetten op opleiding en via de training van personeel trachten een detentieomgeving te creëren waarbij disengagement (en deradicalisering) mogelijk worden. De gespecialiseerde opleiding inzake de aanpak van radicalisering in de gevangenissen zal in 2017 hernomen worden voor PSD- en directieleden. Er zal een opleidingsprogramma uitgewerkt worden specifiek gericht op het personeel van de Deradex-afdelingen, de satellietteams en de andere personeelsleden in gevangenissen waar terro-gedetineerden verblijven. Het gaat dan om de volgende opleidingen: mentale veerkracht, intervisie voor leidinggevenden, crisismanagement, change management, train-the-trainer first speaker en veilige inkom. Bovendien zal ook geïnvesteerd worden in de organisatie van een doorgedreven opleiding voor islamconsulenten en in het analyseren, ontleden en zelf weerleggen van problematisch discours. Om alle personeelsleden binnen het DG EPI een basiskennis rond radicalisering mee te geven, voorziet het DG EPI in de ontwikkeling en het aanbod van een aangepaste module e-learning.

In bijlage 2 wordt telkens voor het jaar 2015 en 2016 het aantal opgeleide personen alsook de verdeling per jaar van de opgeleide personen per type gevangenis (Deradex, satelliet of de overige gevangenissen) weergegeven. Deze cijfers kunnen ook geraadpleegd worden voor wat betreft de PSD-leden en directieleden die op het eind van 2016 (dus 2015 + 2016) zullen opgeleid zijn.

4) Men beschikt over instructies die bepalen op welke wijze met geradicaliseerde gedetineerden dient te worden om gegaan alsook op welke wijze signalen van radicalisering dienen gecapteerd te worden. Een gedetailleerde observatiefiche die zowel door de PSD als door de directie gebruikt wordt voor de opvolging van de terrogedetineerden en gedetineerden waarvan vermoedens van radicalisering bestaan, ondersteunt deze instructies. Zij beschrijven tevens de wijze waarop de informatie-uitwisseling plaats vindt met andere diensten zoals de VSSE, OCAD, de federale politie, de dirco’s en de LFT’s. Deze uitwisseling wordt centraal gecoördineerd en gebeurt zowel op lokaal vlak als centraal vlak.

Bijlage - Annexe 1




Overbevolkingsgraad per inrichting

Taux de surpopulation par établissement

(17-11-2016)


(17-11-2016)


(exclusief elektronisch toezicht)

(hors surveillance électronique)

Inrichtingen

Bevolking

Capaciteit

Overbevolkingsgraad

Etablissements

Popupaltion

Capacité

Taux de surpopulation

Antwerpen

639

439

45,56

Beveren

291

312

-6,73

Brugge

670

626

7,03

Dendermonde

209

168

24,4

Gent

393

299

31,44

Hasselt

537

450

19,33

Hoogstraten

169

170

-0,59

Ieper

93

67

38,81

Leuven-Centraal

293

300

-2,33

Leuven-Hulp

170

149

14,09

Mechelen

124

84

47,62

Merksplas

406

430

-5,58

Oudenaarde

160

132

21,21

Ruiselede

59

52

13,46

Tongeren

21

25

-16

Turnhout

284

269

5,58

Wortel (+Tilburg)

348

500

-30,4





Andenne

421

396

6,31

Arlon

122

111

9,91

Dinant

53

32

65,63

Huy

81

64

26,56

Ittre

418

420

-0,48

Jamioulx

331

232

42,67

Lantin

836

694

20,46

Leuze

285

312

-8,65

Marche

304

312

-2,56

Marneffe

122

131

-6,87

Mons

409

307

33,22

Namur

196

140

40

Nivelles

214

192

11,46

Paifve

198

205

-3,41

Saint-Hubert

204

216

-5,56

Tournai

185

183

1,09





Berkendael

71

64

10,94

Forest

112

288

-61,11

Sint-Gillis

883

613

44,05

Totaal/Total

10311

9384

9,88