Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1051

van Christie Morreale (PS) d.d. 5 oktober 2016

aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie

Bestrijdigingsmiddelen - Gebruik - Tuincentra - Verplichte informatie voor de verbruikers - Tekortkomingen - Controle - Maatregelen

verdelgingsmiddel
particuliere tuin
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
consumentenvoorlichting
gevaarlijke stof
volksgezondheid
gevaren voor de gezondheid
milieubescherming
fytosanitair product
onkruidverdelger

Chronologie

5/10/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 3/11/2016 )
3/11/2016 Antwoord

Vraag nr. 6-1051 d.d. 5 oktober 2016 : (Vraag gesteld in het Frans)

Sedert verschillende maanden hebben de organisaties Velt, Inter-environnement Wallonie en Natagora tientallen tuincentra bezocht. Ze hebben daar vastgesteld dat in het merendeel van de gevallen die winkels de wettelijke voorschriften inzake het gebruik van pesticiden niet naleven.

Tal van tekortkomingen werden vastgesteld:

- het niet-naleven van de verplichte vermeldingen in de winkel: sinds begin 2016 moeten de winkels twee borden uithangen, het ene met de vragen die men zich moet stellen voor men een pesticide gebruikt, het andere met de mogelijke alternatieve bestrijdingmiddelen;

- gebrek aan kennis over de gewestelijke regelgeving met betrekking tot de bescherming van het oppervlaktewater;

- onaangepaste adviezen over de vereiste persoonlijke bescherming. Nemen we als voorbeeld de persoonlijke beschermkledij: door het dragen van de gepaste handschoenen - in nitrilrubber of neopreen - kunnen de risico's van de blootstelling met 90% verminderd worden. Slechts de helft van de verkopers beveelt dat aan, en geen enkele vermeldt de geschikte modellen. Bij de evaluatie van het risico voor de toelating om een product op de markt te brengen, wordt ervan uitgegaan dat de gebruiker geschikte handschoenen draagt.

Al die vragen vallen binnen de bevoegdheid van de Senaat aangezien ze betrekking hebben op een federale materie die van invloed is op de bevoegdheden van de deelgebieden inzake leefmilieu, volksgezondheid, welzijn, milieubeheer en -bescherming,...

De resultaten van het onderzoek tonen aan dat de verkopers slecht ge´nformeerd zijn, maar de verplichtingen die gekoppeld zijn aan plaatsen waar pesticiden worden verkocht die vermeld worden in het koninklijk besluit van 4 september 2012 betreffende het federaal reductieprogramma van pesticiden, met inbegrip van hun gebruik in het kader van duurzame ontwikkeling, worden blijkbaar niet gecontroleerd.

1) Hoe kunt u mij nu verzekeren dat die verkopers in de toekomst de verbruikers zullen informeren over de gevaren van die producten? Hoe wordt verzekerd dat ze alternatieven zullen voorstellen voor die chemische producten, zoals dat normaal zou moeten gebeuren?

2) Gelet op de gedane vaststellingen, moet er snel gereageerd worden. Kunt u mij zeggen welke maatregelen u in voorkomend geval hebt genomen?

Antwoord ontvangen op 3 november 2016 :

De overtredingen waarover u het heeft, zijn mij wel degelijk bekend en werden mij in het begin van het voorjaar al, dit wil zeggen slechts een paar weken na de inwerkingtreding van de maatregelen, door mijn diensten gerapporteerd. De informatie kwam in eerste instantie van de vertegenwoordigers van milieuverenigingen en vervolgens van de vertegenwoordigers van het Waals Gewest die bovendien de werking van het callcenter hebben getest. Mijn administratie heeft het slecht functioneren in mei gemeld aan de adviesraad van het NAPAN, het Nationaal Actieplan voor Pesticiden, en heeft de vertegenwoordigers van de verdelers en van de producenten van gewasbeschermingsmiddelen die verantwoordelijk zijn voor de oprichting van het callcenter gevraagd om de situatie op te lossen.

Die vertegenwoordigers hebben onmiddellijk gereageerd en hebben de administratie de verbeteringen gemeld op een opvolgingsvergadering in juli 2016. Het callcenter werd onmiddellijk weer geactiveerd en de verdelers werden gewaarschuwd via de informatiekanalen van de sector. Die verbeteringen werden vastgesteld door verschillende partijen, waaronder de milieuverenigingen die ze erkend hebben op de vergadering van de adviesraad van het NAPAN van oktober. Niettemin heeft de adviesraad van het NAPAN ook vastgesteld dat die verbeteringen op dit moment nog steeds onvoldoende zijn. Ik ben ook niet tevreden met de geboekte resultaten.

Daarom worden de verdelers en producenten van gewasbeschermingsmiddelen opnieuw nadrukkelijk verzocht om verslag uit te brengen over de effectieve toepassing van de wetgeving. In dit stadium wens ik die actoren nog wat tijd te gunnen, maar zeer beperkt, om zich in orde te brengen: ze hebben immers al herhaaldelijk aangegeven dat ze dat willen doen. Verder beschikken de inspectiediensten van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) en de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu over alle nodige middelen om de winkels en het advies dat aan de klanten wordt verstrekt, te controleren. Indien nodig zullen ze ook de nodige processen-verbaal kunnen opstellen om de regularisatie te versnellen.

Met die evolutie denk ik dat de overtredingen met betrekking tot het aanbrengen van evenwichtige informatie op het verkooppunt snel tot het verleden zullen behoren.

De problemen met betrekking tot de kwaliteit van de informatie die op het verkooppunt door de consulenten of via het callcenter verschaft wordt, moeten ook worden opgelost. In eerste instantie komt het erop aan om een duidelijk onderscheid te maken tussen de verkopers/consulenten die een fytolicentie hebben en diegenen die dat niet hebben. Vervolgens moeten de andere verkopers de klanten die informatie wensen systematisch naar die consulenten met een fytolicentie doorverwijzen. Tot slot moet worden benadrukt dat de wetgeving (Koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen, artikel 19) niet voorziet dat verkopers/raadgevers informatie moeten verstrekken over de alternatieven voor chemische middelen, zoals u beweert. Ze moeten wel informatie verschaffen in verband met het veilig gebruik voor mens en milieu van de gewasbeschermingsmiddelen, en kunnen in deze context ook informatie omtrent alternatieven en “low-risk” producten verstrekken.

Ik wens ten zeerste dat de alternatieven in termen van minder risicovolle producten en oplossingen in te toekomst aangemoedigd en ontwikkeld worden, natuurlijk in overleg met de sector. Wij informeren het publiek in die zin, binnen onze bevoegdheden en in samenwerking met de Gewesten, en wij rekenen erop dat de vraag van het publiek naar de tuincentra toe zal wijzigen.

Hoe dan ook, de evoluties die vastgesteld worden in het gamma van gewasbeschermingsmiddelen voor amateurs en in de verkoopsvoorwaarden van die producten vormen al een sterke evolutie vergeleken met de markt van slechts een tiental jaar geleden. Wij willen voortwerken in die richting en de risico’s voor amateurs verder inperken. In die zin heeft mijn administratie onlangs de nieuwe maatregelen die het voorwerp zullen uitmaken het programma van het Federaal Reductieplan voor Pesticiden 2018-2022 voorgesteld, zoals de vereenvoudigde procedure voor registratie voor biopesticiden, en het beter informeren van de gebruikers om de risico’s te beperken.