Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9358

van Fatma Pehlivan (sp.a) d.d. 19 juni 2013

aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, toegevoegd aan de minister van Justitie

De stijging van de kinderarmoede in ons land

armoede
kind
actieprogramma
OCMW

Chronologie

19/6/2013 Verzending vraag
25/6/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3581

Vraag nr. 5-9358 d.d. 19 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het verminderen van kinderarmoede is voor alle overheden in ons land, en ook voor de Europese overheid, een absolute beleidsprioriteit. Toch boeken we geen vooruitgang en, wat erger is, het probleem lijkt alleen maar groter te worden.

In BelgiŽ leefden in 2010 12,8 procent van de kinderen en jongeren tot zeventien jaar onder de armoedegrens. In 2007 was dat 10,02 procent. Dat blijkt uit een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In nagenoeg de helft van de drieŽndertig lidstaten van de organisatie werd een stijging opgetekend, maar alleen in Turkije, Spanje, SloveniŽ, Hongarije en BelgiŽ werden toenames van meer dan 2 procent geregistreerd.

In het Federaal Plan Armoedebestrijding is de strijd tegen kinderarmoede ťťn van de zes strategische doelstellingen. Om dit te realiseren worden er zes operationele doelstellingen geformuleerd met als voornaamste het uitwerken van een federaal actieplan kinderarmoedebestrijding in overleg met de deelstaten. Het actieplan zal verder gaan dan louter bestrijden van monetaire armoede en drie actiedomeinen prioritair aanpakken: toegang tot toereikende middelen, toegang tot diensten en kansen en participatie van kinderen. Om de uitvoering van het kinderarmoedebestrijdingsplan op te volgen is de minister van plan een monitoringskader uit te werken gebaseerd op indicatoren.

Mijn vragen :

1) Hoe verklaart u de forse stijging van kinderarmoede in BelgiŽ tussen 2007 en 2010? Hebt u reeds zicht op de cijfers na 2010†?

2) Hoe ver staat u met de ontwikkeling van het federale actieplan kinderarmoedebestrijding? Is daarover reeds overleg geweest met de deelstaten en zo neen, wanneer is dit gepland? Wanneer kunnen we het actieplan en het daaraan gekoppelde monitoringskader verwachten?

Antwoord ontvangen op 25 juni 2013 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op haar vragen.

De armoedecijfers voor wat kinderen betreft zijn in België niet rooskleurig. Er zijn diverse bronnen die dezelfde tendens aangeven en ik ervaar dit ook zelf tijdens mijn bezoeken op het terrein. Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW’s) en maatschappelijke werkers moeten in stijgende mate gezinnen die met armoede geconfronteerd worden, trachten te helpen.

De Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO)-rapport waarnaar verwezen wordt stelt vast dat de Gini-coëfficiënt steeg tussen 1980 en 2010. In vergelijking met de ons omringende landen, doet België het echter niet zo slecht. Volgens EU-SILC 2011 (gebaseerd op het inkomen van het jaar 2010) hebben kinderen, in vergelijking met de rest van de Belgische bevolking, een verhoogd armoederisico. Concreet bedroeg het armoederisico bij kinderen tussen 0 en 17 jaar 18,7 %. In 2008 was dit nog 17,2 %. Voor de hele Belgische bevolking is dit 15,3 %. De belangrijkste factoren die een invloed hebben op het feit of een kind al dan niet met een armoederisico geconfronteerd wordt, zijn: de samenstelling van het gezin (denken we hier zeker aan eenoudergezinnen), de arbeidsparticipatie van de ouders en, zoals aangehaald door het geacht lid, het feit of kinderen al dan niet een migrantenachtergrond hebben. De cijfers EU-SILC 2012 heb ik nog niet ter beschikking maar we moeten realistisch zijn, ik verwacht geen spectaculaire verbetering.

Concreet, welke maatregelen kan ik als Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding nemen ? Ik zie dit tweeërlei: enerzijds binnen mijn eigen bevoegdheden en anderzijds als coördinerend staatssecretaris voor armoedebestrijding. Voor wat mijn eigen bevoegdheden betreft, zal ik in september het leefloon verhogen met 2 %.

Armoedebestrijding is een zaak van alle beleidsdomeinen en beleidsniveaus. Maar ik geloof dat we ook door samenwerking en overleg resultaat kunnen bereiken. Daarom heb ik vanuit mijn coördinerende bevoegdheid, samen met mijn collega’s uit de federale, en uit de Gemeenschaps- en Gewestregeringen een actieplan ter bestrijding van de kinderarmoede uitgewerkt. Ik ben bijzonder tevreden over het nationaal kinderarmoedebestrijdingsplan dat op 10 juni jl door de IMC Integratie in de Samenleving werd goedgekeurd. Ik ben er van overtuigd dat armoede pas kan aangepakt worden wanneer eenieder binnen zijn of haar bevoegdheden ook daadwerkelijk verantwoordelijkheid opneemt. En hier zijn we volgens mij in geslaagd. Voor de eerste keer werd er in ons land, over de grenzen van Gemeenschappen en Gewesten heen, een plan specifiek om de armoede bij kinderen aan te pakken, opgesteld. Dit is een belangrijke stap voorwaarts. Ook de stakeholders werden bij de opmaak van dit actieplan betrokken. Nu is het aan iedere minister en staatssecretaris om de acties uit het plan die onder zijn/haar verantwoordelijkheid vallen, uit te voeren. Ik ben overtuigd van hun engagement, maar ik zal niet nalaten om hen blijvend op dit engagement te wijzen.

Daarnaast wil ik de komende maanden, de tijd is kort daar ben ik mij ook van bewust, inzetten op een aantal acties :