Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9084

van Wouter Beke (CD&V) d.d. 23 mei 2013

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen - Voortgezette verzekering - Bijdragen

zelfstandig beroep
sociale bijdrage
aanvullend pensioen
ouderdomsverzekering

Chronologie

23/5/2013 Verzending vraag
18/7/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-9084 d.d. 23 mei 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het sociaal statuut van de zelfstandige voorziet in pensioenopbouw. Dit (wettelijk) pensioen bestaat eigenlijk uit twee delen: een verplicht gedeelte via repartitie en een vrij aanvullend deel via kapitalisatie (het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, VAPZ). Dat VAPZ (geregeld in de programmawet (I) van 24 december 2002) kan worden beschouwd als een "eerste pijler bis" doordat het zeer sterk verbonden is met het statuut als zelfstandige. Het is immers strikt verbonden aan de loopbaan als zelfstandige en aan de bijdragegrondslag voor de wettelijke sociale bijdragen.

Een zelfstandige die zijn activiteit stopzet en niet kan terugvallen op een ander stelsel, kan zijn wettelijk pensioen gedurende een beperkte periode verder opbouwen. Dat kan via de voortgezette verzekering. Deze voortgezette verzekering laat een zelfstandige toe om, aansluitend op een stopzetting van zijn activiteiten, tijdelijk verder sociale bijdragen te betalen. Het laat hem toe zijn sociale rechten, bijvoorbeeld voor pensioen, te vrijwaren.

Het is logisch dat wie bijdragen betaalt in de voortgezette verzekering en op die wijze net als een nog actieve zelfstandige verder pensioenrechten opbouwt, ook nog de mogelijkheid heeft om daarnaast bijdragen te betalen voor een vrij aanvullend pensioen. Dat was zo alvast voorzien in de programmawet van 24/12/2002, op voorwaarde weliswaar dat de als zelfstandige met voortgezette verzekering verschuldigde sociale bijdrage voldoende hoog was (artikel 42 van de wet).

Sommige maatschappijen stellen nu evenwel dat het voor die zelfstandigen die bijdragen betalen in het kader van de voortgezette verzekering, niet mogelijk is om nog bijdragen te betalen voor het vrij aanvullend pensioen.

Mag ik aan de minister vragen of zij kan bevestigen dat deze groep inderdaad bijdragen kan betalen in het kader van het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen ?

Antwoord ontvangen op 18 juli 2013 :

In antwoord op uw vragen, kan ik het volgende meedelen : 

De programmawet (I) van 24 december 2002 somt in zijn artikel 42, waarnaar wordt verwezen in de vraag, de zelfstandigen op die worden beoogd door het vrij aanvullend pensioen (VAPZ). Ze moeten allemaal sociale bijdragen verschuldigd zijn krachtens het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen die minstens gelijk zijn aan de sociale bijdragen bedoeld in artikel 12, paragraaf1 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 38.   

Er werd nooit overwogen om het toepassingsgebied van het VAPZ uit te breiden naar de zelfstandigen of personen die verminderde bijdragen betalen of bijdragen betalen die lager zijn dan de bijdragen bedoeld in het voornoemd artikel 12, paragraaf 1, noch krachtens andere wettelijke bepalingen dan het koninklijk besluit nr. 38. 

De personen die de voortgezette verzekering genieten, betalen echter vrijwillig bijdragen waarvan het bedrag vastgesteld wordt krachtens artikel 41 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen. Hoewel deze gebaseerd zijn het op het laatste gekende beroepsinkomen van de gewezen zelfstandige, is het percentage van die bijdragen beduidend lager (11,78 %) dan het percentage dat wordt toegepast op de zelfstandigen (22 %) die het VAPZ kunnen genieten.       

Ik kan u derhalve enkel bevestigen dat de begunstigden van de voortgezette verzekering niet onder het personeel toepassingsgebied van het VAPZ vallen.