Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8399

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 5 maart 2013

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Duitse en Nederlandse melk - Aflatoxine - Veevoeders

voedselveiligheid
maÔs
veevoeder
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
melk
RoemeniŽ
Keuringsdienst van waren

Chronologie

5/3/2013 Verzending vraag
29/3/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8398

Vraag nr. 5-8399 d.d. 5 maart 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Aflatoxine B1 is een gifstof die in een warme en vochtige omgeving door schimmels kan worden geproduceerd. Wanneer deze stof via vergiftigd veevoer in te hoge concentraties in melk terechtkomt lopen consumenten een verhoogd risico op kanker. In Duitsland zouden 6500 bedrijven vergiftigd veevoeder hebben gekocht. De vergiftiging was afkomstig van een partij maÔs uit ServiŽ. Ook in Nederland is de stof Aflatoxine aangetroffen in melk afkomstig uit twee bedrijven. De melk is nooit in de winkels terecht gekomen, maar de Nederlandse zuivelorganisatie verscherpt wel de controles op Aflatoxine. De productie in de besmette bedrijven is ondertussen weer hervat. Hier gaat het om besmette maÔs uit RoemeniŽ, ingevoerd via de haven van Gent. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is een eigen onderzoek gestart. Het is niet ondenkbaar dat een partij besmette maÔs, of besmette maÔs die in veevoeder werd verwerkt, ook in BelgiŽ is terecht gekomen

Ik zou de minister de volgende vragen willen stellen :

1) Bent u op de hoogte van het feit dat partijen besmette maÔs vanuit Oost-Europa in de voedselketen zijn gekomen?

2) Zijn er in BelgiŽ ook partijen verontreinigde maÔs of veevoeder gemaakt van verontreinigde maÔs teruggevonden?

3) Welke zijn de grootste invoerders van veevoeder of grondstoffen voor veevoeder? Uit welke landen is ons veevoeder voornamelijk afkomstig?

4) Hoeveel controles op veevoeders en melk worden jaarlijks uitgevoerd door het Federaal Agentschap voor de voedselveiligheid (FAVV)? Hoeveel controles hebben een ongunstig resultaat? Welke stoffen zijn reeds teruggevonden bij deze controles?

5) Worden, in navolging van Nederland, ook de controles op de Aflatoxine B1 verscherpt nu er aanwijzingen zijn dat de maÔs niet enkel uit ServiŽ, maar ook uit RoemeniŽ afkomstig is en dat deze bovendien geÔmporteerd is via de Haven van Gent?

Antwoord ontvangen op 29 maart 2013 :

  1. Op 1 maart werd het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV), via het RASFF-systeem (Rapid Alert System for Feed and Food), door de Duitse overheid op de hoogte gebracht van de besmetting van Roemeense maïs met aflatoxinen. Aangezien die maïs via de haven van Gent werd doorgevoerd, werd een onderzoek gestart om de bestemming van de betreffende partij te traceren. Daarna kwamen andere RASFF-berichten binnen, waarin aflatoxine in Servische maïs in Duitsland ontdekt werd.

  2. Het FAVV werd enerzijds op de hoogte gebracht via het RASFF-systeem en anderzijds door de notificatie van een operator van leveringen van door aflatoxine B1 besmette partijen maïs op de Belgische markt. Op basis van de risico-evaluatie werden de stocks van de besmette maïs evenals het mengvoeder, waarvan de normen overschreden werden, getraceerd en geblokkeerd.

  3. Het voor de Belgische markt bestemde mengvoeder wordt hoofdzakelijk in België of in de buurlanden geproduceerd. De jaarlijkse nationale productie bedraagt 6,6 miljoen ton, waarvan 15 % wordt uitgevoerd. De jaarlijkse invoer van mengvoeders schommelt rond een miljoen ton, voornamelijk afkomstig uit Nederland en Frankrijk. Enkel een klein deel van de invoer van mengvoeders komt uit derde landen (niet EU-landen). Het gaat voornamelijk over voeder voor gezelschapsdieren.

    Heel wat grondstoffen die gebruikt worden in de fabricage van diervoeder worden daarentegen uit derde landen ingevoerd. Zij worden op het Europese grondgebied binnengebracht via een punt van binnenkomst in een van de Lidstaten, waar zij aan een controle worden onderworpen. Eens de grondstoffen ingevoerd zijn, kunnen ze op het grondgebied van de Unie vrij circuleren. In België komen grondstoffen voor diervoeder hoofdzakelijk binnen via de havens van Gent en Antwerpen. Elke fabrikant van mengvoeders kan zich bevoorraden op de interne markt of zijn grondstoffen invoeren volgens de prijs en de beschikbaarheid op de markt. De grootste fabrikanten zijn dus de grootste gebruikers van ingevoerde grondstoffen.

  4. In 2012 werden door het FAVV 556 monsters genomen voor analyse op mycotoxines (251 specifiek voor analyse op aflatoxines) en slechts één resultaat was niet conform: het was een analyseresultaat van een grondstof die niet bestemd was voor nutsdieren. In 2013 werden reeds (op 4 maart 2013) negenenveertig analyses uitgevoerd in het kader van het jaarlijks controleprogramma (éénentwintig specifiek voor aflatoxines) en allen met een gunstig resultaat. Voor de melkanalyses werden in 2012 door het FAVV 179 monsters genomen en voor 2013 reeds twaalf. De resultaten waren allen conform.

  5. De melkmonsters die het FAVV heeft genomen in de melkveehouderijen die besmet voeder kregen bleken allen te voldoen aan de Europese norm (50 ppb). Het FAVV besloot de controle te verscherpen op maïs die afkomstig is uit Midden-Europese landen waar de weersomstandigheden in 2012 bijzonder waren (lange droogteperiode en oogst in vochtige omstandigheden).

    Het Agentschap heeft ook aan de sector voedermiddelen en aan de verwerkers van levensmiddelen gevraagd om de waakzaamheid ten aanzien van afltoxinen in maïs te verhogen.