Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8175

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 19 februari 2013

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Bulgarije - Europees Voedsel- en Veterinair Bureau - Auditverslag - Lintworm

Voedsel- en Veterinair Bureau
rundvlees
vervanging voor voedergraan
vleesproduct
Bulgarije
Keuringsdienst van waren

Chronologie

19/2/2013 Verzending vraag
22/3/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8174

Vraag nr. 5-8175 d.d. 19 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Teneinde de consument te kunnen garanderen dat het vlees dat afkomstig is van buiten ons land ook voldoet aan de strenge voedselnormen en veilig is voor de volksgezondheid werd binnen de EU een controleorgaan in het leven geroepen, het Voedsel- en Veterinair Bureau (VVB) dat de vleesproductie in de diverse landen regelmatig audit. Gezien de vleesfraude met Roemeens vlees dat ook in ons land wordt verwerkt heb ik deze rapporten eens doorgenomen en hierbij stuit ik toch op diverse en weerkerende ernstige problemen. Ik heb me vooral gericht op de verslagen over de voormalige landen uit Oost-Europa gezien deze grote vleesexporteurs zijn en gezien hun productiemethodes andere normen handhaafden in het verleden. Deze tonen aan dat de controle aldaar verre van waterdicht is. Dit houdt het risico in van een zwart gat wat betreft het traceren, het controleren en het garanderen van de kwaliteitsvereisten en de vereisten qua volksgezondheid wat het vlees betreft dat uit deze landen komt.

Deze passage laat weinig aan de verbeelding over: "In one of the regions visited, the audit team could see documents which showed that the regional prevalence of Echinococcus granulosus (which causes hydatid disease) in bovines slaughtered in that region was around 8 %. Moreover, an official veterinarian carrying out post mortem inspection in a slaughterhouse in another region informed the audit team that he has been finding around 60 % of cattle inspected by him infested with the aforementioned parasite".

Ter verduidelijking: Het betreft kleine lintwormen van honden en vossen, waarvan de eitjes zich bij de mens tot een blaasworm (cyste) kunnen ontwikkelen. Dit is nefast voor de volksgezondheid en dit blijkt in één regio bij 60 % van de runderen voor te komen. Ook werd er niet geregistreerd dierenmeel aangetroffen.

Ik zou de geachte minister de volgende vragen willen stellen :

1) Hoe reageert ze op het officiële auditverslag van het VVB van juni 2011 waarin naar aanleiding van een audit naar dierlijke bijproducten (slachtafval, organen, enz.) werd vastgesteld dat in één regio 60 % van de geslachte runderen die door een veearts post mortem werden onderzocht besmet waren met Echinococcus granulosus?

2) Kan ze kort de risico's voor de volksgezondheid weergeven van de aanwezigheid van deze Echinococcus granulosus in rundvlees, bijproducten en dierenmeel? Vreest ze niet dat vlees geïmporteerd uit deze landen aldus een gevaar oplevert voor de volksgezondheid?

3) Is het niet beter gezien de herhaalde verontrustende resultaten en het gevaar voor de volksgezondheid van BSE dat het VVB een rode kaart had getrokken in verband met het toelaten van deze producten op de Europese markt? Kan ze dit uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 22 maart 2013 :

1+2) Bij de audit van het Europese Voedsel- en Veterinair Bureau (FVO) in 2011 is gebleken dat de prevalentie van Echinococcus granulosus bij geslachte runderen in één regio van Bulgarije 60 % bereikt. Echinococcus granulosus is een parasiet die bij productiedieren en wild circuleert en Oost-Europa wordt als een endemische regio beschouwd (bron: EFSA, 2010). Er is geen test om de aanwezigheid van de parasiet in levende runderen te kunnen detecteren, maar de post-mortemkeuring in het slachthuis kan de aanwezigheid van de parasiet detecteren en vermindert aanzienlijk het risico van het op de markt brengen van geïnfesteerd vlees. Vlees dat bestemd is voor de intracommunautaire handel is afkomstig uit erkende slachthuizen. Vlees dat bestemd is voor de Belgische markt is derhalve gekeurd door officiële dierenartsen. Geïnfesteerd vlees is als zodanig niet gevaarlijk voor de consument; de besmetting van de mens gebeurt immers door de ingestie van eieren van de parasieten die worden uitgescheiden door honden die zelf geïnfesteerd werden via voeder dat geproduceerd werd met geïnfesteerde longen of levers. Overeenkomstig verordening (EG) nr. 854/2004 dienen longen en levers van met E. granulosus geïnfesteerde runderen afgekeurd en vernietigd te worden en deze komen dus niet in de voedselketen terecht.

Uit de TRACES-databank blijkt dat het aantal uit Oost-Europa geïmporteerde

Land van  herkomst

2007

2008

2009

2010

2011

2012

BG

0

0

0

38

0

0

CZ

4.418

8.260

16.398

12.581

20.504

21.576

HU

2.556

733

587

94

0

0

RO

16.502

21.595

18.197

18.901

4.987

567

SK

6.256

6.747

7.253

4.906

490

0

Het blijkt dat slechts een beperkt aantal van deze dieren in België wordt geslacht. De afgelopen drie jaar werden 38 uit Bulgarije ingevoerde runderen geslacht in onze slachthuizen. Bovendien werd bij runderen ingevoerd uit Bulgarije of een ander Oost-Europees land geen enkel geval van echinococcose vastgesteld in onze slachthuizen.

Uit de statistieken van Eurostat blijkt verder dat de invoer in België van rundvlees afkomstig uit Bulgarije de drie laatste jaren zeer beperkt was: 12 ton rundvlees werd in 2010 ingevoerd.

Het risico op herintroductie in België van echinococcose uit deze landen is dus zeer gering en het risico voor mensen en dieren extreem klein.

Een algemeen uitvoerverbod voor rundvlees en rundvleesproducten vanuit Bulgarije instellen, is, gelet op de voorgaande argumentatie, niet zinvol.

3. Voor deze vraag verwijs in naar het antwoord op uw vraag 5-8177