Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7799

van Yoeri Vastersavendts (Open Vld) d.d. 18 januari 2013

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Belastingdeal tussen Duitsland en Zwitserland - Fiscale fraude

belastingfraude
Zwitserland
belastingovereenkomst
Duitsland
belastingvlucht
Europese fiscale samenwerking
uitwisseling van informatie

Chronologie

18/1/2013 Verzending vraag
22/2/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7799 d.d. 18 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De belastingdeal die al enige tijd in de lucht hing tussen Zwitserland en Duitsland werd onlangs voltrokken. Duitse 'zwartspaarders' verliezen hiermee hun belastingvoordeel.

Onder het verdrag tussen beide landen krijgen Duitsers die in Zwitserland bankieren de keuze om anoniem achterstallige belasting te betalen of om alsnog aangifte te doen bij de Duitse fiscus. CliŽnten die kiezen voor anonieme betaling kunnen een heffing verwachten tussen 19 % en 34 % van het totale vermogen, afhankelijk van de duur en de hoogte van het banksaldo. Het verdrag gaat waarschijnlijk in per 1 januari 2013.

Duitsers die in de toekomst wensen te bankieren in Zwitserland zullen bij voorbaat worden geconfronteerd met een belasting van 26,375 %, gelijk aan de heffing in Duitsland, waarmee aan hun fiscale verplichtingen voldaan is.

De Duitse fiscus mag de komende twee jaar tot 999 informatieverzoeken indienen. Hij moet minimaal de naam geven van de verdachte; zogeheten fishing expeditions, waarbij op grote schaal informatie wordt opgevraagd, zijn niet mogelijk.

In ruil krijgen Zwitserse banken makkelijker toegang tot de Duitse markt. Onder meer de verplichting tot het onderhouden van klantenrelaties via lokale, Duitse banken wordt geschrapt.

De Zwitserse regering garandeert de Duitse regering een betaling van minimaal 2 miljard Zwitserse Franken (1,82 miljard euro), te betalen uit de belastingopbrengsten van de Duitse tegoeden.

Graag had ik hierover de volgende vragen gesteld:

1) Hoe reageert de minister op de voorwaarden van dit verdrag tussen Duitsland en Zwitserland? Is hij voorstander van een gelijkaardig verdrag tussen ons land en Zwitserland? Zo neen, waarom niet? Zo ja, welke modaliteiten had de minister voor ogen inzake het tarief, de anonimiteit en de informatie-uitwisseling?

2) Kan de minister aangeven welke impact een gelijkaardig verdrag zou hebben voor de overheidsfinanciŽn?

3) Beschikt de minister over indicaties met betrekking tot het uitstaande bedrag en het aantal landgenoten dat rekeninghouder is in Zwitserland zonder dit aan te geven?

4) Zijn gelijkaardige verdragen in voorbereiding met andere belastingparadijzen zoals Liechtenstein, Andorra, Man, Jersey en andere oorden? Kan de minister dat uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 22 februari 2013 :

Vooreerst wens ik erop te wijzen dat het door het geachte lid aangehaalde belastingakkoord ("belastingdeal") dat op 21 september 2011 tussen Duitsland en Zwitserland werd ondertekend uiteindelijk op 23 november 2012 door het Duits Parlement ("Bundesrat") is verworpen. Het Akkoord zal bijgevolg niet in werking treden. 

1. Het geachte lid zal het ongetwijfeld met mij eens zijn dat de internationale gemeenschap sedert een aantal jaren, vooral onder impuls van de OESO en de G 20, zeer sterk ijvert voor meer fiscale transparantie en een effectieve uitwisseling van fiscale gegevens. België heeft zich vanaf maart 2009 openlijk in deze dynamiek ingeschreven. Dit resulteerde in de invoering van de internationale standaard inzake uitwisseling van inlichtingen via de aanpassing van het bestaande Belgische verdragennetwerk en het sluiten van nieuwe akkoorden voor de uitwisseling van fiscale gegevens op verzoek. Het geachte lid zal het met mij eens zijn dat het Duits-Zwitsers akkoord niet strookt met het voormelde door de OESO en de G20 nagestreefde algemeen doel, in zoverre ze de anonimiteit van de betrokken belastingplichtigen bestendigen. Daarmee staat dit akkoord ook haaks op de richting die nog zeer recent ingeslagen werd in de Richtlijn 2011/16/EU van de Raad (dd. 15 februari 2011) betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG. De nieuwe richtlijn moderniseert de administratieve samenwerking onder meer door de introductie van een automatische uitwisseling van inlichtingen die geacht wordt het meest doeltreffende middel te zijn om een correcte vaststelling van de belastingschuld in grensoverschrijdende gevallen te bevorderen en fraude te bestrijden.  

De vorige Regering heeft geoordeeld dat het beter was de concrete resultaten van de onderhandelingen tussen de Europese Unie (EU)-commissie en Zwitserland in het kader van de uitbreiding van de spaarrichtlijn in te wachten, vooraleer een beslissing te nemen in verband met het sluiten van een "Rubik"akkoord. Ik deel die mening. In haar mededeling COM(2012)722 final van 6 december 2012, waarin de Europese Commissie een concreet actieplan ter bestrijding van belastingfraude en –ontwijking voorstelt, blijft de Europese Commissie het belang van de toekenning van een dergelijk onderhandelingsmandaat benadrukken. Ik kan dus formeel stellen dat het sluiten van een zogenaamd “Rubik” akkoord niet aan de orde is. 

2. en 3. In zijn antwoord van 9 november 2011 op de vraag om uitleg nr. 5-1225 van de heer Ahmed Laaouej met betrekking tot hetzelfde onderwerp, heeft mijn voorganger reeds medegedeeld dat België niet beschikt over cijfergegevens van een nationaal onderzoek dat een idee geeft van de tegoeden die Belgen op rekeningen in Zwitserland hebben. Ik beschik momenteel eveneens niet over betrouwbare indicaties met betrekking tot het aantal landgenoten dat rekeninghouder is in Zwitserland zonder dit aan te geven, noch wat het uitstaande bedrag van hun tegoeden betreft, en kan dan ook de impact die een gelijkaardig akkoord zou hebben voor de Belgische overheidsfinanciën niet precies inschatten. 

4. Liechtenstein heeft met Oostenrijk, naast een protocol tot wijziging van het algemeen verdrag ter vermijding van dubbele belasting, op 29 januari 2013 een gelijkaardig akkoord gesloten. Dit akkoord zou op 1 januari 2014 in werking moeten treden.  

Voor zover ik weet zijn er voor het overige geen onderhandelingen gaande met Liechtenstein, Andorra, Man, Jersey of andere jurisdicties om gelijkaardige akkoorden te sluiten en ik stel vast dat het internationale proces om de fiscale transparantie en een effectieve uitwisseling van fiscale gegevens door de Europese commissie intensief wordt verdergezet.