Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7486

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 7 december 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

De aanwezigheid van Belgische oorlogswapens in conflictgebieden

vuurwapen
wapenhandel
Mali
Niger
LibiŽ

Chronologie

7/12/2012 Verzending vraag
26/3/2013 Rappel
15/4/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2605

Vraag nr. 5-7486 d.d. 7 december 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vragen (schriftelijke vraag nr. 5-6873, 5-6132 ) alsook mijn mondelinge vraag (nr. 5-464). Ik verwijs tevens naar de Note S/2012/163 van de Voorzitter van de VN-Veiligheidsraad dd. 20 maart 2012. Deze laat aan duidelijkheid niets te wensen over. De wapens die diverse landen, waaronder ons land, aan LibiŽ hebben geleverd, deinen zoals een olievlek uit over heel de regio en ze brengen er dood en verderf. Ze dragen rechtreeks bij tot onstabiliteit in Niger en ze hebben bijgedragen tot de vreselijke toestanden die heden in Mali plaatsvinden. Zie bijvoorbeeld volgende passage van de hoger aangehaalde officiŽle nota van de VN: "The Panel believes that the proliferation of weapons originating from Libya is exacerbating the already precarious security situation in certain parts of the region and that careful monitoring and enforcement of the arms embargo are therefore critical.".

Het wordt echter nog genanter voor ons land in het bijzonder. Het rapport maakt officieel melding van een ernstig incident in Niger bij gevechten tussen regeringstroepen en een "gewapend konvooi" te Arlit dat onderweg was naar Mali (p. 28 van desbetreffend rapport). Hierbij werd een heel wapenarsenaal aangetroffen waaronder negen Belgische FN-Fal geweren.

Dit is als het ware de "smoking gun" die bevestigt dat onze wapens bijdragen tot de grote instabiliteit in diverse landen in Noord en Centraal Afrika. U gaf immers herhaaldelijk aan dat u tot op heden geen bewijs had van de aanwezigheid van Belgische wapens in het conflict in Mali, afkomstig van LibiŽ. Welnu, heden geef ik ze u op een plateau. In een eerdere schriftelijke vraag stelt u dat de archieven van de FOD Economie niet de jaren 80 omvatten.

Ik heb dan ook volgende vragen voor de minister:

1) Hoe reageert u op de officiŽle vaststelling dat Belgische FN FAL wapens zijn opgedoken in een wapentransport dat bestemd was voor de fundamentalistische opstandelingen in Mali en welke beleidsconclusies trekt u hieruit? Kan u uitvoerig toelichten?

2) Bent u alvast bereid, gezien de FN wapens her en der opduiken in conflictgebieden en het steeds duidelijker is dat wij de herverkoop en de controle na levering over deze wapens niet meester zijn, alle serienummers vrij te geven waarover uw departement beschikt en dit om te screenen waar onze wapens zoal opduiken en aldus toekomstige leveringen aan bepaalde landen die herverkopen te kunnen uitsluiten? Zo ja, kan u praktisch toelichten? Zo neen, waarom niet?

3) Beschadigen deze herhaalde berichten van Belgische oorlogswapens die her en der opduiken onze diplomatie en het imago van ons land? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kan u toelichten?

4) Bent u bereid de autoriteiten van Niger en de VN verdere informatie te vragen over deze FN FAL wapens die werden aangetroffen te Arlit, dit met het oog op tracering en identificatie? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat gaat u wanneer doen bij welke instantie?

5) Wat heeft ons land concreet gedaan met andere landen om onze en andere wapens te traceren in LibiŽ en wat zijn hiervan de concrete resultaten? Kan u uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 15 april 2013 :

1.De aanwezigheid van een onbepaald aantal FAL wapens in Mali is betreurenswaardig, maar komt niet onverwacht. Iedereen weet dat de val van het Kadhafi regime in Libië een verspreiding van een groot aantal wapens heeft veroorzaakt in het land en in de regio. Aangezien de aanwezigheid van FAL wapens in de handen van de rebellen door verscheidene bronnen was bevestigd, zou het niet verbazend zijn dat een aantal hiervan zich nu in de handen van verschillende irreguliere groepen bevinden. Dit gezegd zijnde laat niets met zekerheid uitschijnen dat de vermelde wapens effectief afkomstig zijn uit Libië. Het komt het experten panel toe om dit na te gaan en wij zullen helpen indien ons precieze informatie wordt gegeven. Aangezien deze wapens in géén manier direct of indirect door de Belgische autoriteiten zijn geleverd, is de enige politieke conclusie die ik hieruit kan trekken dat wij ons traditioneel beleid, dat erop toeziet de internationale wapenmarkt zoveel mogelijk te reguleren, moeten behouden en dat, wat Libië betreft, wij moeten bijdragen tot de samenwerkingsinitiatieven van de internationale gemeenschap om de Libische regering te helpen bij het controleren van zijn arsenalen en van zijn grenzen. Ik voeg hier aan toe dat het risico op een verlies van de controle van de geleverde wapens één van de elementen is die op de debatten over een eventuele militaire steun aan de Syrische opstandelingen weegt. Meer bepaald wat betreft de wapens die hen zouden toestaan zich tegen luchtaanvallen te beschermen. Het recht van de volkeren op zelfbescherming versus het gevaar op een oncontroleerbare verspreiding, het debat is niet zo simpel als men zou kunnen denken.

2. Ik beschik over géén enkele aanwijzing dat een land dat Belgische wapens met een verbod op re-exporteren heeft gekocht, zijn verplichtingen niet zou zijn nagekomen. Er zijn géén elementen die toelaten te beweren dat het regime dat sinds 1991 in plaats is niet functioneert en dat wij niet in staat zijn om de eventuele herverkoop van Belgische wapens te controleren. Het traceren van wapens die worden aangetroffen in landen of gebieden waarover de Verenigde naties (VN)

Veiligheidsraad een onderzoek voert, gebeurt door het desbetreffende VN Expertenpanel. Wanneer nodig, kan dit panel aan België concrete en duidelijk geïllustreerde vragen stellen die kunnen bijdragen tot een tracering van deze wapens. In zulk geval werkt mijn Departement volledig mee en zorgt het ervoor dat de vragen zo snel mogelijk beantwoord worden na de noodzakelijke contacten met het betrokken Gewest en de Belgische fabrikant. Wanneer uit vaststellingen van een VN Expertenpanel zou blijken dat de betrokken Belgische wapens zich bevinden op een plaats die niet overeenkomt met de door de uitvoerder gekende eindbestemming en wanneer met dit land een clausule van niet-wederuitvoer werd bedongen, zullen hieruit de gepaste conclusies moeten getrokken worden. Het beheersen van het risico op ongeoorloofde verspreiding van wapens is immers een van de criteria van de Europese unie (EU) regelgeving. Mijn Departement bepleit overigens ook de opname van dit criterium in de finale tekst van het Internationaal Verdrag over de Wapenhandel (Arms Trade Treaty), waarover de VN lidstaten verder onderhandelen in maart 2013, en heeft deze kwestie ook aangekaart tijdens de toetsingsconferentie over het VN Actieplan tegen de illegale verspreiding van kleine en lichte wapens. Dit beantwoordt aan de taak van mijn Departement om internationale normatieve en preventieve actie in deze materie te bewerkstelligen.

3. Ik werd nog niet geïnterpelleerd door buitenlandse collega’s over deze kwestie die overigens in haar juiste proportie moet bekeken worden. Dit is in niets vergelijkbaar met een doelbewuste verkoop van wapens aan partijen in een conflictgebied waarvoor het exporterend land door andere landen ter verantwoording kan worden geroepen.

4. Het staat de betrokken landen en het VN Expertenpanel vrij om aan ons land concrete en duidelijk geïllustreerde vragen voor te leggen indien ze dit nodig achten.

5. Zoals gezegd werkt ons land volledig mee met het VN Expertenpanel voor Libië wanneer dit vragen heeft aangaande tracering van Belgische wapens. Voor het lokaliseren van Belgische wapens in Libië is ons land volledig afhankelijk van de medewerking van de Libische autoriteiten. Deze worden vandaag geconfronteerd met enorme uitdagingen op alle gebieden om het land te stabiliseren en te beveiligen. Het probleem van de aanwezigheid van wapens van allerlei type moet op een gestructureerde wijze aangepakt worden, waarbij eerst wordt uitgevoerd wat prioritair en haalbaar is. In deze context verheug ik mij over de goede samenwerking tussen de Libische autoriteiten en de internationale gemeenschap die recent heeft geleid tot het neutraliseren van de stocks chemische wapens. Ook vermeld ik de gestage uitvoering van het internationale project, geleid door de VS en financieel ondersteund door mijn Departement, om de MANPADS in Libië te securiseren. Deze wapens hebben een manifest hoog risicogehalte. Deze ervaringen met de Libische autoriteiten, zowel nationaal als lokaal, maken het mogelijk om gradueel bredere projecten te overwegen waarbij het “local ownership” centraal staat. Binnen de EU dringt België bijzonder aan op een spoedig besluit tot EU financiering van een breder project dat alle types van conventionele wapens beoogt te securiseren en te registreren. Op termijn wordt ook de inlevering van wapens door particulieren beoogd zodat deze terug onder overheidscontrole komen. Een verdere stabilisering van de lokale veiligheidstoestand is daartoe essentieel. De veiligheidsoverwegingen als gevolg van de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi hebben jammer genoeg negatieve effecten gehad op het werk van de internationale teams die de programma’s van wapenbeveiliging moeten uitvoeren.