Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6132

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 24 april 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

De wapenleveringen aan Qatar en de doorvoer naar LibiŽ

wapenhandel
Qatar
LibiŽ
internationale sanctie

Chronologie

24/4/2012 Verzending vraag
9/5/2012 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2023

Vraag nr. 5-6132 d.d. 24 april 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Diverse bronnen uit LibiŽ geven aan dat FN FAL geweren van Belgische oorsprong in 2011 via Quatar werden geleverd aan Libische rebellen in LibiŽ via de luchthaven van Bengazi. De Guardian rapporteerde dit al eerder.

Dergelijke leveringen zouden vanzelfsprekend in strijd zijn met het wapenembargo dat werd afgekondigd tegen LibiŽ in 2011.

In dit kader had ik graag volgende vragen voorgelegd aan de minister:

1) Heeft ons land FN FAL wapens geleverd aan Qatar (al of niet via buitenlandse filialen) in het verleden? Zo ja, kan u toelichten hoeveel wapens en kan u aangeven welke modellen van FAL het betreft?

2) Kan u omtrent de levering van FN wapens aan Qatar naar contractsvoorwaarden toe aangeven of er bepalingen werden opgenomen betreffende eventuele doorvoer en/of verkoop aan derde landen?

3) Heeft u weet van de levering vanuit Qatar van FAL wapens aan LibiŽ en/of milities in LibiŽ of andere wapens van Belgische oorsprong?

4) Bent u bereid te vragen aan onze ambassade ter plekke of er FN FAL wapens en/of munitie vanuit Qatar werd ingevlogen in LibiŽ in 2011? Zo ja, kan u toelichten? Zo neen, waarom niet?

Antwoord ontvangen op 9 mei 2012 :

De informatie verkregen vanwege de Federale Overheidsdienst (FOD) Economische Zaken, die de bevoegde autoriteit was voor de afgifte van wapenuitvoerlicenties tot 2003, vermeldt geen transfer van geweren van het type FN FAL aan Qatar tussen 1992 en 2003. De archieven gaan niet verder terug dan 1992. Aangezien de productie van FAL-geweren in België plaatsvond tot de jaren ’80, zou het om oudere leveringen kunnen gaan. Ik noteer ook dat de journalist die deze zaak onderzoekt schrijft over wapens die dateren van de jaren ’60 of ’70. Daarnaast werden FAL-geweren ook in een tiental andere landen onder licentie geproduceerd.

Pas vanaf de inwerkingtreding van de wet van 5 augustus 1991 en het bijhorend koninklijk besluit van 1993 werd de uitvoer van wapens systematisch onderworpen aan een clausule tegen niet-geautoriseerde wederuitvoer. Dat leidt tot de conclusie dat een eventuele levering van FAL’s door België aan Qatar zeer waarschijnlijk niet onderworpen was aan een eindgebruikerscertificaat.

In de marge van de bijeenkomst van de “vrienden van Syrië” onlangs in Istanboel, heb ik de minister van Buitenlandse Zaken van Qatar ontmoet, Dr Al Attiyah. Ik vertelde hem in het bijzonder over onze bezorgdheid over de ongecontroleerde verspreiding van wapens in conflictgebieden - met inbegrip van wapens van Belgische origine. Ik vroeg hem om in geen geval wapens van Belgische makelij aan de Syrische oppositie te leveren. Hij nam nota van mijn boodschap en was bereid om de vermeende levering van wapens van Belgische origine aan Libische rebellen te onderzoeken en ons daar in voorkomend geval informatie over te bezorgen.

Met betrekking tot het wapenembargo voor Libië gaf paragraaf 4 van Verenigde Naties (VN) Veiligheidsraadresolutie 1973 lidstaten uitdrukkelijk de toestemming om maatregelen te nemen die nodig worden geacht om de burgerbevolking te beschermen tegen aanvallen vanwege het regime van Kolonel Kadhafi. Het is op deze basis dat individuele Bondgenoten de VN secretaris-generaal op de hoogte brachten van maatregelen die ze namen ten voordele van de opstandelingen (het voorzien van wapens of niet-dodelijk militair materieel, omkadering door militaire raadgevers). Ik merk op dat, in haar rapport van 17 februari 2012, het VN-Expertspanel dat door de Veiligheidsraad gemandateerd werd om toe te zien op de naleving van het embargo uit Resolutie 1973, melding maakt van verschillende aanwijzingen van wapenleveringen vanwege Qatar aan Libische rebellen, met name Franse anti-tankwapens en Zwitserse munitie. Het rapport oordeelt dat de wapenleveringen door Qatar niet adequaat aan de VN werden genotificeerd, maar concludeert ook niet dat er een schending van het wapenembargo plaatsvond. Eventuele Qatarese leveringen van wapens van Belgische origine worden in het rapport niet vermeld.