Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4429

van Filip Dewinter (Vlaams Belang) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Justitie

Sharia4Belgium - Shariarechtbank - Wettelijkheid

islam
islamitisch recht
extremisme
religieus conservatisme

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
28/4/2014 Einde zittingsperiode

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3480

Vraag nr. 5-4429 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds kort is er in Antwerpen een shariarechtbank actief. Deze 'rechtbank', gevestigd in het zogenaamde 'Centrum voor Islamitische Diensten' heeft zijn zetel in de Antwerpse Somméstraat en is een initiatief van de extremistische moslimvereniging Sharia4Belgium.

Een shariarechtbank oordeelt over private geschillen tussen mensen van islamitische komaf op basis van de sharia, de islamitische wet. Volgens de website van het 'Centrum voor Islamitische Diensten' doet deze moslimrechtbank onder meer uitspraken over huwelijkskwesties en erfeniskwesties op basis van de sharia.

De sharia staat echter haaks op Europese waarden als de mensenrechten, de waardigheid van de persoon en de gelijkheid tussen man en vrouw. Vrouwen erven volgens de sharia slechts de helft van de man. Het islamitisch huwelijksrecht staat polygamie en kinderhuwelijken toe. De getuigenis van een vrouw is volgens de sharia maar de helft waard van die van een man. Om te scheiden kan een man een vrouw eenvoudig verstoten, terwijl een vrouw zeer grondige redenen moet aanvoeren om te kunnen scheiden.

In theorie leggen moslims hun geschillen op vrijwillige basis voor aan een shariarechtbank voor arbitrage. In de praktijk is er - zeker voor vrouw en kinderen - vaak geen enkele sprake van vrijwilligheid, maar is de druk vanuit de moslimgemeenschap allicht zo groot dat betrokkene geen andere keuze heeft dan de bemiddeling van een shariarechtbank te aanvaarden.

Kan de geachte minister mij meedelen:

1) Is dit de eerste in België actieve shariarechtbank of zijn er nog van deze instellingen actief?

2) Wat is zijn standpunt betreffende de wettelijkheid van dit initiatief?

3) Op welke wijze wordt toegezien op de toepassing door deze rechtbank van de Belgische en internationale wetgeving (onder meer het Europees Verdrag voor de rechten van de mens)?

4) Heeft hij reeds onderzoek laten verrichten betreffende het functioneren van deze shariarechtbank en worden de initiatiefnemers vervolgd?

5) Worden er maatregelen genomen om dit soort van initiatieven een halt toe te roepen?