Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2375

van Filip Dewinter (Vlaams Belang) d.d. 24 mei 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen

"Institution Building" - Speciaal ambassadeur - Mandaat

ontwikkelingshulp
oorlog
handhaving van de vrede
conflictpreventie
personeel in diplomatieke dienst

Chronologie

24/5/2011 Verzending vraag
4/7/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-2375 d.d. 24 mei 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 1 april 2005 benoemde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken samen met de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking de heer Jos Geysels tot speciaal ambassadeur " institution building ". Op 1 februari 2007 kwam een einde aan dit mandaat. Op de schriftelijke vraag nr. 3-3861 (Vragen en Antwoorden nr. 3-61, blz. 5654) van collega de Bethune van 5 december 2005 antwoordde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken het volgende: " De afwezigheid van behoorlijk bestuur en goed functionerende instellingen wordt tegenwoordig openlijk beschouwd als één van de voornaamste factoren die de staten verzwakken, ontwikkeling tegenhouden, armoede bestendigen en verwaarlozing van de mensenrechten in de hand werken. "

En: " Om deze reden belastte ik de speciale ambassadeur met de specifieke opdracht na te gaan in hoeverre de Belgische expertise en ondersteuning ertoe kan bijdragen de essentiële voorwaarden te vervullen om de wederopbouw van de staatsstructuur in de getroffen landen op een succesvolle manier te organiseren. "

Het mandaat van speciaal ambassadeur " institution building " kreeg, na het lezen van het antwoord van de toenmalige minister, hierdoor een redelijk hoog verantwoordelijkheidsgehalte. De problematiek van slecht functionerende staten is immers een direct gevaar voor de democratie.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Werd het mandaat van speciaal ambassadeur " institution building " na het ontslag van de heer Geysels opnieuw ingevuld?

2) Zo ja, door wie? Wat zijn desgevallend haar / zijn vergoedingen?

3) Zo neen, verzaakt dit land aan zijn adviserende rol bij slecht functionerende staten? Gelet op het antwoord van de toenmalige minister, die het uitzonderlijk belang van de functie van speciaal ambassadeur beklemtoonde, wens ik dat niet voor waar aan te nemen.

Antwoord ontvangen op 4 juli 2011 :

1. Neen.

2. Niet van toepassing.

3. Na de beëindiging van het mandaat van speciaal ambassadeur voor "Institution Building" Jos Geysels werd geen opvolger aangesteld. Er werd immers een nieuwe dienst “conflictpreventie en vredesopbouw” opgericht op mijn Departement welke de Belgische inspanningen inzake vredesopbouw coördineert en een geïntegreerde aanpak op dit vlak nastreeft.

Zoals mijn voorgangers, onderstreep ik tijdens buitenlandse bezoeken aan landen die in het verleden verscheurd werden door conflicten, enerzijds het belang van de wederopbouw en organisatie van goed werkende instellingen die een basis vormen voor de verdere ontwikkeling van het land, en anderzijds de expertise en ondersteuning waarover België op dit vlak beschikt.