Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-800

van Wouter Beke (CD&V N-VA) d.d. 18 april 2008

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Sociale fraude - Controle - Limburg

fraude
zwartwerk
gegevensbank
informatiesysteem
arbeidsinspectie
centralisatie van de informatie
officiŽle statistiek
geografische spreiding
Limburg

Chronologie

18/4/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/5/2008 )
3/7/2008 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-801
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-204

Vraag nr. 4-800 d.d. 18 april 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Volgens de internationale studie van professor Friedrich Schneider (Universiteit Linz) zou in ons land 21,5% van het bruto binnenlands product zwart zijn, goed voor 60 miljard euro per jaar. BelgiŽ neemt hiermee de vijfde plaats in op de OESO-lijst, na Griekenland (28,3%), ItaliŽ (26,2%), Spanje (22,3%) en Portugal (22,3%). Het gemiddelde van onze buurlanden bedraagt 14,8%. Zulk gemiddelde zou voor BelgiŽ 10 miljard euro per jaar meer fiscale inkomsten betekenen.

De aanpak van de sociale fraude kreeg met de oprichting van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD, koepel boven vier inspectiediensten van Arbeid, Sociale Zaken, RSZ en RVA) midden 2006 en de komst van Oasis (computersysteem dat gegevens van de inspectiediensten groepeert en met knipperlichten voor risicovolle bedrijven werkt), een grondige poetsbeurt. Voortaan kan met een enkele tik op de knop alle controles en inbreuken met alle mogelijke parameters in kaart worden gebracht. Dat de nieuwe aanpak resultaat heeft blijkt uit de stijging van het aantal strafzaken betreffende sociale fraude.

In de periode van juli†2006 tot juni†2007 werden door de sociale inspectie 9 421 controles uitgevoerd en 5 556 inbreuken vastgesteld. Hiervan situeerde er zich 615 inbreuken of 11% in de provincie Limburg. Het gaat veelal om zwartwerk. Opmerkelijk is wel dat illegale tewerkstelling slechts 17% van de inbreuken inzake zwartwerk uitmaakt.

Van de 9 421 controles werden er echter 1 880 of 20% in Limburg uitgevoerd.

Uit de samenlezing van de verhouding overtredingen met het aantal controles blijkt dat inzake het inbreukenpercentage het arrondissement Oudenaarde de beste leerling is met 29,12% gevolgd door Limburg met 32,7% en aan de staart bengelen de arrondissementen Charleroi met 130,86% en Bergen met 120,62%.

Limburg staat dus op een totaal van drieŽntwintig arrondissementen op de tweede plaats.

Doch worden er verhoudingsgewijze meer controles uitgevoerd dan elders.

Als Limburger heb ik hierover toch enkele vragen:

Waarom worden er in Limburg meer controles uitgevoerd dan elders? Zijn hier specifieke redenen voor? En zo ja, dewelke?

Kan de geachte minister de criteria aangeven waarop beslist wordt welk arrondissement wordt gecontroleerd?

Op welke techniek is de aanwijzing van de te controleren ondernemingen gebaseerd?

Antwoord ontvangen op 3 juli 2008 :

Gelieve hieronder de elementen van antwoord op uw vraag te vinden.

De statistieken waarnaar u verwijst hebben enkel betrekking op de resultaten van de controles, uitgevoerd door de arrondissementscellen. Ter herinnering : de arrondissementscellen werden op 30 juli 2003 opgericht als een gevolg van de ondertekening, door de toenmalige ministers, van het samenwerkingsprotocol tussen de verschillende sociale inspectiediensten. Deze arrondissementscellen werden in beginsel binnen ieder gerechtelijk arrondissement opgericht en vormen ťťn van de middelen die zijn ingesteld om de sociale fraude te bestrijden. In deze cellen zijn vertegenwoordigd : de sociale inspectiediensten, het arbeidsauditoraat en het parket van de procureur des Konings, de politiediensten en de andere actoren die betrokken zijn bij de strijd tegen de sociale fraude.

Dit samenwerkingsprotocol van 30 juli 2003 werd in een wet gegoten. Het betreft de wet van 3 mei 2003, die zelf werd opgeheven en vervangen door Titel XII van de programmawet I van 27 december 2006 tot oprichting van de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD).

Het bureau van de SIOD heeft begin dit jaar statistieken meegedeeld met betrekking tot de totaliteit van de controles die door alle arrondissementscellen samen werden uitgevoerd in een periode van twaalf maanden.

Deze cijfergegevens waren niet bestemd voor publicatie gezien zij het voorwerp dienden uit te maken van enkele analyses die zeer sterk de conclusies nuanceren die er aanvankelijk uit werden getrokken. Inderdaad, niet het geheel van de door de sociale inspectiediensten gevoerde acties in de strijd tegen het zwartwerk en de sociale fraude komen voor in de statistieken van de arrondissementscellen. Omwille van diverse redenen (snelheid van optreden, gerechtelijke dossiers, specifieke aard van de fraude, ...) worden talrijke acties in de strijd tegen het zwartwerk gevoerd buiten de arrondissementscellen.

Om een correct beeld te verkrijgen van hetgeen gedaan werd in het kader van de strijd tegen de sociale fraude, dient men dus de totaliteit van de gevoerde acties in aanmerking te nemen, zowel deze van de arrondissementscellen als deze op initiatief van een Sociale Inspectiedienst.

Indien men de statistieken van de jaren 2003 tot 2007 bekijkt van de directie-generaal Sociale Inspectie van de FOD Sociale Zekerheid, kan men de volgende conclusies trekken :

— de sociaal inspecteurs die zijn toegewezen aan de provincie Limburg vertegenwoordigen gemiddeld ongeveer 7 % van het totale personeelsbestand;

— het aantal processen-verbaal opgesteld in de provincie Limburg bedraagt jaarlijks gemiddeld 4 % van het totaal aantal opgestelde processen-verbaal;

— de geregulariseerde bedragen in de provincie Limburg vertegenwoordigen jaarlijks gemiddeld 7 % van het totaal van de geregulariseerde bedragen;

— ten slotte, de uitgevoerde controles in de provincie Limburg vertegenwoordigen jaarlijks gemiddeld 5,5 % van het totaal aantal uitgevoerde controles.

Wat uit deze cijfers, meegedeeld door de SIOD, kan worden afgeleid, is dat de arbeidsauditeurs van Limburg (die de arrondissementscellen voorzitten) een duidelijke zichtbaarheid willen geven aan deze cellen inzake de strijd tegen de sociale fraude, en een zeker dynamisme wat betreft de samenwerking tussen de sociale inspectiediensten.

Voor de volledigheid nodig ik u uit kennis te willen nemen van het antwoord op de parlementaire vraag, die werd gesteld door uw collega, de heer Bert Schoofs, waarin de resultaten van de controles, die door mijn dienst Sociale Inspectie werden uitgevoerd, per regio gedetailleerd weergegeven worden.