Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6932

van Anne-Marie Lizin (Onafhankelijke) d.d. 12 februari 2010

aan de minister van Justitie

Bankgegevens - Toegang - Akkoord tussen Amerika en Europa - Opschorting - Belgisch standpunt - Bescherming - Maatregelen

bankgeheim
Verenigde Staten
eerbiediging van het privé-leven
terrorisme
witwassen van geld

Chronologie

12/2/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 18/3/2010 )
4/5/2010 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-6931
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-1427

Vraag nr. 4-6932 d.d. 12 februari 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

Het Europees parlement heeft de opschorting gevraagd van een akkoord dat de Amerikaanse overheid, in het kader van de strijd tegen het terrorisme, vanaf februari 2010 toegang had moeten verlenen tot de bankgegevens van de Europese burgers.

Het controversiële akkoord biedt het Amerikaanse United States Department of the Treasury de mogelijkheid om, zoals sinds de aanslagen van 11 september 2001 al het geval was, bankgegevens op te vragen bij de Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication (Swift), een privéinstelling die in Tervuren is gevestigd en die het internationale betalingsverkeer tussen bijna 8000 banken in de wereld beheert.

Wat de grond van de zaak betreft, komt de bescherming van de persoonsgegevens in gevaar.

Wat de vorm betreft, verleent het Verdrag van Lissabon het Europees Parlement medebeslissingsbevoegdheid in dergelijke dossiers.

De politieke partijen hebben over deze kwestie een debat ingeschreven op de agenda van de plenaire vergadering van het Europees Parlement van 10 februari 2010.

Wat is het standpunt van de Belgische regering met betrekking tot de bankgegevens?

Welke maatregelen heeft België genomen om die gegevens te beschermen?

Antwoord ontvangen op 4 mei 2010 :

In de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 hebben de Verenigde Staten een programma voor het traceren van terrorismefinanciering (“Terrorist Finance Tracking Program” – TFTP) gelanceerd. Daarin was onder meer erin voorzien om dwingende administratieve dwangbevelen (“subpoenas”) op te leggen aan het filiaal van de in de Verenigde Staten gevestigde organisatie SWIFT met het oog op het verkrijgen van een aantal gegevens.

De Belgische regering is net als alle andere lidstaten van de Europese Unie (EU) van oordeel dat het TFTP-programma de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van de EU de mogelijkheid biedt om inlichtingen te verkrijgen die cruciaal zijn in het kader van de preventie van terroristische daden in Europa en dat het essentieel is dat dit programma kan worden voortgezet.

Het door de Raad van de EU op 30 november 2009 getekende akkoord is geannuleerd ingevolge de negatieve stemming in het Europees Parlement in februari 2010, overeenkomstig de nieuwe procedure die door het Verdrag van Lissabon is opgesteld.

De goedkeuring van een nieuw akkoord is dringend aangezien de voornaamste dienstenverstrekker (SWIFT) sinds 1 januari 2010 alle gegevens die betrekking hebben op financiële verrichtingen in de Europese ruimte niet meer op Amerikaans grondgebied, maar op Nederlands grondgebied opslaat.

De Belgische regering is voorstander van een Europees antwoord op de Amerikaanse vragen aangezien het TFTP-programma betrekking heeft op alle Europese burgers. Tijdens recente besprekingen op de Raad heb ik de Europese Commissie persoonlijk verzocht snel de draad opnieuw op te nemen, maar ook de nodige lessen te trekken uit de mislukking in het Europees Parlement. In dat opzicht is het belangrijk dat het toekomstig akkoord een evenwichtige oplossing brengt die het evenwicht houdt tussen de vereisten van een efficiënte bestrijding van het terrorisme en de financiering ervan en de inachtneming van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van onze burgers.

Indien wij een duurzame oplossing wensen voor het TFTP-programma is het bovendien noodzakelijk dat het toekomstig akkoord streeft naar een nieuwe juridische basis waardoor een Europese autoriteit (eventueel Eurojust) wordt gemachtigd om in te stemmen met de overdracht van de gegevens van de organisatie Swift naar de Verenigde Staten en dit te controleren.

Tot slot moet het Europees Parlement zijn rol kunnen spelen, niet enkel bij de onderhandeling van het toekomstig akkoord, door het tijdens alle fases van de procedure in te lichten, maar bij de tenuitvoerlegging van het gesloten akkoord, door het de mogelijkheid te geven om deel te nemen aan de evaluatie ervan.

De Europese Commissie heeft bevestigd dat zij aan een ontwerp van onderhandelingsmandaat werkt en dat zij van plan is om dat voor eind maart in te dienen.

Het Spaanse voorzitterschap heeft verzekerd dat zodra het ontwerp van mandaat op de tafel van de Raad ligt, het hiervan een van zijn prioriteiten zal maken. De eerste stap zal dan ook erin bestaan, binnen de Raad tot een akkoord over het onderhandelingsmandaat te komen en vervolgens met de Verenigde Staten te onderhandelen voor het sluiten van een nieuw akkoord. Dit dossier zal naar alle waarschijnlijkheid nog tijdens het volgende Belgische EU-voorzitterschap op de onderhandelingstafel belanden.

Zoals hiervoor bepaald, zal de Belgische regering erop toezien dat het toekomstig Europees akkoord toereikende garanties bevat inzake de verwerking van de gegevens door de Amerikaanse autoriteiten, inzonderheid met het oog op de doeleinden, de veiligheid en de bewaringstermijn van de gegevens en op de rechten die aan de betrokken persoon worden toegekend.

Die garanties moeten worden toegepast zonder onderscheid op vlak van nationaliteit of land van verblijf.

Het akkoord moet ook een systeem van gezamenlijke evaluatie (“joint review”) invoeren, met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het akkoord, in het bijzonder de bepalingen betreffende de bescherming van de persoonlijke gegevens.