Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6776

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 2 februari 2010

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Pensioensparen - Aantallen - Resultaten

spaartegoed
officiŽle statistiek
geografische spreiding

Chronologie

2/2/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/3/2010 )
19/3/2010 Rappel
6/5/2010 Einde zittingsperiode

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-6777

Vraag nr. 4-6776 d.d. 2 februari 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Voor 2009 mocht een burger in dit land maximum 870 euro op zijn belastingbrief inbrengen voor pensioensparen. Op die manier kan iemand die zich inschreef voor de derde pensioenpijler een deel van het gespaarde bedrag fiscaal recupereren. Onze federale regering wil daarmee pensioensparen aanmoedigen.

Graag kreeg ik dan ook van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen:

1. Heeft u voor de jaren 2000 tot en met 2009, onderverdeeld tussen mannen (die Deel 1 - Vak IX code 1361-94 invulden op hun belastingsaangifte) en vrouwen (die Deel 1 - Vak IX code 2361-64 invulden op hun belastingsaangifte), opgesplitst per jaar, gegevens over het aantal aangiften per leeftijdcategorie, opgedeeld in telkens tien jaar en per regio wat de inschrijving betreft van mensen die een aanvullend pensioen via de derde pensioenpijler opbouwen?

2. Welke conclusies trekt de geachte minister? Is er een effect vaststelbaar sinds de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid van kracht werd? Zijn er verschillen tussen Vlaanderen en WalloniŽ, tussen vrouwen en mannen, tussen leeftijdscategorieŽn?

3. Zijn er bijkomende inspanningen nodig om doelgroepen die nog niet aan pensioensparen doen, toch over de streep te trekken?