Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6370

van Wouter Beke (CD&V) d.d. 29 december 2009

aan de minister van Binnenlandse Zaken

Gerechtelijke politie - Functionele opleiding - Evaluatie

praktijkopleiding
gerechtelijke politie

Chronologie

29/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 29/1/2010 )
8/2/2010 Antwoord

Vraag nr. 4-6370 d.d. 29 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De functionele gerechtelijke opleiding (artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 december 2005 betreffende de functionele opleidingen van de personeelsleden van de politiediensten) wordt ondertussen voor de vijftiende keer georganiseerd. De functionele gerechtelijke opleiding werd in het leven geroepen met als doel " onderzoekers " op te leiden en middels het recherchebrevet als dusdanig te erkennen.

De vijftiende sessie van deze drie maanden durende cursus is van start gegaan op 30 maart 2009 en zal afgerond zijn op 15 december 2009. De cursus duurt minimum 320 uren.

De cursus vindt plaats in het kwartier Geruzet te Brussel en meer bepaald, gezien de grootte van de groep, in de Messina-zaal.

De vijftiende sessie wordt ingericht voor een groep van zesenzeventig cursisten.

De cursisten zijn erg ontgoocheld en hebben besloten om de volgende structurele aspecten ter kennis te brengen:

A. Het lokaal:

1. De Messina-zaal leent zich niet tot het inrichten van cursussen.

- Gezien de grootte van de groep en de afstand tussen de leerlingen en de docenten is elke vorm van interactie onmogelijk.

- De leerkrachten worden door de pilaren in de zaal aan het zicht onttrokken.

2. Micro:

- De docenten kunnen les geven met een micro. Een aantal docenten weigert dit te doen en is echt onverstaanbaar. Leerlingen die een vraag wensen te stellen doen dit niet omdat van een normaal gesprek geen sprake kan zijn.

- De kabel van de micro is te kort zodat de docenten die het bord wensen te gebruiken dit niet kunnen of op dat ogenblik opnieuw totaal onverstaanbaar worden.

3. Bord:

- Wanneer een docent het bord gebruikt is het geschrift zo klein, en de afstand zo groot, dat het opnieuw niet meer leesbaar is.

- Het bord is hierbij slechts zichtbaar voor de cursisten die er juist voor zitten.

4. Geluidshinder:

- Zesenzeventig mensen die bij elkaar zitten maken hoe dan ook ongewild veel lawaai. Trachten doorheen dit lawaai (ritselen van papier, schuiven van stoelen, hoesten, ...) de docenten te horen is niet vol te houden.

- De belendende zaal wordt gebruikt voor gastcolleges, recepties ed. wat opnieuw een vreselijke lawaaihinder met zich meebrengt.

- Hierbij komt nog de geluidshinder veroorzaakt door de frequent voorbijrijdende cavalerie, bezemwagen, ...

5. Presentaties en cursus:

- De PowerPoint-presentaties zijn onleesbaar voor de meeste leerlingen. De afstand tussen de cursist en het scherm is te groot is en bovendien onttrekken een aantal pilaren het scherm aan het zicht.

- Er is geen uitgeschreven cursus voorhanden.

- De slideshows vormen de ruggengraat van de opleiding. Zij zijn vaak niet in overeenstemming met de hand-outs die de school ter beschikking stelt omdat de docenten ze ondertussen hebben aangepast. Deze hand-outs, telkens voor zesenzeventig personen gekopieerd, zijn bijgevolg nutteloos. Als de toepasselijke hand-outs dan toch verspreid worden is de les voorbij. Nota's nemen wordt dan toch wel heel ingewikkeld.

- De dia's in de hand-outs zijn vaak onleesbaar. De tekst is in een te klein formaat gesteld, de dia's bevatten te veel tekst, de frames zijn gekleurd hetgeen ze bij een zwart / wit afdruk onleesbaar maakt.

B. De docenten:

- Een ervaringsdeskundige mag dan zeer bekwaam zijn in zijn domein maar hiervoor is hij nog geen goede lesgever.

- In deze setting lesgeven is voor alle docenten, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, echt een hopeloze opdracht.

- In dergelijke grote groep is werken met didactisch materiaal onmogelijk. Werken met praktische casussen kan niet. Interactie tussen student en docent kan niet. Werken in subgroepen kan niet.

- Lesgevers en school spreken elkaar tegen. Docenten geven te kennen dat zij niet wisten dat zij voor dergelijk grote groep moesten les geven terwijl de directie het tegenovergestelde pretendeert. Gezien het niet de eerste keer is dat aan dergelijk grote groep les wordt gegeven werden er blijkbaar geen lessen getrokken uit het verleden...

- Docenten bieden een foute oplossing aan voor een taak die zij aan de cursisten gaven. Zij leggen dit uit " omdat zij dit tussen de soep en de patatten hebben voorbereid ".

- Docenten stellen hun vak voor als een kennismakingspakket, een sensibilisering en niet als een in te studeren materie.

- Een docent kwam de materie van zijn collega geven waarbij hij eerlijk toegaf er niet in thuis te zijn en zich beperkte tot het aflezen van de slide-show.

- Een drietal docenten slaagde er in om de groep te boeien. Bij hun vakken kon dan weer de vraag gesteld worden naar de meerwaarde voor het zuivere speurwerk.

- Sommige docenten doen een kennismakingsronde in een groep van zesenzeventig cursisten. Dit is misschien wel respectvol maar neemt erg veel tijd in beslag.

- Docenten leggen uit dat het organiseren van de cursus voor zesenzeventig deelnemers is geïnspireerd op bevelen van " hogerhand " waarbij niet de kwaliteit telt maar wel de kwantiteit…

- Bij een toepasselijke vraagstelling kreeg een cursist te horen dat hij niet te diep moest ingaan op de zaken…

C. De school:

- De hierboven summier maar niettemin dramatische materiële omstandigheden waarin de cursus wordt gegeven hypothekeren uiteraard het pedagogisch aspect.

- Het gros van de cursisten kent tot op heden de directie van de school niet. Er was geen voorstelling, kennismaking.

- De reële lestijd per dag bedraagt zes uren. Hierbij dienen de verplaatsingstijden te worden geteld. Op die manier komen de mensen die van ver komen zonder problemen aan de vereiste 7:36 uur. De anderen wier verplaatsing niet wordt verrekend komen met dit systeem in een deficit terecht als zij niet elke dag 1:36 uur naar hun werkplaats gaan. Hierbij kunnen zij op deze werkplaats op die manier helemaal niet renderen. Volgens de richtlijnen inzake berekening van de arbeidstijd dient bij de reële lestijd en de verplaatsingstijd ook de tijd nodig om te studeren gerekend te worden. De school verschaft hierover geen duidelijkheid zodat dit overal anders geïmplementeerd wordt.

- Het gebeurde dat een lesgever niet kwam opdagen zodat alle studenten voor twee uur les de verplaatsing dienden te maken. Sommigen moesten achteraf gaan bijwerken. Anderen konden rustig naar huis gaan.

- De groep cursisten wordt " geobserveerd " door personen van de school en voelt zich hierbij " bewaakt ". De rol van deze observatoren werd niet toegelicht.

- De leerstof is naar de studenten toe niet correct afgebakend. De slide-shows en de hand-outs hiervan geven geen enkele garantie over de geziene stof. In sommige lessen zijn de observatoren aanwezig en in andere niet zodat ook zij ter zake geen enkele garantie kunnen bieden.

- Er is nog de discriminatie op het vlak van leerkansen die ontstaat door de cursus de ene keer aan te bieden aan twintig leerlingen en de andere keer aan een groep van zesenzeventig leerlingen. Nochtans krijgen zij allemaal hetzelfde eindexamen…

- De vragen bij het eindexamen moeten gelijklopen met de vragen die de Franstalige collega's krijgen. Deze zitten nu in een groep van twintig en hebben, in tegenstelling tot de Nederlandstaligen, een aantal vakken zeer intensief kunnen beleven.

- Een aantal cursisten zijn reeds gespecialiseerd in een domein. Wanneer zij hiervoor een vrijstelling krijgen dienen zij in deze materie toch opnieuw een examen af te leggen.

- De groep cursisten werd opgesplitst in drie subgroepen waarvan één groep de opleiding in drie opeenvolgende maanden kan krijgen. De twee overige groepen hebben nu en dan eens les en dit tot en met medio oktober. Welk criterium werd er gehanteerd bij de indeling van de groepen? Hierbij werd blijkbaar rekening gehouden met de desiderata van sommige studenten die op voorhand wisten dat dit zou gebeuren.

- Door de opsplitsing in drie groepen ontstaan drie verschillende cursussen. De interactie is in elke groep immers anders en maakt dat de docent onvermijdelijk andere accenten zal leggen.

- Sommige programmawijzigingen worden aangekondigd, andere niet.

- In de eenheden wordt deze situatie moeilijk beheerbaar. Immers, nu eens is men wel en dan weer niet aanwezig en dat van einde maart tot medio oktober.

- Door het gespreid geven van een drie maanden durende cursus in een periode van zeven maanden wordt de afstand tussen de cursus en het eindexamen toch bijzonder groot. De cursisten zijn zedelijk verplicht op één of andere manier een bloktijd te organiseren waarbij zij opnieuw onbeschikbaar zijn voor hun eenheden.

- Wetende dat in de eerste uitgaven van de cursus er zelfs geen examen voorzien was, waarbij deze deelnemers hetzelfde brevet verwierven kan dit demotiverend werken.

- De school vraagt de studenten om de cursus te evalueren. Na de cursus veertien keren georganiseerd te hebben zijn de antwoorden op de evaluatieformulieren genoegzaam bekend. Zij geven dit zelf toe. Het feit dat thans de voorliggende problemen nog steeds bestaan doet toch de vraag rijzen wat er met de evaluatie van de veertien vorige uitgaven is gebeurd.

D. De studenten:

- Er is geen enkele selectie gebeurd bij het samenstellen van de groep. Eenieder die in een recherchedienst werkt moet deelnemen om dit werk te kunnen blijven doen.

- Gaandeweg en gezien al wat vooraf gaat haken de studenten massaal af bij de lesgevers en geraken volledig gedemotiveerd.

- Zesenzeventig studenten dienen minimum 320 uur cursus te volgen wat een totaal aan 24 320 uren oplevert en omgerekend 3 304 arbeidsdagen. In realiteit zitten zij om en bij de zevenenvijftig dagen / leerling uit hetgeen er op neerkomt dat een potentieel van 4 332 arbeidsdagen totaal onproductief worden " door gemaakt ".

- Hierbij werd geen rekening gehouden met de arbeidstijd van de docenten en het personeel van de school.

- Mensen die nu toch al geruime tijd zware recherchedossiers uitvoeren riskeren thans te worden afgewezen door een multiple choice-examen met giscorrectie.

- Mensen die hoopten via de cursus het beroep van rechercheur te leren beseffen dat zij na de cursus helemaal niet in staat zullen zijn om een recherchedossier aan te pakken.

- Door de cursus nationaal te organiseren botst met steeds weer op de verschillen in mentaliteit en richtlijnen bij de diverse parketten zodat ook hieraan veel tijd verloren gaat.

E. Het examen:

Hoe kan er sprake zijn van een examen wanneer:

- de leerstof niet duidelijk is afgebakend;

- de leerstof vaak niet hoorbaar, leesbaar is als ze wordt gegeven;

- de leerstof vaak niet leesbaar is in de gedrukte hand-outs;

- de gedrukte hand-outs vaak niet overeenkomen met de gegeven materie;

- de vragen worden gekozen door de observatoren van de school die nu eens wel en dan weer niet aanwezig zijn;

- de ene docent wel en de andere geen vragen opgeeft;

- de ongelijke behandeling van de cursisten moet leiden tot dezelfde vragen voor onder andere Franstaligen (twintig cursisten) en Nederlandstaligen (zesenzeventig cursisten);

- de school bij de verbetering van de multiple choice en in functie van het aantal foute antwoorden al dan niet vragen laat wegvallen. In dit geval loopt bijgevolg het hele systeem van de giscorrectie in het honderd?

Een en ander heeft geleid tot groot ongenoegen bij de cursisten.

De schooldirectie tracht aanvankelijk het probleem te verklaren met een zogeheten studiemoeheid die volgens hen halverwege de cursus optreedt. Gezien het protest heeft zij ondertussen een aantal lacunes in de organisatie moeten toegeven en stelt als tussenoplossing voor de vakken " boekhouden ", " rondtrekkende benden " en een deel van het " patrimoniumonderzoek " te laten wegvallen voor het examen.

Maar wat met de gelijkheid van het examen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen?

Wat met de gelijkheid met de cursisten die in het verleden geen / wel examens hadden?

Deze nota werd ook overgemaakt aan de heer commissaris-generaal van de federale politie, aan de heer voorzitter van de Vaste Commissie van de lokale politie en aan de heer directeur-generaal Van Thielen.

Ondertussen blijkt dat de directrice, Mevrouw Deseille, alle verantwoordelijkheid afwimpelt op haar personeel en dus haar verantwoordelijkheid niet opneemt of zichzelf minstens in vraag stelt. Tot op heden, en ondanks de petitie, zag zij geen reden om in communicatie te treden met haar studenten, dit in tijden " transparantie van het politieapparaat ".

De opleiding kabbelt verder en op 15 december vindt het examen plaats. Volledig in de geest van wat voorafging zullen zesenzeventig actieve rechercheurs die dergelijk gebrekkige opleiding kregen dan op de rooster gelegd worden. Zij verwachten zich aan een afrekening vanuit de directie van de school. Men laat de studenten hierover alvast in het ongewisse.

Bovendien kan het gevolg hiervan zijn dat deze rechercheurs, die toch al jaren actief zijn, plots ongeschikt verklaard worden en herexamens moeten afleggen.

Opnieuw zijn deze mensen dan niet beschikbaar voor hun eenheden en het gerechtelijk werk.

Daar waar rechercheurs van de lokale politie die niet het gewenste resultaat halen gewoon herplaatst kunnen worden in hun eenheid, zullen de rechercheurs van de federale politie die niet slagen moeten afgedankt worden. Zij voldoen dan immers niet meer aan de vereisten en kunnen niet herplaatst worden. Dus opnieuw rekruteren, opleiden, ...

In gevolge van deze informatie had ik van de geachte minister een adequaat antwoord gehad op volgende vragen:

1. Is de geachte minister bekend met de problemen?

2. Zo niet; werd zij door haar diensten niet ingelicht over de systematische negatieve evaluaties door de studenten? En als zij niet werd ingelicht, wat loopt er dan mis binnen haar dienst dat verhinderd dat zij als verantwoordelijk minister niet op de hoogte is van dergelijke tekortkomingen binnen een zo belangrijk onderdeel van het politieapparaat?

3. Indien zij het wel reeds wist, wat heeft zij aan acties heeft ondernomen om daaraan tegemoet te komen? Welke effecten dat heeft geressorteerd? Waarom heeft zij nog geen actie heeft ondernomen?

4. Is zij van mening dat de opleiding, in tegenstelling tot wat ons ter ore is gekomen, toch voldoet aan de eisen gesteld door de wet en de uitvoeringsbesluiten?

5. Moeten in dat geval de wet en de uitvoeringsbesluiten niet nog preciezer worden opgesteld zodat zij in een vroeger stadium makkelijker kan tussen komen om dergelijke ontsporingen zoals bij deze opleiding te voorkomen? En moet in dat geval niet aan de wet worden toegevoegd dat de evaluaties sneller aan het Parlement moeten worden overgemaakt, om haar te helpen bij haar taak?

6. Hoe wordt de evaluatie gedaan voor rechercheurs van de federale politie indien zij niet het gewenste resultaat behalen bij het examen? Heeft dit gevolgen voor hun verdere loopbaan bij de politie? Zo ja, welke gevolgen?

Antwoord ontvangen op 8 februari 2010 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

Ik ben inderdaad op de hoogte van de aangehaalde problematiek die trouwens eveneens werd besproken op het onderhandelingscomité voor de politiediensten van 9 december 2009.

Wegens een recente aanpassing van het wetgevend kader van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten worden bepaalde functies binnen de geïntegreerde politie voorbehouden aan personeelsleden die, nadat zij bij mobiliteit in plaats werden gesteld en voor zover zij geen brevethouder zijn, hiertoe een specifieke functionele opleiding hebben genoten.

Vanuit dit wetgevend kader, de verdeling van de opdrachten van gerechtelijke politie en rekening houdend met de principes van de excellente politiezorg, werd de functionele gerechtelijke opleiding geconcipiëerd in een gemeenschappelijke module voor lokale en federale politie en een aanvullende gespecialiseerde module voor de federale gerechtelijke politie.

Bij deze keuze werd er enerzijds rekening gehouden met het beperkt aantal opleidingen en anderzijds wou men zo vlug mogelijk aan de vragende partij een opleiding verschaffen om lange wachttijden te vermijden. In deze optiek bleef en blijft de kwaliteit van de opleiding echter een prioriteit.

Teneinde te kunnen voldoen aan de vraag van zowel de federale als lokale politie en de wachtlijsten voor het volgen van de functionele opleiding tot een minimum te beperken, werd beslist om één à twee sessies van vijfenzeventig studenten per taalregime te organiseren.

Nu is het niet meer nodig om binnen een redelijke termijn een groot aantal personeelsleden in een auditorium op te leiden zodat zij hun functie binnen hun eenheid kunnen uitoefenen. De opleiding wordt nu opnieuw verstrekt op de klassieke manier aan een beperkt aantal deelnemers in minder grote lokalen.

De evaluatie op het einde van de opleiding omvat een schriftelijk examen en een geïntegreerde proef. Het personeelslid dat tijdens de eerste zittijd niet slaagt, heeft recht op een tweede zittijd. Als hij opnieuw mislukt, zal hem geen brevet worden toegekend. Als zijn korpschef het hem toelaat, kan het personeelslid de opleiding opnieuw volgen en de proeven opnieuw afleggen.

Iedere lesgever wordt beoordeeld op zijn inhoudelijke en pedagogische kwaliteiten. Na iedere sessie wordt een evaluatie gehouden met het oog op het voorkomen en verbeteren van vastgestelde pijnpunten en in het uiterste geval tot het zoeken naar een andere lesgever.

Voor wat het programma betreft wordt de inhoud van de cursussen regelmatig aangepast in functie van sommige opmerkingen van studenten, alsook in functie van de behoeften die vermeld worden door de lokale eenheden tijdens de analyses die door de rechercheschool worden uitgevoerd, maar vooral ook op basis van de wensen van de overheid (federale gerechtelijke politie en vaste commissie van de lokale politie). De rechercheschool beheert zowel de inhoud als de pedagogische methoden op een dynamische manier.

Om de bezwaren gelinkt aan de organisatie van de opleiding te beperken, werden er verschillende maatregelen genomen. Zo heeft de directie van de rechercheschool een ontmoeting gepland met de diensthoofden van de federale gerechtelijke politie om de pedagogische doelstellingen te herzien en te verfijnen.

En de dossierbeheerders en organisatoren van de opleiding zijn op regelmatige basis in de klas aanwezig om de evolutie van de opleiding te volgen, de pedagogische competenties van de lesgevers te evalueren, toe te zien op de verwezenlijking van de doelstellingen van de opleiding en te antwoorden op de vragen van de studenten.

Voor wat het examen betreft is de directie van de rechercheschool verantwoordelijk voor de evaluatie van de studenten op het einde van de opleiding. In deze context neemt zij alle geschikte maatregelen om de rechtvaardigheid en objectiviteit van het evaluatieproces te garanderen. De vragen worden opgesteld door de lesgevers en via een gemeenschappelijk overleg tussen de lesgevers van beide taalregimes wordt een gemeenschappelijk examen voorgesteld.

Het examen is een open boek examen en voor het overgrote deel zijn de antwoorden op de vragen letterlijk terug te vinden in het cursusmateriaal van zowel de Nederlandstalige studenten als van de Franstalige studenten.

Gezien het aantal niet geslaagde Franstalige kandidaten binnen sessie 14 werd er een informatiesessie georganiseerd waarbij drie syndicale afgevaardigden aanwezig waren.

Spijtig genoeg dient men te constateren dat het niveau van de kandidaat onderzoekers sterk varieert. Men kan zelfs zeggen dat de heterogeniteit van de groep een variabele basiskennis van de politionele functie vertoont, die soms onvoldoende blijkt te zijn voor de uitoefening van een onderzoeksopdracht binnen een recherchedienst van de federale of lokale politie. Een functionele opleiding van gerechtelijke politie van slechts drie maanden kan dit tekort niet altijd verhelpen.

De rechercheschool voorziet voor 2010 om meer sessies te organiseren met kleinere groepen (maximum vijfentwintig personen). Dit was niet mogelijk voor de laatste voorbije sessies daar anders de wachtlijsten voor het aantal op te leiden personen te hoog zou hebben opgelopen.

Voor het overige, is het aangewezen vooreerst de resultaten van de tweede zittijd af te wachten vooraleer eventueel bijkomende maatregelen te overwegen.

Sessie 15 is nog niet beëindigd, de kandidaten hebben pas hun eerste examen op 15 december 2009.