Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-61

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 8 november 2007

aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid

Deeltijds kunstonderwijs – Muziekpartituren – Reproductierechten (Reproductie van korte fragmenten)

artistieke vorming
auteursrecht
muziek
reproductie
uitgeverij

Chronologie

8/11/2007 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 13/12/2007 )
20/12/2007 Antwoord

Vraag nr. 4-61 d.d. 8 november 2007 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In het deeltijds kunstonderwijs (DKO), meer bepaald de richtingen muziek en dans, wordt uiteraard veelvuldig gebruik gemaakt van muziekpartituren. Voor de leerling die gebruik maakt van originelen betekent dit een meerkost van 100 à 200 euro per jaar.

Door de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten heeft enkel de “auteur” (uitgever of beheersvennootschap) het recht om dit te reproduceren. De enige uitzondering is het “kort fragment”, dat echter niet is gedefinieerd in de wet. Het vroeger verspreide gebruik van fotokopieën is onmogelijk geworden.

De “Société des éditeurs de musique” – Muziekuitgevers (SEMU) verkreeg ineens in 2003 de mogelijkheid rechtstreeks via gemachtigde agenten vaststellingen te doen.

Vandaar mijn vragen aan de geachte minister:

1. Is hij op de hoogte van deze problematiek?

2. Is hij akkoord dat deze meerkost voor de leerlingen DKO aanvaardbaar is?

3. Welke zijn de mogelijke oplossingen die hij voorstelt?

Antwoord ontvangen op 20 december 2007 :

In antwoord op haar vraag, heb ik de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

1. De enige uitzondering op het auteursrecht die de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten voorziet, om partituren te reproduceren op papieren of gelijkaardige drager, heeft betrekking op korte fragmenten verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, onder de voorwaarden bepaald bij artikel 22, § 1, 4ºbis, van de wet.

Indien de reproductie van korte fragmenten voldoet aan voornoemde wetsvoorwaarden, dan mag deze reproductie gebeuren zonder voorafgaande toestemming van de auteur of van zijn rechthebbende. In dit geval moet een vergoeding overeenkomstig artikel 59, eerste lid van de wet, betaald worden aan de CVBA Reprobel, die door de Koning gemachtigd werd om deze vergoeding te innen en te verdelen.

Zoals het geachte lid zelf vermeldt, geeft de wet geen definitie van het begrip « kort fragment ». Bij mijn weten komt dergelijke definitie evenmin voor in de voorbereidende werken (zie met name het verslag De Clerck, Parl. Stukken, Kamer, 473/33-91/92, blz. 192 tot 195). Het komt dus de hoven en rechtbanken toe om zo nodig geval per geval te bepalen of een uittreksel van een partituur al dan niet een kort fragment van een bepaald muzikaal werk vormt.

In de rechtsleer is het begrip « korte fragmenten » de weerspiegeling van de wil van de wetgever, die de reproductie van lange uittreksels of volledige werken niet wil toestaan (zie met name F. De Visscher en B. Michaux, Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Bruxelles, Bruylant, p. 112, nº 133). Dit begrip dient beoordeeld te worden enerzijds in het licht van de verhouding van het gereproduceerde fragment ten opzichte van het gehele werk (kwantitatief criterium) en anderzijds van zijn intrinsiek belang ten opzichte van de kern van het gereproduceerde werk (kwalitatief criterium) (zie F. Dubuisson, « L'exception de reproduction d'œuvres fixées sur un support graphique ou analogue dans un but privé ou didactique », J.T., 1997, blz.655).

De CVBA Semu heeft tot doel de inning, de verdeling, de administratie en het beheer van alle grafische rechten van de muziekuitgevers. De CVBA Semu heeft inderdaad beslist om vanaf 2003 het kopiëren van partituren te onderwerpen aan haar voorafgaande toestemming, wanneer deze reproductie niet beantwoordt aan de uitzonderingsvoorwaarden van de wet. Semu treedt op als vertegenwoordiger van de uitgevers van partituren, die zich per contract de rechten doen overdragen van de auteurs, wier werken zij uitgeven. Zij is thans de enige partiturenuitgeversmaatschappij die dit exclusieve uitgeversrecht beheert. In dit kader sluit zij licenties af met de onderwijsinstellingen.

2. Het recht van de auteur van de partituren om de reproductie van zijn werk al dan niet te laten reproduceren is dus een exclusief recht wanneer de reproductie zich niet beperkt tot een kort fragment van de partituur voor illustratiedoeleinden in het onderwijs of ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, zoals voorzien bij artikel 22, § 1, 4ºbis, van de wet.

De houders van de rechten staat het dus vrij hun rechten te beheren naar eigen goeddunken, op voorwaarde dat ze geen rechtsmisbruik of misbruik van machtspositie plegen. Onder dit voorbehoud mogen zij derhalve, onder de voorwaarden die zij bepalen, het gebruik van de werken, waarvan zij de rechten bezitten, toestaan.

Bij gebrek aan wettelijke machtiging, is de minister niet bevoegd om dit exclusieve recht te beperken of in te richten, laat staan om te bepalen wie uiteindelijk de kosten van de toestemmingslicentie moet dragen.

3. Ik verwijs het geachte lid naar punt 2 hierboven.

Overigens dient vermeld te worden dat het steeds mogelijk is om de handelingen van de CVBA Semu aan te vechten voor de hoven en rechtbanken op voorwaarde dat men kan bewijzen dat de CVBA Semu een machtspositie bekleedt en daar misbruik van maakt (zie de artikelen 2, 2º, 4 en 47, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 10 juni 2006).