Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5989

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 7 december 2009

aan de minister van Binnenlandse Zaken

Geweld tegen holebi’s - Geregistreerde incidenten - Aantallen

seksuele minderheid
geweld
lichamelijk geweld
gemeentepolitie
officiële statistiek

Chronologie

7/12/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010)
15/3/2010Rappel
24/3/2010Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4324

Vraag nr. 4-5989 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Divers onderzoek waaronder dat van John Vincke, socioloog aan Universiteit Gent, stelt dat er sprake is van een toename aan homofoob geweld.

In Vlaanderen stijgt het aantal gewelddelicten tegenover homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders weliswaar minder sterk dan in de ons omringende landen met uitschieters in steden als Amsterdam en Londen, maar dat onze samenleving steeds minder verdraagzaam wordt tegenover minderheden – en zeker tegenover holebi’s – staat buiten kijf.

Vincke baseert zich op eerder onderzoek van de KULeuven, die reeds twee jaar geleden aan de alarmbel trok bij de bekendmaking van de resultaten van een studie inzake de verdraagzaamheid bij jongeren ten opzichte van holebi’s. Toen bleek dat vooral allochtone jongeren veel problemen hebben met de aanvaarding van homo’s, lesbiennes en biseksuelen.

Concrete cijfers werden tot op heden vanuit de overheid niet vrijgegeven.

Om een duidelijker beeld te krijgen van de al of niet gewelddadige agressie ten aanzien van holebi’s zijn er vanaf 2008 richtlijnen ten aanzien van de parketten uitgevaardigd om de daden van agressie tegen holebi’s aan te pakken.

Tevens wordt tengevolge een omzendbrief gewelddaden jegens holebi’s apart geregistreerd door de politie bij proces verbaal. Dit laat de politie toe om homofobe motieven te registreren bij processen-verbaal. Aldus laten deze gegevens ons toe om als maatschappij een duidelijker beeld te krijgen over de mogelijke toename van fysiek en verbaal geweld jegens holebi’s.

Uit onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van de toenmalige minister van Justitie bleek reeds dat één op de drie holebi’s zich minstens één keer per maand onveilig voelt omwille van zijn of haar geaardheid. Bijna zes op de tien homo’s kreeg reeds te maken met verbaal geweld. Twintig procent van de ondervraagden werd al bedreigd, tien procent was het slachtoffer van fysieke agressie.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Kan de geachte minister aangeven voor respectievelijk 2008 en de eerste helft van 2009 hoeveel keer homofobe motieven werden geregistreerd door de politie in de processen-verbaal?

2) Kan zij aangeven in hoeverre de politie werd gesensibiliseerd wat betreft het registreren van misdrijven met homofoob karakter en wordt deze sensibilisering regelmatig hernomen?

3) Kan zij aangeven, op basis van de registratie van de feiten in de processen-verbaal, waar de meeste feiten zich voordeden en kan zij voor 2008 aangeven in welke steden zich het meeste feiten voordeden alsook aangeven om hoeveel feiten het per stad ging en dit op jaarbasis?

Antwoord ontvangen op 24 maart 2010 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

Deze vragen behoren tot de bevoegdheid van de gerechtelijke overheden en van de minister van Justitie.