Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5656

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 7 december 2009

aan de minister van Justitie

Gevangenissen - Overbevolking - Overdracht van gevangenen naar Nederland - Praktische modaliteiten

strafgevangenis
voltrekking van de straf
overbrenging van gedetineerden
Nederland

Chronologie

7/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
19/3/2010 Rappel
6/5/2010 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-3869

Vraag nr. 4-5656 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De strafuitvoering blijft een moeilijke en gevoelige schakel in de keten van de Belgische Justitie. Een geloofwaardige strafuitvoering is inderdaad cruciaal voor het rechtvaardigheidsgevoel van de publieke opinie. " Justice must not only be done, but also seen to be done ". Vandaar mijn niet aflatende interesse in deze belangrijke materie. Ik voel mij bijzonder vereerd dat ook de minister deze bezorgdheid waardeert (zie antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 4-3696).

Half juli 2009 lees ik immers in de pers dat er een akkoord is met het kabinet Justitie in Nederland. Zij is bereid de gevangenis van Tilburg leeg te maken zodat 500 Belgische gevangenen daar kunnen opgenomen worden. In Tilburg is plaats is voor 681 gevangenen. Bij de 500 over te brengen gevangenen bevinden zich 214 gedetineerden met de Nederlandse nationaliteit.

Gedurende drie jaar kan BelgiŽ beroep doen op deze gevangenis, eventueel met een extra jaar verlengbaar. Onze schatkist mag daarvoor alvast ongeveer dertig miljoen euro per jaar voor vrijmaken.

Deze maand zou de geachte minister de besprekingen willen afronden.

In sommige gevallen zou de Nederlandse regelgeving gelden, in andere de Belgische (onder andere het gevangenisregime). De gevangenis in Tilburg zal dus onderworpen zijn aan een mengeling van verplichtingen. Meent de geachte minister dat hierdoor geen problemen kunnen ontstaan? Zijn alle eventuele juridische obstakels uit de weg geruimd?

Hoe zit het met de omkadering (bijvoorbeeld psychosociale ondersteuning van de gedetineerden)? Wordt deze Belgisch of Nederlands ingevuld?

Wat wordt Belgisch ingevuld, wat Nederlands?

Hoeveel Belgen verblijven momenteel in de Nederlandse gevangenissen?

Een deel van de 214 (cijfers juli 2009, niet uitgesplitst naar veroordeelden-voorlopige hechtenis) gedetineerden van Nederlandse afkomst zouden onder het protocol van de Raad van Europa gedwongen kunnen worden overgebracht naar Nederlandse gevangenissen, nu de Nederlanders toch een overcapaciteit hebben. Dit Verdrag toepassen zou ons land heel wat minder geld kosten dan dat we deze gevangenen zouden blijven huisvesten in een van onze overvolle gevangenissen. " De toepassing van deze overeenkomst en van het van het Europees kaderbesluit zou ons teveel tijd hebben gevraagd " antwoordde hij op mijn bovenvermelde vraag. Kan hij hierover preciseren welke timing dan nodig is om dit wel te doen? Of is dit geen beleidsprioriteit?

Antwoord ontvangen op 6 mei 2010 :

Vooreerst dient het volgende misverstand te worden uitgeklaard. Het klopt niet dat er gedetineerden met de Nederlandse nationaliteit zullen worden geplaatst in Tilburg. Deze mogelijkheid wordt integendeel uitdrukkelijk uitgesloten door het Verdrag. Er zullen geen gedetineerden in Tilburg mogen geplaatst worden die een band hebben met Nederland door nationaliteit of woonplaats.

1. Wat het toepasselijke recht betreft, voorziet het Verdrag dat op de tenuitvoerlegging van de Belgische veroordelingen in Tilburg uitsluitend het Belgische recht van toepassing is, tenzij het in het Verdrag uitdrukkelijk anders wordt bepaald. De interne en de externe rechtspositie van de gedetineerden wordt dus integraal geregeld door de Belgische wet- en regelgeving ter zake. Op deze wijze wordt de gelijke behandeling beoogd van gedetineerden die verblijven in een Belgische gevangenis en deze die geplaatst worden in Tilburg. De enige twee uitzonderingen op deze regel, betreffen de medische zorgverstrekking aan de gedetineerden en de maatregelen van rechtstreekse dwang met het oog op de handhaving van orde en veiligheid. In beide gevallen voorziet het Nederlandse recht in een aan het Belgisch recht gelijkwaardige regelgeving, maar werd er om voornamelijk praktische redenen (Nederlandse gevangenisartsen die kunnen werken zoals zij het gewoon zijn), respectievelijk veiligheidsredenen (Nederland beschikt over speciaal getraind personeel voor interventies) gekozen voor de toepassing van het Nederlandse recht.

Ook op misdrijven gepleegd in de penitentiaire inrichting is het Nederlandse recht van toepassing. Dit vloeit voort uit het territoriale toepassingsgebied van het strafrecht. Tilburg blijft immers Nederlands grondgebied.

Op de verhoudingen met het personeel is het Nederlandse recht van toepassing, om de evidente reden dat het om Nederlands personeel gaat.

De mengeling van verplichtingen waarover u spreekt is dus weloverwogen en beantwoordt aan duidelijke afspraken ter zake.

2. Het Verdrag zoals het met Nederland werd onderhandeld is er precies op gericht alle eventuele obstakels van juridische aard uit de weg te ruimen. Ik meen dat dit met het Verdrag zoals het nu voorligt, ook gelukt is. Dit neemt uiteraard niet weg dat in er in de loop van de uitvoering van het Verdrag alsnog het ene of het andere praktische probleem kan opduiken dat zal moeten worden opgelost. Ook daartoe zijn echter mechanismen voorzien in het Verdrag.

3. Aan het hoofd van de penitentiaire inrichting Tilburg zal een Belgische directeur staan, die de algemene leiding heeft over de inrichting en verantwoordelijk is voor de correcte wijze van tenuitvoerlegging van de Belgische veroordelingen, de orde en de veiligheid en de bejegening van gedetineerden. Naast deze Belgische directeur staat er een Nederlandse beheersfunctionaris die, in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de Belgische directeur, zal instaan voor het beheer van de inrichting.

Het personeel is Nederlands. Het hoort als het ware, samen met de logistieke en materiële middelen, bij de door Nederland ter beschikking gestelde voorzieningen om de inrichting te laten draaien. Beslissingen met betrekking tot het statuut van het Nederlandse personeel worden door de Nederlandse beheersfunctionaris genomen, in voorkomend geval op basis van informatie van de Belgische directeur. Er is daarnaast ook een kleine Belgische staf voorzien, waaronder personeel van het bewakingskader en van de psychosociale dienst. Hun statuut blijft beheerst door het Belgische recht.

4. Het antwoord op deze vraag werd hierboven reeds gegeven.

5. Op basis van de jaarlijkse statistieken die door de Nederlandse bevoegde autoriteiten aan de Belgische Ambassade in Den Haag worden overgemaakt blijkt dat er 34 Belgische gedetineerden in de Nederlandse gevangenissen verblijven. Dit cijfer heeft enkel betrekking op Belgen die, ingevolge een veroordeling door het Nederlands rechtssysteem, daar gevangen zitten. Het staat dan ook volledig los van de cijfers van de in België veroordeelde personen die naar de gevangenis van Tilburg werden overgebracht.

6. Het Verdrag tussen Nederland en België over de ter beschikking stelling van een penitentiaire inrichting in Nederland voorziet in een aantal uitsluitingen tot plaatsing; met name gedetineerden mogen niet de nationaliteit bezitten van de ontvangststaat (Nederland).

Dit om zeker geen verwarring te creëren met de procedure inzake overbrenging van gedetineerden. Immers gedetineerden te Tilburg blijven Belgische gedetineerden waarop het Belgisch strafuitvoeringsrecht van toepassing is en blijft. Dat is de kern van het Verdrag.

Bijgevolg blijft voor gedetineerden in België met de Nederlandse nationaliteit de procedure inzake overbrenging van toepassing, die momenteel een afhandeling kent binnen een periode van 8 à 10 maanden. Een al dan niet gedwongen overbrenging is trouwens geen verplichting voor de staat van veroordeling noch voor de staat van de verdere tenuitvoerlegging van de straf.

Het kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie, verscheen op 5 december 2008 in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toepassing van dit nieuwe instrument vergt implementatiewetgeving die thans in voorbereiding is. De uiterste implementatiedatum is 5 december 2011. Vanaf die datum en onder voorbehoud van de tijdige implementatie in Nederland, zal de internationale overbrenging van gedetineerden in beginsel een verplichting zijn.