Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5144

van Paul Wille (Open Vld) d.d. 7 december 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

Nieuwe financiële producten - Risico’s voor particuliere beleggers - Toezicht

risicodragend kapitaal
Financial Services and Markets Authority
aandeel
misbruik van voorkennis
geldmarkt
spaartegoed

Chronologie

7/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-2245

Vraag nr. 4-5144 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar de onbeantwoorde schriftelijke vraag nr. 3-5267 (Vragen en Antwoorden nr. 3-90, blz.10 447) van voormalig senator Anseeuw hieromtrent. In een voorlopig antwoord gaf de toenmalige minister aan dat het CBFA het antwoord ging laten geworden, wat dus niet gebeurde. Ik herneem haar, in het licht van de huidige kredietschaarste, zeer relevante vraag, alsook haar toelichting.

De sterke groei van allerlei nieuwe financiële producten is riskant voor particuliere beleggers. Vaak kunnen zij niet inschatten welk risico ze precies lopen.

De Nederlandse toezichthouder van de Autoriteit financiële markten (AFM) onderkent dit fenomeen en is reeds in zijn jaarverslag van 2006 uitvoerig ingegaan op de “exponentiële groei” van alternatieve beleggingen, zoals hedgefondsen, grondstoffentrackers en durfkapitaal.

In Europa is al circa duizend miljard euro in dergelijke fondsen belegd. De ingewikkelde producten die in het verleden vooral gericht waren naar institutionele beleggers, worden sinds kort ook actief aangeboden aan particulieren. De Nederlandse toezichthouder vreest dat de particulieren niet weten wat ze kopen en zo het schip in gaan. “Het zou heel vervelend zijn als later blijkt dat juist de minst winstgevende producten zijn doorgeschoven naar het publiek”, aldus bestuurslid Koster van het AFM in een interview in 2006.

Daarom zal de Nederlandse toezichthouder “zeer alert blijven” op de manier waarop deze fondsen klanten trekken. De AFM kijkt ook naar marktmisbruik door deze fondsen. “Wij zien partijen die zich heel nadrukkelijk roeren bij overnames en fusies”, aldus Koster in een interview met een Nederlandse krant.

Zo probeert de Amerikaanse belegger Knight Vinke – die ook in ons land actief was (onder meer in dossier Electrabel) – in de publiciteit zijn rol uit te spelen bij het gevecht om de toekomst van uitgever VNU. “Hedgefondsen zijn oorspronkelijk bedoeld om beleggingsrisico’s af te dekken. Maar ze hebben hun werkterrein sterk uitgebreid. Het is nu heel moeilijk een definitie te geven van een hedgefonds”, aldus Koster. Bij durfkapitaal, of “private equity”, wordt geld gestoken in bedrijven die niet op de beurs genoteerd zijn. Ook daarbij is voor de buitenwereld vaak niet duidelijk waar precies in belegd wordt. Deze fondsen hoeven veel minder informatie te publiceren dan gewone beleggingsfondsen.

Inmiddels zijn er weer nieuwe vormen van beleggingen op de markt, zoals de zogeheten “structured products”, waarin verschillende producten gecombineerd worden. De AFM onderzoekt deze producten. De Nederlandse toezichthouder begon vorig jaar drieënveertig onderzoeken naar handel met voorwetenschap. Dat is meer dan een verdubbeling in vergelijking met 2004. Uiteindelijk heeft de AFM vijf aangiften gedaan.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Hoeveel klachten heeft de Commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen (CBFA) reeds ontvangen vanwege beleggers in hedgefondsen en vanwege beleggers in “structured products” en dit telkenmale voor de jaren 2005, 2006, 2007 en idealiter eveneens de eerste maanden van 2008? Graag uitvoerig antwoord.

2. De Nederlandse toezichthouder AFM vreest dat aandeelhoudersactivisme soms veeleer een dekmantel is voor koersmanipulatie. In hoeverre delen de geachte minister en de CBFA deze mening? Hoeveel gevallen van koersmanipulatie zijn thans bij de CBFA in onderzoek of werden reeds onderzocht? Kan de geachte minister dit uitvoerig toelichten?

3. In hoeverre wordt ervoor gewaakt om de particuliere beleggers voldoende te informeren over de risico’s van de nieuwe beleggingsproducten zoals “trackers” en hedgefondsen? Volstaat de huidige regulering en volstaat de huidige controle?

4. Hoeveel spaargeld werd heden reeds door de Belgische belegger geïnvesteerd in respectievelijk hedgefondsen, grondstoffentrackers en durfkapitaal en kan de evolutie van deze bedragen voor de laatste drie jaar worden besproken?