Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3891

van Anne-Marie Lizin (Onafhankelijke) d.d. 11 augustus 2009

aan de minister van Buitenlandse Zaken

Shadi Sadr Gewelddadige aanhouding (in Teheran - Activiste voor de rechten van de vrouw)

Iran
rechten van de vrouw
rechten van de mens
staatsgeweld

Chronologie

11/8/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 10/9/2009 )
18/9/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3891 d.d. 11 augustus 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Shadi Sadr, advocate en eminent activiste voor de rechten van de vrouw, werd op 17 juli jongstleden door politieagenten in burger, zonder identificatie of aanhoudingsmandaat, in een druk bezochte straat in Teheran aangehouden, geslagen en in een auto gesleurd.

Wij vrezen voor haar gezondheid omdat ze ernstige klier- en botproblemen heeft, die op medisch voorschrift moeten worden verzorgd en waar ze normaal volgende week voor zou moeten worden geopereerd.

Wat is het standpunt van de minister ten opzichte van de huidige situatie in Iran?

Kan de minister mij laten weten welke actie hij zal ondernemen om die onrechtmatige aanhoudingen te veroordelen?

Zou de minister kunnen overwegen de ambassadeur van Iran bij zich te roepen?

Antwoord ontvangen op 18 september 2009 :

1. Ik heb kennis genomen van de arrestatie van mevrouw Shadi Sadr, advocate en vrouwenrechtenactiviste in Iran. De arrestatie vond inderdaad plaats op vrijdag 17 juli toen mevrouw Shadi Sadr die dag de toespraak wilde bijwonen van de voormalige President Hashemi Rafsanjani, die zich zeer kritisch opstelt ten aanzien van President M. Ahmadinejad, de Opperste Gids Ali Khameneï en het verloop van de presidentsverkiezingen van 12 juni. Mevrouw Shadi Sadr werd gearresteerd in het kader van de algemene repressie door de Iraanse autoriteiten van mensenrechtenactivisten, journalisten, “hervormingsgezinde” politici die plaatshad na afloop van de verkiezingen. Mevrouw Shadi Sadr was (als voorvechtster van de rechten van de vrouw) al eens eerder gearresteerd, in maart 2007. Ze werd veertien dagen later op borgtocht vrijgelaten.

Ook ditmaal, op 28 juli, werd mevrouw SADR op borgtocht (van vijftig miljoen toman, of 54 000 US dollars) vrijgelaten. Volgens de informatie die onze ambassade in Teheran op 27 augustus verstrekte, is ze nog steeds in vrijheid.

2. De onderdrukking van de demonstraties en van het protest na de verkiezingen is in mijn ogen onaanvaardbaar. De brutaliteit ervan alsmede de berichtgeving over de mishandeling van de demonstranten baren mij grote zorgen. Repressie is hoe dan ook niet de juiste manier om te reageren op het protest tegen de verkiezingsuitslagen van 12 juni. De vrijheid van meningsuiting en, meer bepaald, de persvrijheid en de vrijheid om te betogen, moeten ten volle worden gerespecteerd.

3. De veroordeling door België van de repressie na de verkiezingen heeft niet op zich laten wachten. Zo heeft mijn voorganger, de heer Karel De Gucht, de ambassadeur van de Islamitische Republiek Iran in Brussel, de heer Aliashgar Khaji, op 16 juni ontboden om duidelijk te maken dat een aantal zaken, zoals de brutale behandeling van de demonstranten, hem zorgen baarden. België steunde ook de demarches van de Europese Unie en haar verklaringen hieromtrent, alsook de jongste demarche van de lokale EU-troika in Teheran. Sindsdien werden nog een aantal arrestaties verricht: de Franse onderzoekster Clothilde Reiss (die op borgtocht in vrijheid werd gesteld en nu, in afwachting van de uitspraak, in de ambassade van Frankrijk verblijft), een aantal lokale werknemers van de Britse ambassade (inmiddels in vrijheid gesteld) en een Frans-Iraanse werkneemster van de ambassade van Frankrijk (die inmiddels ook op borgtocht in vrijheid werd gesteld). Het is u wellicht bekend dat de Europese Unie, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk momenteel energiek op zoek zijn naar een oplossing voor deze crisis. Ik volg de ontwikkelingen in Iran van nabij en zal niet nalaten om in overleg met de collega’s van de Europese Unie verdere stappen te overwegen en te nemen.