Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3167

van Paul Wille (Open Vld) d.d. 11 maart 2009

aan de minister van Klimaat en Energie

Opname van CO2 - Stimulatie van algengroei - Dumpen van ijzersulfaat in zee - Expertise en houding van BelgiŽ

marien milieu
Antarctica
wieren
chemisch zout
proef
opwarming van het klimaat
broeikaseffect
vermindering van gasemissie
internationale conventie
wetenschappelijk onderzoek
Duitsland
Protocol van Kyoto

Chronologie

11/3/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 9/4/2009 )
2/4/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3167 d.d. 11 maart 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Duitse schip Polarstern is in de buurt van Antartica begonnen met de initiŽle fase van een bijzonder opmerkelijk proefproject. Het schip zal een massale lading dumpen van ijzersulfaat. Ijzersulfaat zal over een gigantische oppervlakte van driehonderd vierkante kilometer gedumpt worden om zo bijzonder intensief de algengroei te stimuleren. Algen staan bekend als organismen die grote hoeveelheden CO2 kunnen opnemen. Omdat beleidsmaatregelen te traag resultaat afleveren, besloot een groep Duitse en Indiase wetenschappers het hef in eigen handen te nemen. In Duitsland is er een spanningsveld ontstaan tussen de minister van Onderzoek en Innovatie en zijn collega, de minister van Milieu. Internationaal is er massaal kritiek te horen op het initiatief, ook vanuit de hoek van het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Het doorbreekt het akkoord op experimenten voor besmetting van de oceanen dat een jaar geleden in het kader van biodiversiteit werd afgesloten. Duitsland speelde bij deze onderhandelingen een belangrijke rol.

Gezien het voorgaande kader, kreeg ik graag een antwoord op volgende vragen :

1. Wat vindt de geachte minister van dergelijke acties ? Heeft hij weet van gelijkaardige projecten ? Welke en waar ?

2. Hoe worden dergelijke acties internationaal geregulariseerd ?

3. Wat vindt hij van de gebruikte technologie ?

4. Heeft BelgiŽ knowhow inzake het gebruik van algen als opnamepotentieel voor CO2 ? Zo ja, welke universiteiten hebben hier expertise in ?

5. Heeft hij weet van kleinschalige proefprojecten in BelgiŽ ? Zo ja, de welke en waar ? Zo nee, heeft BelgiŽ ambities om deze piste in de praktijk te testen ?

6. Vindt hij het nodig om met buurlanden die tevens aan de Noordzee grenzen overleg te plegen over de opportuniteit van dergelijke projecten ? Zo nee, waarom niet ?

7. Heeft hij met zijn Duitse collega van Milieu gecommuniceerd rond dit project ? Zo nee, waarom niet ?

Antwoord ontvangen op 2 april 2009 :

Antwoord op de vragen 1, 2 en 3 :

Ik heb de discussies rond het Duits-Indisch LOHAFEX-experiment met aandacht gevolgd. Het experiment, dat uiteindelijk, na een herevaluatie door het Duitse ministerie van Wetenschapsbeleid groen licht kreeg, werd zopas afgerond, inbegrepen een maand van monitoring van effecten op phyto- en zoöplanktongemeenschappen.

LOHAFEX is niet het eerste in situ experiment rond ocean fertilization van de Zuidelijke oceaan, maar slechts het meest recente. Het is wel één van de grootste in zijn soort.

Binnen de London Convention/London Protocol (LC/LP) werd, in 2008, beslist om dergelijke economische activiteiten niet toe te laten. Er werd ook beslist dat methodologische principes geschetst moesten worden om wetenschappelijke experimenten in te kaderen (enkel legitimate scientific research mag volgens LC/LP doorgaan).

Dit standpunt werd ook herbevestigd door de Conventie inzake Biologische Diversiteit.

Gelet op de onbekende risico’s voor het mariene milieu hoort ocean fertilisation volgens België niet tot de opties om klimaatsverandering tegen te gaan. Duitsland merkt hetzelfde in hun officiële political statement rond het LOHAFEX experiment.

Recent verschenen resultaten (in “nature”) tonen aan dat de hoeveelheid gesekwestreerde koolstof, door iron fertilization, veel kleiner is dan verwacht.

Antwoord op de vragen 4 en 5 :

Minstens één Vlaamse universiteit (VUB) nam, met het oog op monitoring van effecten, reeds deel aan een vergelijkbaar experiment in de Zuidelijke oceaan (2004, EIFEX). Aan verschillende universiteiten wordt fundamenteel en toegepast onderzoek verricht naar het belang van de beschikbaarheid van nutriënten en sporenelementen voor de cycli van plankton. Het is moeilijk te duiden in hoeverre deze initiatieven al dan niet aansluiting vinden bij een specifieke mogelijke toepassing met betrekking tot ocean fertilization.

Vermits de Belgische mariene wateren reeds eutroof zijn, zou iron fertilization bij ons weinig relevant zijn.

Antwoord op de vragen 6 en 7 :

Het is niet meteen nodig of nuttig om hierover overleg te plegen met buurlanden grenzend aan de Noordzee. Noordzeelanden houden wel een “informele” coördinatie in het kader van de London Convention en London Protocol (LC/LP). Ook binnen het OSPAR verdrag wordt aandacht besteedt aan de evolutie van de LC/LP debatten.

Duitsland heeft beloofd om de resultaten van hun experiment te presenteren aan de wetenschappelijke groep van LC/LP in mei 2009. Wanneer dit agendapunt op de agenda van de plenaire LC/LP vergadering komt (najaar 2009 of najaar 2010) zal België ervoor zorgen dat een gecoördineerd standpunt wordt gepresenteerd. Het is niet uitgesloten dat er op Europees niveau ook eerst een gezamenlijk standpunt wordt ontwikkeld