Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3136

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 11 maart 2009

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste minister

IJzeren Rijn - Ingebruikname - Vervoersprognose - FinanciŰle afspraken

goederenvervoer
vervoer per spoor
vervoer binnen de EU
Nederland
stroomgebied van de Rijn
Duitsland

Chronologie

11/3/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 9/4/2009 )
2/4/2009 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3135
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-764

Vraag nr. 4-3136 d.d. 11 maart 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

"Uitgaande van de berekening met het Trans-Tools model, kan gezegd worden dat op de IJzeren Rijn in alle waarschijnlijkheid tussen de 8,4 miljoen ton (minimaal scenario voor 2020) en 13,8 miljoen ton (maximaal scenariovoor 2030) per jaar zal vervoerd worden. Dat zijn tussen de 47 en 78 goederentreinen per dag.". Dat zegt de vervoersprognose rond de IJzeren Rijn (Eindrapport, 8 mei 2007, p. 3, Samenvatting, TNO Mobiliteit en logistiek en Transport & Mobility, Leuven).

In de pers lees ik dat Duitsland nu toch het tracÚ langs de A 52 en de N 280 positief heeft bevonden. Daarnaast wil ze ook geld op tafel leggen indien ons land daar bereid toe zou zijn. Het tracÚ is duurder maar zou 290 goederentreinen per dag mogelijk maken in plaats van de 47 Ó 78 goederentreinen per dag die de Vervoersprognose uit 2007 meldt. Dat zou kunnen door een dubbel rijpad langs de N 280 dat de Nederlandse minister van Verkeer en Waterstaat Eurlings volledig op de kosten van Nederlandse schatkist wil betalen.

Eind februari 2009 zouden er studies worden afgerond in verband met een actualisatie van deze Vervoersprognose.

Hoe de kosten nu verdeeld dienen te worden moet de Commissie van onafhankelijke deskundigen nagaan. In de Kamer van volksvertegenwoordigers antwoordde de geachte minister van Overheidsbedrijven (mondelinge vragen P0829 en P0830, Integraal verslag, nr. 82, blz. 15) dat de alternatieve route langs de A 52 voor ons land niet tot meerkosten mocht leiden en dat BelgiŰ slechts een bedrag zou betalen dat vergelijkbaar is met wat haar inbreng zou zijn indien voor het historische tracÚ zou gekozen worden.

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen :

1. Blijft hij uitgaan van het scenario om tegen 2017-2018 de IJzeren Rijn terug in gebruik te kunnen nemen ?

2. Wat zijn de resultaten van de geactualiseerde Vervoersprognose ?

3. Wat zijn zijn conclusies ?

4. Zijn er al nieuwe financiŰle afspraken gemaakt tijdens een trilateraal overleg ?

5. Welk standpunt heeft BelgiŰ ingenomen ? Kiest ze voor het historische tracÚ of kan ze ook genoegen nemen voor het alternatieve voorstel ? Waarom wel of niet ? Heeft dit repercussies op het tracÚ in BelgiŰ of blijft het historische tracÚ in ons land buiten de discussie ?

6. Welke verdere stappen in het dossier rond IJzeren Rijn zullen er in de nabije toekomst worden gezet ?

Antwoord ontvangen op 2 april 2009 :

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik het geachte lid naar het antwoord van de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven.