Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-2914

van Tony Van Parys (CD&V) d.d. 4 februari 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Waterpijp - Gevolgen voor de gezondheid - Onderzoek - Sensibilisatie

nicotineverslaving
tabak
gezondheidsbeleid
Wereldgezondheidsorganisatie

Chronologie

4/2/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/3/2009 )
10/2/2009 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-691

Vraag nr. 4-2914 d.d. 4 februari 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2005 reeds verscheen een adviserende nota van de werkgroep Tobacco Product Regulation binnen de Wereldgezondheidsorganisatie over het roken van de waterpijp, meer bepaald over de gevolgen voor de gezondheid, de onderzoeksnoden en de aanbevolen acties door wetgevers.

Volgens deze studiegroep inhaleren waterpijprokers dieper dan rokers van sigaretten, omdat het water een deel van de nicotine weerhoudt, zodat het bevredigend gevoel van nicotine pas later intreedt. Dit stelt hen bloot aan grotere hoeveelheden kankerverwekkende stoffen en koolstofmonoxide. Volgens de groep van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) zou ťťn sessie waterpijp roken (van 20 tot 80 minuten) ongeveer overeenkomen met het inhaleren van honderd en meer sigaretten.

Nog altijd volgens dit verslag vormt dit gebruik een ernstig risico voor de gezondheid voor de actieve of de passieve rokers ; de doorgang door water verwijdert niet de toxische bestanddelen.

Deskundigen schatten op deze manier dat het niet gaat om een alternatief voor de sigaret, maar om een gevaarlijkere toegangsdeur tot tabaksverslaving voor jongeren die verleid worden door deze nieuwe verbruikersmanier.

Tenslotte meent het verslag van de WGO dat het feit om de rook in te ademen via een zelfde uiteinde, problemen stelt in verband met het overdragen van ziektes zoals tuberculose of hepatitis.

Ook in het vakblad Pediatrics en meer bepaald in het artikel " Water-pipe Smoking : an Emerging Health Risk Behaviour " werden gelijkaardige vaststellingen gedaan.

Waterpijproken komt zeer veel voor in de Afrikaanse regio, de oostelijk mediterrane regio en de Zuid-Oost Aziatische regio. Sinds de jaren negentig echter is het waterpijproken ook populair bij nieuwe groepen zoals studenten en jongeren in de Verenigde Staten, BraziliŽ en Europa. Waterpijproken lijkt tegenwoordig erg in trek te zijn op basis van misvattingen dat het relatief gezond zou zijn in vergelijking met sigaretten en ook door het sociale aspect ervan.

Ook in BelgiŽ zou het waterpijproken zeer populair zijn onder studenten.

Daarom vragen we aan de geachte minister of ze bereid is de aanbevelingen van de studiegroep van de Wereldgezondheidsorganisatie in BelgiŽ in overweging te nemen.

Het gaat onder meer over dezelfde reglementering aan te nemen tegenover waterpijproken als tegenover roken van andere tabaksproducten. Daarnaast stellen ze duidelijke gezondheidswaarschuwingen voor. De risico's moeten veel beter bekendgemaakt worden. De werkgroep stelt voor deze reglementering mee op te nemen in een algemeen kader van preventie, sensibilisering en acties om het stoppen te stimuleren. Het waterpijproken zou ook verboden moeten worden op plaatsen waar roken van andere tabaksproducten verboden is.

Is zij bereid om meer onderzoek te voeren naar het fenomeen waterpijproken in BelgiŽ ?

Acht zij het opportuun om te sensibiliseren, specifiek naar het waterpijproken toe ?

Antwoord ontvangen op 10 februari 2009 :

Zoals de WGO heeft aangetoond vormen waterpijpen inderdaad een groot gevaar voor de gezondheid van de consumenten die onterecht denken dat ze een minder toxisch product consumeren.

Wij beschikken jammer genoeg thans niet over cijfers met betrekking tot het aantal personen dat geregeld waterpijpen roken. Dat zijn er zeker maar weinig vergeleken met de consumenten van sigaretten en roltabak.

Wat een eventueel sensibiliseringsprogramma rond deze producten voor de doelgroepen betreft, wens ik u erop te wijzen dat dit geenszins onder de bevoegdheid van de federale overheid valt aangezien preventie een gemeenschapsbevoegdheid is.

Verder moeten op deze producten, overeenkomstig het koninklijk besluit van 13 augustus 1990, net als op alle andere tabaksproducten die bestemd zijn om gerookt te worden, gezondheidswaarschuwingen vermeld staan. Momenteel zijn mijn diensten trouwens een verdere uitbouw van deze maatregelen aan het voorbereiden en wordt er nagedacht over de toepassing van gecombineerde waarschuwingen met een foto op alle voor roken bestemde tabaksproducten en dus niet alleen meer op sigaretten. Hierdoor zouden de consumenten zich meer bewust moeten worden van de toxiciteit van deze producten.

Ten slotte zou ik hier ook willen onderstrepen dat het parlement momenteel een wetsvoorstel bestudeert dat de consumptie van tabaksproducten in alle openbare plaatsen, cafés en bars inbegrepen, verbiedt. Door een dergelijk totaal rookverbod zouden de waterpijpbars, geschikte plekken voor de consumptie van dit soort product, de facto afgeschaft worden.