Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 3-7951

van Annemie Van de Casteele (VLD) d.d. 27 april 2007

aan de staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Tegemoetkomingen aan personen met een handicap - Vereiste leeftijd.

Chronologie

27/4/2007 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/6/2007 )
27/4/2007 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 3-2337

Vraag nr. 3-7951 d.d. 27 april 2007 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, aan de burgerlijke meerderjarigheid op achttien jaar, dat ik samen met mevrouw Geerts heb ingediend (Stuk Senaat nr 3-679/1 - 2003/2004), wil voor de tegemoetkomingen aan personen met een handicap de leeftijd van 21 jaar terugbrengen naar 18 jaar en op die manier de bestaande discriminatie van personen met een handicap opheffen.

De geachte Staatssecretaris wees er bij de bespreking in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden van 24 januari 2007 op dat 60% van de betrokkenen door de verlaging van de leeftijd van 21 naar 18 jaar geen verhoogd kindergeld meer zouden krijgen, maar evenmin in aanmerking zouden komen voor een tegemoetkoming aan personen met een handicap.

Om deze mogelijke perverse effecten in te schatten zou de Staatssecretaris advies vragen aan de Hoge Raad voor personen met een handicap. Uiteraard willen de indieners van het wetsvoorstel niet dat personen, voor wie het bestaande systeem van verhoogd kindergeld beter is, verplicht worden over te schakelen op een tegemoetkoming.

1. Heeft de geachte Staatssecretaris al een advies gevraagd aan de Hoge Raad voor personen met een handicap ?

2. Kan een systeem waarbij men kan kiezen voor het meest voordelige systeem overwogen worden, met name de keuze tussen een verhoogde kinderbijslag of een tegemoetkoming ?

3. Houdt de bestaande regeling voor Europa geen leeftijdsdiscriminatie in ?

Antwoord ontvangen op 27 april 2007 :

Ik heb de eer het geachte lid de volgende elementen mee te delen.

De verlaging van de leeftijd van 21 tot 18 jaar om verhoogde kinderbijslag te kunnen genieten, zou tot een belangrijke uitsluiting van uitkeringsontvangers leiden.

De Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap werd daaromtrent geraadpleegd.

De Raad heeft de praktische gevolgen geraamd van de omschakeling naar 18 jaar van het stelsel van verhoogde kinderbijslag naar het stelsel van inkomenvervangende tegemoetkoming en integratie tegemoetkoming : rekening houdend met het verlies van voordelen voor de grote meerderheid van jongelui heeft de raad een unaniem ongunstig advies op 21 februari 2007 uitgebracht met betrekking tot het wetvoorstel nr. 3-679.

Het lijkt niet gewenst te zijn dat in theorie en in de praktijk een stelsel van tegemoetkoming « naar keuze » voor jongelui met een handicap tussen 18 en 21 jaar wordt opgericht.

Het lijkt aldus meer aangewezen het probleem van de overgang tussen het stelsel voor kinderen en deze van de volwassenen op te lossen door het bestrijden van zijn oorzaken, in het bijzonder door het zoeken naar een betere coherentie van de toekenningscriteria van beide stelsels.

Een dergelijke aanpak zou ook een oplossing voor problemen kunnen zijn die eventueel kunnen ontstaan wanneer de ontvanger van de kinderbijslag 21 jaar bereikt. Bovendien maakt deze aanpak het mogelijk de coëxistentie van twee juridische stelsels te vermijden die tegelijkertijd gelijke situaties regelen. Een dergelijke situatie kan alleen maar duidelijke nadelen doen ontstaan op het vlak van de principes en de praktijk.

De tegenwoordige regel, die vaststelt dat de leeftijd van 21 jaar de ultieme drempel voor jongeren is om verhoogde kinderbijslag en eventueel later tegemoetkomingen voor volwassenen met een handicap te kunnen genieten, vormt geen discriminatie op grond van de leeftijd, die door de Europese reglementering is verboden.

De lidstaten kunnen een discriminatie op grond van de leeftijd rechtvaardigen als deze discriminatie door het werkgelegenheidsbeleid, de arbeidsmarkt en de beroepsopleiding gegrond is.

De leeftijdscriteria kunnen ook worden behouden in de sector van sociale zekerheid.

De wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 25 februari 1993 tot oprichting van een centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding wijst erop dat de vaststelling van een toetredingsleeftijd of van een leeftijd voor het verkrijgen van prestaties geen discriminatie op grond van de leeftijd vormt.

De begunstiging van verhoogde kinderbijslag gaat voort tot 21 jaar. Vanaf 21 jaar zal de persoon in voorkomend geval inkomensvervangende tegemoetkoming en integratie tegemoetkoming kunnen genieten. De vaststelling van een toetredingsleeftijd in het stelsel van tegemoetkomingen aan personen met een handicap vormt geen discriminatie volgens de Europese en Belgische reglementering.

Overigens is de leeftijd van de burgerlijke meerderjarigheid op 18 jaar vastgesteld voor alle burgers. Deze regel betreft ook de personen met een handicap die dus niet worden gediscrimineerd.

1. De Nationale Hoge Raad voor Personen met een handicap heeft op 19 februari 2007 het volgende advies uitgebracht :

« De Raad is van oordeel dat de verlaging van de leeftijd tot de burgerlijke meerderjarigheid van 18 jaar voor het toekennen van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap in principe een goed idee is maar hij verkiest omwille van de praktische gevolgen die deze verlaging zou meebrengen alles bij het oude te laten.

Het gaat om 4 000 mensen waarvan slechts 40 pct. doorstoot tot het stelsel van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Dit betekent bijgevolg dat 60 pct. elk recht op om het even welke tegemoetkoming zal verliezen en deze groep dus ernstig inkomensverlies zal lijden.

De Raad geeft unaniem een ongunstig advies. ».

2. Het gaat om een complex probleem, te meer daar ook vermeden dient te worden om misschien de grootste werkloosheidsval voor personen met een handicap, te doen ontstaan.

3. Wat de Europese wetgeving betreft zijn de verschillen in behandeling naargelang de leeftijd, geregeld door richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader van gelijke behandeling in arbeid en beroep. Deze richtlijn heeft tot doel om wat betreft arbeid en beroep, een algemeen kader op te stellen om te strijden tegen discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, met het oog op het op gang brengen van het beginsel van gelijkheid van behandeling in de lidstaten. Artikel 3 bepaalt de werkingssfeer van de richtlijn, die in hoofdzaak van toepassing is op werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden. Hetzelfde artikel bepaalt dat de richtlijn niet van toepassing is op uitkeringen van welke aard dan ook die worden verstrekt door wettelijke of daarmee gelijkgestelde stelsels, met inbegrip van de stelsels voor sociale zekerheid of voor sociale bescherming. De richtlijn is dus niet van toepassing op de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.