SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2015-2016 Zitting 2015-2016
________________
20 janvier 2016 20 januari 2016
________________
Question écrite n° 6-811 Schriftelijke vraag nr. 6-811

de Latifa Gahouchi (PS)

van Latifa Gahouchi (PS)

au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur

aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken
________________
Demandeurs d'asile - Places d'accueil - Nombre - Répartition entre les trois Régions du pays Asielzoekers - Opvangplaatsen - Aantal - Verdeling over de drie Gewesten van het land 
________________
asile politique
équipement social
réfugié
politiek asiel
sociale voorzieningen
vluchteling
________ ________
20/1/2016 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 18/2/2016 )
9/12/2018 Dossier gesloten
20/1/2016 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 18/2/2016 )
9/12/2018 Dossier gesloten
________ ________
Question n° 6-811 du 20 janvier 2016 : (Question posée en français) Vraag nr. 6-811 d.d. 20 januari 2016 : (Vraag gesteld in het Frans)

En septembre 2015, plusieurs organisations non gouvernementales (ONG), la ville de Bruxelles et le gouvernement fédéral faisaient le point sur l'accueil des demandeurs d'asile. C'était également l'occasion de faire un état des lieux du nombre de places disponibles.

En ce qui concerne la capacité d'accueil, les trois Régions du pays sont déjà mises à contribution, mais à des hauteurs différentes. La pertinence de cette question se justifie via les nouvelles compétences du Sénat en tant qu'Assemblée des entités fédérées, dans la mesure où les trois Régions sont également concernées dans l'accueil des demandeurs d'asile. Lors de ce dernier décompte du 9 septembre 2015, c'est la Wallonie qui disposait du plus grand nombre de places d'accueil, avec près de la moitié de toutes les places disponibles en Belgique :

- Wallonie : 10 568 places, soit 49,9 % des places disponibles ;

- Flandre : 9 000 places, soit 42,5 % ;

- Bruxelles : 1 612 places, soit 7,61 %.

Selon ces chiffres fournis par le gouvernement fédéral, on voit que la Flandre dispose de moins de places que la Wallonie.

Ce déséquilibre devait en partie être corrigé par l'ouverture de nouvelles places d'accueil.

Quelle est la situation actuelle en terme de création de nouvelles places d'accueil et notamment concernant le nombre de places en initiatives locales d'accueil (ILA) ? Pourriez-vous me communiquer les derniers chiffres ?

 

In september 2015 hebben verschillende niet-gouvernementele organisaties (ngo's), de stad Brussel en de federale regering de stand van zaken opgemaakt over de opvang van de asielzoekers. Bij die gelegenheid werd ook de inventaris opgemaakt van het aantal beschikbare plaatsen.

Wat de opvangcapaciteit betreft, zijn de drie Gewesten van het land reeds aangesproken, maar niet tot op dezelfde hoogte. Deze vraag sluit aan bij de nieuwe bevoegdheden van de Senaat als assemblee van de deelstaten en omdat de drie Gewesten ook betrokken zijn bij de opvang van asielzoekers. Bij de jongste telling van 9 september 2015 beschikte Wallonië over het grootste aantal opvangplaatsen, met bijna de helft van alle beschikbare opvangplaatsen in België:

- Wallonië: 10.568 plaatsen, of 49,9% van de beschikbare plaatsen;

- Vlaanderen: 9.000 plaatsen, of 42,5%;

- Brussel: 1.612 plaatsen, of 7,61%.

Deze cijfers van de federale regering tonen aan dat Vlaanderen over minder plaatsen beschikt dan Wallonië.

Deze wanverhouding zou gedeeltelijk gecorrigeerd moeten worden door de opening van nieuwe opvangplaatsen.

Wat is de huidige situatie inzake het creëren van nieuwe opvangplaatsen en meer bepaald het aantal plaatsen in lokale opvanginitiatieven (LOI)?

Kunt u mij de laatste cijfers bezorgen?