SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2012-2013 Zitting 2012-2013
________________
11 juin 2013 11 juni 2013
________________
Question écrite n° 5-9297 Schriftelijke vraag nr. 5-9297

de Nele Lijnen (Open Vld)

van Nele Lijnen (Open Vld)

à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen
________________
Manifestation du 6 juin 2013 - Participation de services publics et d'entreprises publiques - Vue d'ensemble Betoging van 6 juni 2013 - Deelname van overheidsdiensten en overheidsbedrijven - Overzicht 
________________
droit de manifester
fonctionnaire
fonction publique
ministère
syndicat de fonctionnaires
travail à distance
travail à domicile
grève
recht tot betogen
ambtenaar
overheidsapparaat
ministerie
ambtenarenvakbond
werk op afstand
thuiswerk
staking
________ ________
11/6/2013 Verzending vraag
18/9/2013 Rappel
18/10/2013 Antwoord
11/6/2013 Verzending vraag
18/9/2013 Rappel
18/10/2013 Antwoord
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9292
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9293
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9294
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9295
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9296
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9298
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9299
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9300
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9301
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9302
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9303
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9304
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9305
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9306
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9307
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9308
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9309
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9310
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9292
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9293
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9294
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9295
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9296
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9298
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9299
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9300
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9301
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9302
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9303
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9304
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9305
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9306
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9307
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9308
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9309
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9310
________ ________
Question n° 5-9297 du 11 juin 2013 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-9297 d.d. 11 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Les deux principaux syndicats de notre pays ont voulu donner un signal fort au gouvernement en ce qui concerne les discussions sur le statut unique lors d'une manifestation à Bruxelles le 6 juin dernier. De nombreuses personnes auront au moins arrêté le travail pendant quelques heures pour participer à cette manifestation.

Je souhaiterais obtenir une réponse aux questions suivantes de la part des ministres pour les services administratifs et, éventuellement, les entreprises publiques qui relèvent de leurs compétences :

1)

a) Combien de personnes ont-elles participé à la manifestation ?

b) Combien parmi celles-ci étaient-elles affiliées à un syndicat ?

c) Ont-elles dû prendre congé pour participer à la manifestation ou ont-elles été payées normalement ?

d) Si elles ont été payées normalement, doivent-elles rattraper le temps de travail perdu ?

2)

a) Combien de personnes ont-elles télétravaillé en raison des perturbations de la circulation occasionnées par cette manifestation ?

b) Combien de ces personnes travaillent-elles de toute façon à domicile le jeudi ?

3) Quelle est la perte de productivité pour les services entraînée par cette manifestation?

4) Des collaborateurs de cabinet ont-ils également participé à la manifestation ?

5)

a) Des personnes ont-elles profité de la manifestation pour faire grève ?

b) Si oui, combien ?

c) Cette grève a-t-elle été reconnue officiellement par les syndicats ?

d) Quelles conséquences cela a-t-il eu sur le salaire des grévistes ?

 

Donderdag 6 juni 2013 hebben de twee grootste vakbonden van ons land via een betoging in Brussel aan de regering een krachtig signaal willen geven met betrekking tot de discussies over het eenheidsstatuut. Heel wat mensen zullen minstens gedurende een aantal uur het werk hebben neergelegd om in Brussel deel te nemen aan de betoging.

Graag kreeg ik van de ministers voor de administratieve diensten en eventuele overheidsbedrijven die onder zijn of haar bevoegdheden vallen graag een antwoord op volgende vragen:

1)

(a) Hoeveel personen hebben aan de betoging deelgenomen?

(b) Hoeveel van hen waren aangesloten bij een vakbond?

(c) Hebben ze verlof moeten nemen om deel te nemen aan de betoging of werden ze gewoon doorbetaald?

(d) Indien ze gewoon doorbetaald werden, moeten ze de verloren arbeidstijd inhalen?

2)

(a) Hoeveel personen hebben thuis gewerkt wegens de verkeersoverlast die de betoging met zich heeft gebracht?

(b) Hoeveel van die personen werken sowieso thuis op donderdag?

3) Wat is het productiviteitsverlies voor de diensten van die betoging ?

4) Hebben er ook kabinetsmedewerkers aan de betoging deelgenomen?

5)

(a) Hebben er ook personen van de betoging gebruik gemaakt om te staken?

(b) Zo ja, om hoeveel mensen ging het?

(c) Werd die staking dan officieel erkend door de vakbonden?

(d) Welke gevolgen heeft dit gehad voor de verloning van de stakers?

 
Réponse reçue le 18 octobre 2013 : Antwoord ontvangen op 18 oktober 2013 :

Question 1:

a. Le Service public fédéral (SPF) Intérieur ne dispose pas de chiffres à ce sujet. Les participants à la manifestation avaient la possibilité de prendre congé ou récupération. A cet effet, les membres du personnel ne devaient pas motiver leur décision. Les agents qui, pour des raisons de service, ne pouvaient pas prendre congé ou récupération ou qui ne souhaitaient pas le faire, pouvaient recourir au droit de grève.

b. Le statut syndical ne permet pas à l’employeur de savoir qui est affilié à un syndicat.

c. Cfr. réponse a : les participants pouvaient prendre congé ou récupération. Les agents qui ne pouvaient pas ou ne souhaitaient pas prendre congé ou récupération pouvaient recourir au droit de grève.

d. Pas d’application.

Question 2:

a. Nous n’avons pas connaissance d’agents qui n’ont pas su rejoindre leur lieu de travail en raison d’embarras de circulation.

b. 43 personnes font du télétravail le jeudi.

Question 3: La continuité des services n’a pas été compromise.

Question 4: Aucun collaborateur du cabinet n’a participé à la manifestation.

Question 5:

a. Oui.

b. 5 agents ont signalé qu’ils participaient à la grève.

c. Oui, le préavis de grève a été reconnu par les trois syndicats représentatifs.

d. L’article 5 de l’arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l’Etat prévoit que la participation de l’agent à une cessation concertée du travail est assimilée à une période d’activité de service. Il n’a pas droit toutefois à son traitement.

Vraag 1:

a. De Federale Overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken heeft geen cijfergegevens hierover. De deelnemers aan de betoging hadden de mogelijkheid om verlof of recuperatie op te nemen. Hiervoor dienen personeelsleden geen motief op te geven. Personeelsleden die omwille van dienstredenen geen verlof of recuperatie konden opnemen of dit niet wensten op te nemen, konden beroep doen op het stakingsrecht.

b. Het syndicaal statuut laat de werkgever niet toe te weten wie aangesloten is bij een vakbond.

c. Cfr. antwoord a: deelnemers konden verlof of recuperatieverlof nemen. Indien geen verlof of recup kon of wenste te worden opgenomen, kon men beroep doen op het stakingsrecht.

d. Niet van toepassing.

Vraag 2:

a. Wij hebben geen weet van personeelsleden die ingevolge de verkeershinder niet op het werk zijn geraakt.

b. 43 personen verrichten elke donderdag telewerk.

Vraag 3: De continuïteit van de diensten is niet in het gedrang gekomen.

Vraag 4: Er hebben geen kabinetsmedewerkers deelgenomen aan de betoging.

Vraag 5:

a. Ja.

b. 5 personeelsleden hebben zich opgegeven als staker.

c. Ja, de stakingsaanzegging werd erkend door de drie representatieve vakbonden.

d. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, bepaalt dat de deelneming van een ambtenaar aan een georganiseerde werkonderbreking gelijkgesteld wordt met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid heeft evenwel geen recht op wedde.