SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2012-2013 Zitting 2012-2013
________________
25 février 2013 25 februari 2013
________________
Question écrite n° 5-8294 Schriftelijke vraag nr. 5-8294

de Nele Lijnen (Open Vld)

van Nele Lijnen (Open Vld)

à la ministre des Classes moyennes, des PME, des Indépendants et de l'Agriculture

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw
________________
Manifestation du jeudi 11 février 2013 - Participation - Grève - Travail à domicile - Conséquences Betoging van donderdag 21 februari 2013 - Deelname - Staking - Thuiswerk - Gevolgen 
________________
statistique officielle
grève
droit de manifester
ministère
syndicat de fonctionnaires
travail à distance
travail à domicile
officiële statistiek
staking
recht tot betogen
ministerie
ambtenarenvakbond
werk op afstand
thuiswerk
________ ________
25/2/2013 Verzending vraag
29/3/2013 Antwoord
25/2/2013 Verzending vraag
29/3/2013 Antwoord
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8287
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8288
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8289
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8290
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8291
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8292
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8293
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8295
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8296
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8297
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8298
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8299
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8287
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8288
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8289
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8290
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8291
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8292
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8293
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8295
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8296
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8297
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8298
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8299
________ ________
Question n° 5-8294 du 25 février 2013 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-8294 d.d. 25 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Le jeudi 11 février 2013, les organisations syndicales ont voulu lancer un signal fort au gouvernement en faveur du maintien de l'index et contre le blocage salarial en organisant une manifestation à Bruxelles. De très nombreuses personnes ont arrêté le travail au moins pendant quelques heures pour participer à la manifestation à Bruxelles. Bien qu'il s'agisse d'une manifestation, la SNCB a quand même communiqué que des actions de grève étaient possibles.

J'aimerais que les ministres répondent aux questions suivantes pour les services administratifs et entreprises publiques qui relèvent de leurs compétences :

1)

(a) Combien de personnes ont-elles participé à la manifestation ?

(b) Combien de ces personnes étaient-elles affiliées à un syndicat ?

(c) Ont-elles dû prendre congé pour participer à la manifestation ou bien leur salaire a-t-il été payé normalement ?

(d) Si elles ont été payées normalement doivent-elles rattraper le temps de travail perdu ?

2)

(a) Combien de personnes ont-elles travaillé à domicile pour échapper aux embouteillages que la manifestation a provoqués.

(b) Combien de ces personnes travaillent-elles de toute façon toujours à domicile le jeudi ?

3) Quelle perte de productivité la manifestation a-t-elle engendrée pour les services ?

4) Des collaborateurs des cabinets ont-ils aussi participé à la manifestation ?

5)

(a) Des personnes ont-elles aussi invoqué la manifestation pour faire grève ?

(b) Dans l'affirmative, de combien de personnes s'agit-il ?

(c) Cette grève a-t-elle alors été reconnue officiellement par les syndicats ?

(d) Quelles conséquences cette manifestation a-t-elle eues sur le salaire des grévistes ?

 

Donderdag 21 februari 2013 hebben de vakbonden met een betoging in Brussel aan de regering een krachtig signaal willen geven met betrekking tot het bewaren van de koopkracht en tegen de loonstop. Heel wat mensen zullen minstens gedurende een aantal uur het werk hebben neergelegd om in Brussel deel te nemen aan de betoging. Ondanks het feit dat het ging om een betoging, liet de NMBS toch weten dat er mogelijks stakingsacties zouden volgen.

Graag kreeg ik van de ministers voor de administratieve diensten en eventuele overheidsbedrijven die onder zijn of haar bevoegdheden vallen graag een antwoord op volgende vragen:

1)

(a) Hoeveel personen hebben aan de betoging deelgenomen?

(b) Hoeveel van deze personen waren aangesloten bij een vakbond?

(c) Hebben ze verlof moeten nemen om deel te nemen aan de betoging of werden ze gewoon doorbetaald?

(d) Indien ze gewoon doorbetaald werden, moeten ze de verloren arbeidstijd ophalen?

2)

(a) Hoeveel personen hebben thuis gewerkt omwille van de verkeersoverlast die de betoging met zich heeft gebracht?

(b) Hoeveel van deze personen werken sowieso thuis op donderdag?

3) Wat is het productiviteitsverlies voor de diensten van deze betoging ?

4) Hebben er ook kabinetsmedewerkers aan de betoging deelgenomen?

5)

(a) Hebben er ook personen van de betoging gebruik gemaakt om te staken?

(b) Zo ja, om hoeveel mensen ging het?

(c) Werd die staking dan officieel erkend door de vakbonden?

(d) Welke gevolgen heeft dit gehad voor de verloning van de stakers?

 
Réponse reçue le 29 mars 2013 : Antwoord ontvangen op 29 maart 2013 :

Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire (AFSCA)

1.

a) Aucun membre du personnel de l’AFSCA qui était au travail le 21 février 2013, n’a participé à la manifestation.

b) Pas d’application

c) Pas d’application

d) Pas d’application

2.

a) 14 membres du personnel de l’AFSCA ont travaillé à domicile pour des raisons de perturbations de trafic que pourrait amener la manifestation.

b) Aucune de ces personnes ne travaille normalement à domicile le jeudi.

3. La manifestation n’a pas apporté de perte de productivité pour les services.

4. Pas d’application

5.

a) Oui

b) 5 membres du personnel de l’AFSCA ont fait grève le 21 février 2013.

c) La grève a été reconnue par les syndicats.

d) Le jour de grève n’est pas rémunéré.

Bureau d’Intervention et de Restitution belge (BIRB)

1)

(a) 5 membres du personnel du BIRB ont participé à la manifestation du 21 février 2013.

(b) Les 5 collaborateurs sont affiliés à un syndicat.

(c) Ces 5 personnes se sont mises en grève.

(d) Ces agents n’ont pas été payés pour cette journée.

2)

(a) Aucune personne n’a demandé à travailler à domicile en raison de la manifestation.

(b) 9 membres du personnel font du télétravail le jeudi.

3) Aucune perte de productivité n’a été identifiée.

4) Pas d’application.

5)

(a) Oui, les 5 collaborateurs mentionnés dans la réponse à la question 1 c

(b) Il s’agit de 5 membres du personnel.

(c) Oui, elle a été ainsi reconnue.

(d) Les agents ne bénéficieront pas d’un jour de traitement.

Centre d'Étude et de Recherches vétérinaires et agrochimiques (CERVA)

1.

(a) 0

(b) /

(c ) /

(d) /

2.

(a) 2

(b) 11

3. La manifestation n’a pas apporté de perte de productivité pour les services

4. Pas d’application pour le CERVA

5.

(a) Non

(b) /

(c ) /

(d) /

Institut national d’assurances sociales pour travailleurs indépendants (INASTI)

1.

a) L'INASTI n'a pas connaissance du nombre exact de membres du personnel qui ont pris part à la manifestation.

b) L'INASTI ne dispose pas de données relatives à l'affiliation de ses agents à un syndicat.

c) Les agents qui ont participé à la manifestation ont pris congé ou se sont déclarés en grève.

d) Sans objet (voir point 1 c).

2.

a) 12 agents ont travaillé à la maison.

b) 7 agents travaillent de toute manière à la maison le jeudi.

3. Si l'on se base sur le nombre de grévistes, on peut estimer que la perte de productivité pour les services a été limitée.

4. L'INASTI n'a pas connaissance du nombre de membres de cabinet qui ont éventuellement participé à la manifestation.

5.

a) Oui.

b) 9 personnes.

c) Oui.

d) Les grévistes ont perdu un jour de salaire.

Service public fédéral (SPF) Économie :

Je vous informe que le sujet sur lequel vous m'interrogez relève des compétences du vice-premier ministre et ministre de l'Économie, des Consommateurs et de la Mer du Nord, Monsieur Johan Vande Lanotte.

Je vous suggère donc de vous référer à la réponse qui sera donnée par mon collègue, également questionné sur le sujet.

DG Indépendants:

Je ne dispose pas des données demandées pour la DG Indépendants du SPF Sécurité Sociale. En effet, je ne suis compétente que sur le plan de la matière.

Pour toutes les autres questions (personnel, logistique, …) relatives au SPF Sécurité Sociale, et donc aussi pour la DG Indépendants, c’est la vice-première ministre et ministre des Affaires Sociales et de la Santé publique, Mme Onkelinx, qui est compétente.

Je vous suggère donc de vous référer à la réponse qui sera donnée par ma collègue, également questionnée sur le sujet.



Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV)

1.

a) Geen enkel personeelslid van het FAVV dat op 21 februari 2013 aan het werk was, heeft deelgenomen aan de betoging.

b) Niet van toepassing

c) Niet van toepassing

d) Niet van toepassing

2.

a) 14 personeelsleden van het FAVV hebben thuis gewerkt omwille van de verkeersoverlast die de betoging met zich kon meebrengen.

b) Geen van deze personen werkt gewoonlijk thuis op donderdag.

3. De betoging heeft geen productiviteitsverlies opgeleverd voor de diensten.

4. Niet van toepassing

5.

a) Ja

b) 5 personeelsleden van het FAVV hebben gestaakt op 21 februari 2013.

c) De staking werd officieel erkend door de vakbonden.

d) De stakingsdag wordt niet bezoldigd.

Belgisch interventie en restitutie bureau (BIRB)

1)

(a) 5 personeelsleden van het BIRB hebben deelgenomen aan de betoging van 21 februari 2013.

(b) De 5 personeelsleden zijn aangesloten bij een vakbond.

(c) Deze 5 personeelsleden staakten die dag.

(d) Deze personeelsleden worden niet betaald voor deze dag.

2)

(a) Niemand heeft gevraagd om thuis te werken omwille van de betoging.

(b) 9 personeelsleden werken thuis op donderdag.

3) Er was geen productiviteitsverlies die dag.

4) Niet van toepassing.

5)

(a) Ja, de 5 personeelsleden vermeld in het antwoord op vraag 1 c

(b) Het gaat om 5 personeelsleden.

(c) Ja, de staking werd erkend.

(d) Deze personeelsleden verliezen een dag verloning.

Centrum voor onderzoek in diergeneeskunde en agrochemie (CODA)

1.

(a) 0

(b) /

(c ) /

(d) /

2.

(a) 2

(b) 11

3. De betoging heeft geen productiviteitsverlies opgeleverd voor de diensten

4. Niet van toepassing voor het CODA

5.

(a) Nee

(b) /

(c ) /

(d) /

Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandige RSVZ)

1.

a) Het RSVZ heeft geen kennis van het exacte aantal personeelsleden dat aan de betoging heeft deelgenomen.

b) Het RSVZ beschikt niet over gegevens in verband met de aansluiting van zijn personeelsleden bij een vakbond.

c) De personeelsleden die aan de betoging hebben deelgenomen hebben ofwel verlof genomen ofwel zich als stakers verklaard.

d) Zonder voorwerp (zie punt 1c).

2.

a) 12 personeelsleden hebben thuis gewerkt.

b) 7 personeelsleden werken sowieso thuis op donderdag.

3. Op basis van het aantal stakers kan aangenomen worden dat het productiviteitsverlies voor de diensten beperkt was.

4. Het RSVZ heeft geen kennis van het aantal kabinetsmedewerkers dat aan de betoging heeft deelgenomen.

5.

a) Ja.

b) 9 personen.

c) Ja.

d) De stakers hebben een dag wedde verloren.

Federale Overheidsdienst (FOD) Economie:

Ik breng u ervan op de hoogte dat het onderwerp, waarover u mij een vraag stelt, valt onder de bevoegdheden van de vice-eerste minister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee, de heer Johan Vande Lanotte.

Ik stel u dus voor u te wenden tot het antwoord dat zal worden gegeven door mijn collega, aan wie de vraag over dit onderwerp eveneens werd gesteld.

DG Zelfstandigen:

Aangezien ik enkel inhoudelijk bevoegd ben voor de DG Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid, beschik ik niet over de gevraagde gegevens. Voor alle andere onderwerpen (personeel, logistiek, …) met betrekking tot de FOD Sociale Zekerheid, en dus ook tot de DG Zelfstandigen, is het de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, mevrouw Onkelinx, die bevoegd is.

Ik stel u dus voor u te wenden tot het antwoord dat zal worden gegeven door mijn collega, aan wie de vraag over dit onderwerp eveneens werd gesteld.