SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2013-2014 Zitting 2013-2014
________________
10 janvier 2014 10 januari 2014
________________
Question écrite n° 5-10814 Schriftelijke vraag nr. 5-10814

de Nele Lijnen (Open Vld)

van Nele Lijnen (Open Vld)

au vice-premier ministre et ministre des Pensions

aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen
________________
Services publics fédéraux - Travail à domicile - Télétravail - Évolution - Facilités - Sécurisation Federale Overheidsdiensten - Thuiswerk - Telewerk - Evolutie - Faciliteiten - Beveiliging 
________________
ministère
travail à domicile
travail à distance
téléphone mobile
protection des données
espionnage
criminalité informatique
vidéocommunication
statistique officielle
ministerie
thuiswerk
werk op afstand
mobiele telefoon
gegevensbescherming
spionage
computercriminaliteit
videocommunicatie
officiële statistiek
________ ________
10/1/2014 Verzending vraag
14/3/2014 Rappel
18/3/2014 Antwoord
10/1/2014 Verzending vraag
14/3/2014 Rappel
18/3/2014 Antwoord
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10810
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10811
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10812
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10813
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10815
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10816
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10817
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10818
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10819
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10820
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10821
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10822
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10823
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10824
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10825
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10826
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10827
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10828
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10810
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10811
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10812
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10813
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10815
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10816
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10817
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10818
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10819
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10820
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10821
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10822
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10823
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10824
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10825
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10826
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10827
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10828
________ ________
Question n° 5-10814 du 10 janvier 2014 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-10814 d.d. 10 januari 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Par le passé, j'ai déjà posé une série de questions sur le travail à domicile au sein des services publics fédéraux (SPF). Je répète la plupart des questions afin de pouvoir suivre l'évolution. Je souhaiterais en outre attirer l'attention sur un certain nombre d'éléments. Le secrétaire d'État à l'Environnement, à l'Énergie et à la Mobilité a indiqué (question écrite 5-8153) que : « Les employés des « shared services » en général et mes services à la Chancellerie en particulier disposent d’une connexion Virtual Private Network (VPN) pour travailler à domicile. Cela signifie qu’ils ont accès à leurs données électroniques de manière sécurisée, comme s’ils se trouvaient sur leur lieu de travail. VPN est un outil d’échanges de données plus sécurisé que Cloud Computing, car avec ce dernier l’administration n’a aucune idée de l’endroit où les données sont réellement conservées. De plus, le Patriot Act qui a été adopté récemment par les États-Unis d’Amérique, n’est pas de nature à atténuer les inquiétudes des États belge et européens en matière de sécurité des données électroniques. ». Je précise que je fais une distinction entre le travail à domicile et le télétravail occasionnel et structurel (par exemple, un jour par semaine).

Je souhaiterais poser les questions suivantes :

1) Pour les cinq dernières années, combien de travailleurs de tous les services et organisations relevant de votre compétence :

a) travaillent à domicile de façon occasionnelle ?

b) travaillent à domicile de façon structurelle ?

Pouvez-vous me communiquer ces données en chiffres absolus et en pourcentages, avec une ventilation annuelle, et m'indiquer également le nombre total de personnes travaillant dans vos SPF/SPP/... ?

2) Le travail à domicile est-il encouragé auprès de vos collaborateurs ? Pourquoi/pourquoi pas ?

3) Le travail à domicile représente-t-il une économie pour vos services ? Disposez-vous de chiffres à ce sujet ? Avez-vous fait réaliser des études en la matière ? Dans l'affirmative, quel en était le résultat ? Dans la négative, jugez-vous utile une telle étude et la ferez-vous réaliser ? Pouvez-vous expliquer votre réponse ?

4) Des initiatives ont-elles déjà été prises dans vos services pour promouvoir le travail à domicile ? Dans l'affirmative, pouvez-vous expliquer votre réponse ? Dans la négative, pourquoi ?

5) Comptez-vous prendre à l'avenir des initiatives à ce sujet ? Pourquoi/pourquoi pas ?

6) Quels services facilitant la communication sont-ils présents ? Peut-on tenir des vidéoconférences ? Le cloud sharing est-il possible et de quelle manière ?

7) Partagez-vous l'inquiétude du secrétaire d'État à l'Environnement, à l'Énergie et à la Mobilité, eu égard aux nombreuses nouvelles communiquées en matière de cybercrime et d'espionnage ? Considérez-vous vos services comme une cible potentielle pour de telles actions ?

8) À la suite des nombreuses nouvelles communiquées en matière de cybercrime et d'espionnage, avez-vous amélioré la sécurisation des données de vos SPF (par exemple, par rapport au cloud sharing) ? De quelle manière ?

9) Avez-vous également pris des mesures supplémentaires en ce qui concerne la sécurisation des télétravailleurs ? Dans l'affirmative, comment ? Dans la négative, cela ne vous paraît-il pas nécessaire ? Pouvez-vous expliquer votre réponse ?

10) Les GSM ou d'autres appareils mobiles sont pratiques en cas de télétravail. Pouvez-vous indiquer, pour 2013, en chiffres absolus :

a) combien de travailleurs ont reçu un GSM/smartphone ;

b) combien ont reçu un ordinateur portable ;

c) combien ont reçu un autre appareil mobile.

11) Lorsque le télétravail a été proposé et développé, vos services ont-ils obtenu des avantages en comparaison avec d'autres SPF  ? Dans l'affirmative, quels sont selon vous les points forts de vos services à cet égard ?

12) Quelles possibilités d'amélioration du télétravail entrevoyez-vous encore ?

13) Pour le reste, remarquez-vous encore des tendances ou des évolutions en cette matière dans vos services, y compris par rapport à d'autres services publics ?

 

In het verleden stelde ik reeds een aantal vragen over thuiswerk bij de Federale Overheidsdiensten (FOD). Om de evolutie hiervan op te volgen, herhaal ik de meeste vragen. Graag zou ik verder de aandacht willen vestigen op een aantal andere elementen. De staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit schreef (schriftelijke vraag 5-8153): "De werknemers van Shared Services in het algemeen, en van mijn Diensten op de Kanselarij in het bijzonder, beschikken voor hun thuiswerk over een Virtual Private Network (VPN)-verbinding. Dit betekent dat zij op een professioneel beveiligde manier toegang hebben tot hun elektronische gegevens net alsof ze op kantoor werken. VPN is een meer beveiligde manier van gegevensuitwisseling dan cloud computing, waarbij de overheid geen enkel idee heeft waar de gegevens in realiteit bewaard worden. Bovendien is de Patriot Act die onlangs in de Verenigde Staten van Amerika van kracht is geworden niet van aard om de bezorgdheid van de Belgische en Europese Overheden inzake beveiliging van elektronische gegevens te milderen." Voor de duidelijkheid: ik maak een onderscheid tussen occasioneel en structureel (dus bijvoorbeeld een dag per week) thuiswerk of telewerk.

Graag had ik de volgende vragen gesteld:

1) Hoeveel, en dit voor de laatste vijf jaar, werknemers van alle diensten en organisaties die onder uw beheer vallen:

a) werken occasioneel thuis;

b) werken structureel thuis?

Kan u deze cijfers, opgedeeld per jaar, in absolute en procentuele vorm meedelen, en dus ook meedelen hoeveel mensen er in totaal bij uw FOD/POD/… werken?

2) Wordt thuiswerk aangemoedigd ten aanzien van uw medewerkers? Waarom wel/niet?

3) Weet u of thuiswerken een kostenbesparing voor uw diensten betekent? Heeft u hier cijfers over? Heeft u hier al studies over laten uitvoeren? Zo ja, wat was het resultaat? Zo neen, acht u zo een studie nuttig en wilt u deze laten uitvoeren? Kan u toelichten?

4) Zijn er bij uw diensten al initiatieven genomen om thuiswerk te promoten? Zo ja, kan u dit toelichten? Zo neen, waarom niet?

5) Bent u van plan om in de toekomst hieromtrent initiatieven te nemen? Waarom wel/niet?

6) Welke diensten die de communicatie faciliteren zijn aanwezig? Kan men videoconferenties houden? Is cloud sharing mogelijk en op welke manier?

7) Deelt u de ongerustheid van de staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, gelet op de vele berichten over cybercrime en spionage? Ziet u uw diensten als een mogelijk doelwit van dergelijke acties?

8) Heeft u na de vele berichten over cybercrime en spionage de beveiliging van de data van uw FOD verbeterd (bijvoorbeeld in verband met cloud sharing)? Op welke manier?

9) Heeft u ook extra maatregelen qua beveiliging genomen wat betreft telewerkers? Zo ja, hoe? Zo neen, acht u dit niet nodig? Kan u toelichten?

10) Gsm's of andere mobiele apparaten zijn handig bij telewerk. Kan u voor 2013 aanduiden in absolute cijfers:

a) hoeveel werknemers een gsm/smartphone hebben ontvangen;

b) hoeveel een laptop hebben ontvangen;

c) hoeveel een ander mobiel toestel hebben gekregen.

11) Hebben uw diensten bij het aanbieden en uitwerken van telewerken voordelen in vergelijking met andere FOD? Zo ja, wat zijn volgens u sterke punten van uw diensten hierin?

12) Waar ziet u nog mogelijkheden tot verbetering wat betreft telewerken?

13) Merkt u voor de rest nog trends of evoluties op inzake deze materie bij uw diensten, ook ten aanzien van andere overheidsdiensten?

 
Réponse reçue le 18 mars 2014 : Antwoord ontvangen op 18 maart 2014 :

En ce qui concerne l’Office national des Pensions :

1) .L’évolution du nombre de télétravailleurs à l’ONP au cours des 5 dernières années donne les chiffres suivant :

Année
Au 31.12

Effectif total

Télétravailleurs occasionnels

Télétravailleurs réguliers

Télétravailleurs occasionnels
En pourcentage

Télétravailleurs réguliers
En pourcentage

2009

2220

0*

23

0

1,03%%

2010

2240

0*

23

0

1,03%

2011

2192

0*

75

0

3,42%

2012

2133

0*

181

0

8,49%

2013

2074

268

349

12,92%

16,83%

*Suite à l’introduction du télétravail occasionnel dans l’arrêté royal du 22novembre 2006 relatif au télétravail dans la fonction publique fédérale administrative par l’ arrêté royal du 7 octobre 2011, cette possibilité s’est développée et a été comptabilisée à l’ONP à partir de 2013. 

2) L’Office national des Pensions encourage le télétravail dans le cadre global d’une nouvelle manière d’envisager le travail, basée sur la réalisation d’objectifs clairement définis. Cette organisation du travail répond aussi bien aux attentes du management qu’aux souhaits des collaborateurs. 

3) Au stade actuel, l’ONP ne constate aucune diminution de ses coûts, ni en ce qui concerne l’utilisation des bureaux (l’ONP ne travaille pas en dynamic office c’est-à-dire que les bureaux des télétravailleurs restent inoccupés lorsqu’ils travaillent à domicile),ni en ce qui concerne la consommation d’énergie (les plateaux sont chauffés et éclairés de la même manière). L’ONP envisage toutefois de libérer six étages de la Tour du Midi . Cette réalisation figure dans les objectifs du contrat d’administration 2013-2015 de l’organisme. 

4) L’ONP a mis sur pied un vaste projet visant à promouvoir une nouvelle culture d’entreprise. Ce projet, baptisé Dynamo, concerne la manière d’établir les objectifs, de mesurer les résultats obtenus, mais aussi de s’ouvrir à une nouvelle manière de travailler en ce qui concerne le lieu et le moment de l’exécution du travail. Vu l’ampleur du programme et la nécessité de rencontrer préalablement certaines conditions (matériel adéquat, déterminations des objectifs, formation et contrainte technique), la mise en œuvre se fait progressivement, service par service, selon en planning concerté dont la dernière phase débutera en mai 2014. 

5) Voir point 4. 

6) L’ONP a implémenté une infrastructure complète de Unified Communications (UC) qui soutient la téléphonie, le centre de contact, le fax, les audio- ou vidéoconférences, etc.

Une protection spécifique a été installée pour cette infrastructure. Quand les collaborateurs de l’ONP télétravaillent, les clients-UC  ne peuvent communiquer qu’avec le serveur-UC via un pare-feu réseau et un pare-feu applications Web. Ces communications sont cryptées.

Le Cloud sharing n’est pas autorisé.  Pour le télétravail, la communication de données passe par VPN avec une stricte authentification. Actuellement, l’ONP n’utilise en rien les services du Cloud pour le traitement de données critiques de l’organisme. Ces données sont traitées de manière centralisée sur le site principal et sur le site-DRP (Disaster Recovery Plan).

7) Oui, le management de l’ONP partage cette inquiétude. Les services de l’ONP constituent une cible potentielle pour de telles actions. 

8) Aucune mesure complémentaire n’a encore été prise étant donné les restrictions budgétaires. De nouvelles technologies sont et seront testées pour contrer les menaces récentes. Lors du renouvellement de l’infrasttucture de sécurité, en 2015, on tiendra compte de ces nouvelles technologies. 

9) Les mesures de sécurité actuelle sont suffisantes pour les télétravailleurs. 

10) Tous les collaborateurs de l’ONP, qu’ils soient télétravailleurs ou pas disposent du système de téléphone Lync (réseau). En chiffres absolus, les appareils mis à disposition en 2013 pour permettre le télétravail étaient au nombre de :

a) GSM : 2

b) PC portable : 1500

c) Autres :  0 

11)  Voir points 2 et 4. 

12)  Le développement du dossier unique de pension sous format électronique permet à de plus en plus d’agents de l’ONP de bénéficier de la possibilité de faire du télétravail. 

13)  Il est évident que les possibilités techniques évoluent très rapidement et demandent une évaluation continue aussi bien en ce qui concerne l’utilisation du matériel que le choix du matériel. 

En ce qui concerne le Service des Pensions du Secteur public : 

1) Le home working se pratique uniquement de façon occasionnelle au SdPSP.  Les chiffres ci-dessous présentent l’évolution au cours des 5 dernières années, exprimée en chiffres absolus et relatifs par rapport à l’ensemble du personnel du SdPSP. 

Année

Nombre de  homeworkers

Nombre de collaborateurs

%

2009

15

519

3%

2010

20

510

4%

2011

27

483

6%

2012

45

487

9%

2013

55

464

12%


2) Le home working se pratique actuellement à la demande des collaborateurs. Dans la mesure où cette demande est compatible avec les nécessités du service et conforme aux prescriptions en matière de sécurité de l’information, il lui est donné une suite favorable. 
 

Le home working se pratique actuellement uniquement sur base volontaire et essentiellement dans les bureaux d’encadrement.  Afin de pouvoir réaliser le home working de façon structurelle dans les bureaux opérationnels, des actions ont été entreprises pour l’introduction de dossiers électroniques de pension qui sont déjà alimentés pendant la carrière à l’aide de déclarations électroniques des employeurs (= le projet Capelo). En plus des données de carrière électronique, tous les documents (via la GED) et les contacts clients (via le CRM) permettent de constituer le dossier électronique.  De cette façon, le dossier de pension papier est définitivement arrêté et un frein important empêchant le travail à domicile dans les bureaux opérationnels est levé. 

L’encodage progressif par les employeurs des dossiers historiques de carrière Capelo pour les données de carrière précédant 2011 (démarrage de Capelo) permet l’augmentation systématique du nombre de dossiers pouvant être traités en home working. Actuellement, la quasi-totalité des nouvelles demandes de pension sont traitées à l’aide d’un dossier électronique  ce qui permet également une extension du home working au niveau des services opérationnels. 

3) Une campagne de communication et une enquête auprès du personnel du SdPSP sont en préparation afin d’évaluer l’intérêt réel pour les diverses formes de télétravail et d’étudier les impacts organisationnels et financiers sous-jacents.  Un des objectifs sera une décentralisation progressive des activités du SdPSP grâce à la création de bureaux régionaux ou de bureaux satellites.  L’introduction du télétravail doit permettre de réduire la surface de bureaux louée à Bruxelles de façon importante afin de créer les marges financières nécessaires pour en retour couvrir les coûts de ce télétravail.  Dans la mesure du possible, le dégagement d’un surplus financier sera visé.   

4) Cfr réponse 3. 

5) Cfr réponse 3. 

6) Le SdPSP n’utilise pas le partage de données via le Cloud. Pour l’exécution du home working, le SdPSP met à disposition un portable avec une connexion sécurisée VPN. Cette connexion donne un accès sécurisé de type extranet aux données de l’administration.   

7) Les accès home working sont sécurisés grâce à l’utilisation du VPN précité. Le SdPSP utilise l’infrastructure de l’ONP, elle-même reliée à l’extranet de la sécurité sociale.  Les événements récents en matière de cybercriminalité ne font que confirmer l’importance des règles de sécurité de des procédures mises en place par la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale afin de sécuriser son réseau.  Ces règles et procédures permettent un niveau de sécurité suffisant par rapport à la nature des données échangées. 

8) Le SdPSP ne fait pas usage du cloud sharing. Comme décrit ci-dessus, les règles et procédures de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale sont jugées suffisantes. 

9) L’utilisation des accès VPN de type Juniper, s’appuyant sur une authentification forte à l’aide de la carte d’identité électronique de l’intéressé et nécessitant une mise à jour régulière de l’anti-virus du PC utilisé sont suffisantes afin protéger les données échangées dans le cadre du télétravail. 

10) La tableau ci-dessous présente, pour l’année 2013, le nombre de GSM, de smartphones de type Blackberry, de laptops et de tablettes mobiles IPAD et Samsung. 

GSM

BlackBerry

Laptop

IPAD/SAMSUNG

18

14

45

7


11) Les conditions pour l’ensemble de la fonction publique fédérale sont spécifiées dans l’ arrêté royal du 22 novembre 2006.
 

12) La mise en place du Voice Over IP et l’utilisation de Link sont envisagés si la diminution de la surface louée via la mise en place du télétravail crée les marges financières nécessaires.  Les avantages du Voice over IP sont entretemps suffisamment connus. Link permet  l’échange immédiat de messages (chat informatique) et permettra de simplifier les contacts entre les collaborateurs en home working et leurs collègues au bureau. 

13) La tendance générale en Belgique indique une demande croissante pour le travail à distance (dans des bureaux satellites) ou à domicile (homeworking). Cette tendance implique une organisation différente des différentes activités et un suivi mesurable des objectifs professionnels plutôt que des prestations en fonction du temps de travail presté.  Le télétravail n’est pas encore introduit depuis suffisamment longtemps auprès des autorités fédérales que pour pouvoir bien évaluer sa valeur à domicile.  Sur le plan international, il est constaté que des grosses sociétés informatiques font progressivement machine arrière par rapport aux formes de télétravail.  Les tenants et aboutissants de ces nouvelles tendances internationales sont actuellement insuffisamment connus mais démontrent que nous devons rester attentifs non seulement en ce qui concerne la cyber sécurité mais également au retour d’expérience des nouvelles tendances en matière de ressources humaines.

In antwoord op haar vragen heb ik de eer om het geachte lid het volgende mee te delen. 

Wat de Rijksdienst voor Pensioenen betreft : 

1) Evolutie van het aantal telewerkers bij de RVP in de laatste vijf jaar:

Jaar
Op 31.12

Totaal aantal werknemers 

Occasionele telewerkers 

Regelmatige telewerkers

Percentage occasionele telewerkers

Percentage regelmatige telewerkers

2009

2220

0*

23

0

1,03%%

2010

2240

0*

23

0

1,03%

2011

2192

0*

75

0

3,42%

2012

2133

0*

181

0

8,49%

2013

2074

268

349

12,92%

16,83%

*Naar aanleiding van de invoering van occasioneel telewerk, door het koninklijk besluit van 7 oktober 2011, in het koninklijk besluit van 22 november 2006 betreffende het telewerk in het federaal administratief openbaar ambt kon deze mogelijkheid worden uitgebouwd en houdt de RVP hiervan cijfers bij sinds 2013. 

2) De Rijksdienst voor Pensioenen moedigt telewerk aan in het globale kader van een nieuwe manier van werken die gebaseerd is op het bereiken van duidelijk vastgelegde doelstellingen. Zowel het management als de medewerkers kunnen zich vinden in deze manier van werken. 

3) Er werd tot op heden nog geen daling van de kosten vastgesteld bij de RVP, noch voor wat betreft het gebruik van de bureaus (de RVP werkt niet met het dynamic office-systeem, de bureaus van de telewerkers blijven ongebruikt als ze thuis werken), noch op het vlak van het energieverbruik (de kantoren worden op dezelfde manier verwarmd en verlicht). De RVP is echter van plan om zes verdiepingen in de Zuidertoren vrij te maken. Deze doelstelling is opgenomen in de bestuursovereenkomst 2013-2015 van de instelling.

4) De RVP heeft een omvangrijk project op touw gezet om een nieuwe bedrijfscultuur te promoten. Dit project, dat de naam Dynamo kreeg, heeft betrekking op de wijze waarop de doelstellingen worden vastgelegd en de verkregen resultaten worden gemeten en op de wijze waarop men een nieuwe manier van werken kan invoeren betreffende het tijdstip waarop en de plaats waar het werk wordt uitgevoerd. Gezien de omvang van het project en de noodzaak om vooraf te voldoen aan een aantal voorwaarden (geschikt materiaal, vastlegging van de doestellingen, opleiding en technische eisen) gebeurt de uitrol stapsgewijs, dienst per dienst, op basis van een afgesproken planning waarvan de laatste fase ingaat in mei 2014.   

5) Zie punt 4.

6) De RVP heeft een volledige Unified Communications (UC) infrastructuur geïmplementeerd, die telefonie, contactcenter, fax, audioconferencing, videoconferencing, enz. ondersteunt.

Voor deze infrastructuur werd er een specifieke beveiliging opgesteld. Wanneer de medewerkers van de RVP telewerken, dan kunnen de UC-clients enkel met de UC-server communiceren via een netwerkfirewall en een web applications firewall. Deze communicaties zijn versleuteld.

Cloud sharing is niet toegelaten. In geval van telewerk verloopt de datacommunicatie via VPN met een strikte authenticatie. Op dit moment maakt de RVP geen gebruik van Cloud diensten voor de verwerking van kritische bedrijfsdata. Deze data worden centraal verwerkt op de centrale site en de DRP-site (Disaster Recovery Plan). 

7) Ja, het management van de RVP deelt deze ongerustheid. De diensten van de RVP zijn een  mogelijk doelwit van dergelijke acties.    

8) Er werden nog geen bijkomende maatregelen genomen wegens budgettaire beperkingen. Nieuwe technologieën om de recente bedreigingen te kunnen counteren werden en worden uitgetest. Bij de vernieuwing van de beveiligingsinfrastructuur volgend jaar in 2015 zal rekening worden gehouden met deze nieuwe technologieën.

9) De bestaande beveiligingsmaatregelen voor telewerkers zijn afdoend.  

10) Alle medewerkers van de RVP (telewerkers en niet-telewerkers) beschikken over Lync, een systeem voor instant messaging en telefonie via het internet.

Aantal ter beschikking gestelde toestellen voor telewerk (absolute cijfers voor 2013):

a) gsm: 2

b) laptop: 1500

c) andere: 0

11) Zie punten 2 en 4.

12) Door de ontwikkeling van het uniek pensioendossier in elektronische vorm hebben meer en meer medewerkers van de RVP de gelegenheid om te telewerken.

13) Het spreekt voor zich dat de technische mogelijkheden heel snel evolueren en permanent moeten worden geëvalueerd, zowel wat de keuze als het gebruik van het materiaal betreft.  

Wat de Pensioendienst voor de Overheidssector betreft : 

1) Thuiswerk gebeurt occasioneel bij de PDOS. De cijfers hieronder geven de evolutie weer gedurende de laatste 5 jaar enerzijds uitgedrukt in absolute cijfers en anderzijds procentueel ten overstaan van het volledige personeelbestand van de PDOS : 

 Jaar

Aantal  homeworkers

Aantal medewerkers

%

2009

15

519

3%

2010

20

510

4%

2011

27

483

6%

2012

45

487

9%

2013

55

464

12%


2) Thuiswerk gebeurt momenteel op verzoek van de medewerkers. Voor zover de aanvraag verenigbaar is met de noden van de dienst en met de voorschriften inzake informatieveiligheid, wordt er een gunstig gevolg aan gegeven.
 

3) Thuiswerk gebeurt momenteel enkel op vrijwillige basis en vooral in omkaderingsdiensten. Om dit structureel te kunnen invoeren bij operationele diensten, zijn inspanningen geleverd om elektronische pensioendossiers in te voeren die reeds tijdens de loopbaan gevoed worden door elektronische werkgeversverklaringen (= het project Capelo). Naast elektronische loopbaangegevens worden in het elektronisch dossier voortaan ook alle documenten (= EDS) en alle klantencontacten (= CRM) elektronisch beheerd. Op deze wijze is het papieren pensioendossier definitief stopgezet en is daarmee een ernstige hinderpaal voor thuiswerk bij operationele diensten opgeruimd.  

4) De progressieve invoer door de werkgevers in Capelo van de historische loopbaangegevens van vóór 2011 (= opstart Capelo) verhoogt systematisch het aantal dossiers dat via thuiswerk zal kunnen worden behandeld. Op dit ogenblik kunnen quasi alle nieuwe pensioensaanvragen behandeld worden op basis van een elektronisch dossier wat dan ook een uitbreiding van thuiswerk bij operationele diensten toelaat. 

5) Een communicatiecampagne en bevraging van het personeel is bij de PDOS in voorbereiding om de reële interesse voor de verschillende vormen van telewerk te meten en om de daaruit voortvloeiende organisatorische en financiële impact in kaart te kunnen brengen.  Eén van de doelstellingen is een progressieve deconcentratie van de activiteiten van de PDOS in de richting van regionale bureaus of satellietkantoren. Het invoeren van telewerk moet de mogelijkheid bieden om de gehuurde oppervlakte inzake kantoorruimte te Brussel substantieel af te bouwen en om met deze financiële marge de kosten van telewerk te bekostigen. Uiteraard wordt zelfs naar een budgettair overschot getracht. 

6) Cfr antwoord 3 

7) Cfr antwoord 3. 

8) De PDOS gebruikt geen Cloud Sharing. Voor het uitvoeren van thuiswerk stelt de PDOS een laptop ter beschikking met een beveiligde VPN verbinding. Deze verbinding verzekert een beveiligde toegang van het type extranet tot de gegevens van de administratie. 

9) De toegang voor thuiswerk is beveiligd door het gebruik van voormelde VPN verbinding. De PDOS maakt hiervoor gebruik van de IT-infrastructuur van de RVP die op zijn beurt aangesloten is op het extranet van de Sociale Zekerheid.  Recente gebeurtenissen op het vlak van cybercriminaliteit bevestigen het belang van de veiligheidsregels en procedures die door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid zijn opgesteld voor de beveiliging van haar netwerk. Deze regels en procedures geven een voldoende hoog veiligheidsniveau voor de uitgewisselde data. 

10) De PDOS gebruikt geen Cloud Sharing. Zoals hierboven vermeld, wordt geoordeeld dat de regels en procedures van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voldoende zijn. 

11) Het gebruik van VPN toegangen van het type Juniper is gebaseerd op een sterke authenticatie via de elektronische identiteitskaart van de gebruiker en vereist het regelmatig bijwerken van de anti-virus software op de gebruikte PC. Deze maatregelen worden als voldoende beschouwd voor de beveiliging van de gegevensuitwisseling bij telewerk. 

12) De tabel hieronder geeft een overzicht van het aantal GSM’s, Smartphones type Blackberry, laptops en tablets van het type IPad en Samsung voor het jaar 2013 :  

GSM

BlackBerry

Laptop

IPAD/SAMSUNG

18

14

45

7


13) De voorwaarden liggen voor het gehele federale ambt vast in het
koninklijk besluit van 22 november 2006. 

14) Het invoeren van Voice over IP en Link worden overwogen als het afbouwen van de huuroppervlakte door het invoeren van telewerk hiervoor de noodzakelijke financiële ruimte creëert. De voordelen van Voice over IP zijn inmiddels genoegzaam bekend. Link laat toe om directe berichten uit te wisselen (Chat) en zal de contacten tussen de medewerkers die aan thuiswerk doen en de collega’s die op het bureau werken vereenvoudigen. 

15) De algemene tendens in België wijst op een toenemende vraag van het thuiswerken of satellietwerken. Deze tendens noodzaakt een andere organisatie van de verschillende activiteiten en een meetbare opvolging van de professionele doelstellingen in plaats van prestaties in functie van gepresteerde werktijd. Het telewerk is bij de federale overheid nog niet lang genoeg ingevoerd om de waarde van telewerk thuis goed te kunnen evalueren. Internationaal valt het immers op dat grote IT-bedrijven stilaan afstappen van vormen van telewerk. Het hoe en waarom van deze nieuwe internationale tendens is voorlopig nog onvoldoende bekend maar het bewijst dat we niet alleen alert moeten blijven voor cyberveiligheid maar ook voor de lessons learned van nieuwe HR-tendensen.