BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2014-2015
________
9 december 2014
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-304

de Martine Taelman (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking
________
Wegpolitie - Interventieploegen - Reorganisatie - Aanrijtijden op de autosnelwegen E313 en E34 - Evaluatie - Extra interventieploeg
________
autoweg
ongeval bij het vervoer
politie
eerste hulp
Antwerpen
________
9/12/2014 Verzending vraag
2/4/2015 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-304 d.d. 9 december 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Mobiliteit is een Vlaamse bevoegdheid, maar (weg-)politie is een federale bevoegdheid. Beide fronten dienen samen te werken om tot een oplossing te komen. Het betreft een transversale gewestaangelegenheid.

Sinds 25/3/2014 is er een nieuw systeem van kracht voor het functioneren van de federale wegpolitie (WPR) van de provincie Antwerpen. De interventieploegen werden gereorganiseerd. De beschikbare dagploegen van de wegpolitie worden als volgt verdeeld : één ploeg voor de A12 en E19, één voor de E34 en E313 en drie voor de Antwerpse ring. Voordien was er een aparte ploeg voor de E34 én eentje voor de E313. De verkeersposten Grobbendonk en Turnhout moeten om de beurt een ploeg afstaan aan Antwerpen.

Als er nu een ongeval gebeurt in Olen, dan moet een ploeg van Turnhout ter plaatse komen, of omgekeerd. Vroeger waren er aanrijtijden van vijf à tien minuten. Sinds het in voege treden van de nieuwe regeling zijn de aanrijtijden enorm gestegen, met uitschieters tot een volledig uur. De gemiddelde aanrijtijd is meer dan een half uur.

Het klopt dat de kans op incidenten het grootst is op de Antwerpse Ring, maar wegens de lagere snelheid daar is de impact en duurtijd van de interventie kleiner. Het FAST-systeem, dat sinds 1998 in voege is, vereist dat de opgeroepen FAST-takelaar, die is uitgerust met signalisatie op het dak van de wagen, binnen de 20 minuten ter plaatse moet kunnen zijn. Met dit nieuwe systeem blijkt de wegpolitie op de E313 en de E34 zelf niet te kunnen voldoen aan deze vereiste.

De inzet van een extra interventieploeg op de E34 en de E313 is een noodzaak:

- om de wachttijden van mensen na een ongeval binnen de perken te houden, de bevolking begrijpt terecht niet dat het soms een uur duurt voordat de politie ter plaatse is;

- om de economische schade te beperken, die sowieso op deze twee drukste verkeersassen al enorm is;

- beide snelwegen hebben een triest palmares van verkeersdoden ten gevolge van secundaire en bijkomende aanrijdingen, vooral in de staart van files; het verlengen van de afhandelingstijd van incidenten onder invloed van deze maatregel verhoogt dit risico opnieuw.

Voor de gemeenten die in de buurt van de E313 en de E34 liggen, betekent deze maatregel eveneens grote bijkomende kosten. Hun brandweerdiensten zijn eerst ter plaatse, maar kunnen het incident niet afhandelen. Ook zij dienen langer te wachten, waardoor er langere prestaties dienen vergoed te worden.

Graag had ik hieromtrent dan ook een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1) Hoe lang zijn de aanrijtijden sinds het in voege treden van dit systeem? Vindt de minister het logisch dat er één ploeg verantwoordelijk is voor een gedeelte autosnelweg van 140 km? Is hierover een evaluatie geweest? Zo ja, kan hij toelichten? Zo neen, waarom niet? De evaluatie dient vooral rekening te houden met de aanrijtijden en afhandeling van incidenten, en niet enkel gebaseerd te worden op het aantal incidenten, zeker aangezien in het vroegere systeem de 20-minuten-grens gehaald werd.

2) Is hij, gelet op het feit dat er levens in het spel zijn en op de manifest manke situatie, bereid om in afwachting van de evaluatie extra personeel in te schakelen om één extra interventieploeg voor de E313 en de E34 te kunnen garanderen? Zo ja, kan hij de timing toelichten? Zo neen, waarom niet?

Antwoord ontvangen op 2 april 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

1) De federale wegpolitie Antwerpen kent sinds 25 maart 2014 inderdaad een aangepast interventiesysteem. Dit gebeurde op basis van een analyse van de incidenten, de werklastmeting en de aanrijtijden in de betrokken sectoren.

Concreet betekent dit dat de federale wegpolitie Antwerpen vandaag de volgende inzet verzekert. Er zijn overdag vijf ploegen die de hele provincie bedienen. ’s Nachts voorzien drie ploegen de politiezorg op de autosnel / ringwegen. Dat is evenveel als vroeger. Er werden geen ploegen afgeschaft.

Het huidig systeem voorziet in een herverdeling van de werklast, rekening houdend met de incidenten, de aanrijtijden en de beschikbare personeelsmiddelen.

De beschikbare ploegen werden als volgt geheroriënteerd en toegewezen aan drie patrouillesectoren :

– de sector Oost (verkeersposten Grobbendonk en Turnhout) met een deel van E313 en een deel van de E34 (één ploeg voor 78 km enkel – 15.7 % van de incidenten) ;

– de sector Noord (verkeerspost Brecht) met de A12 en E19 Noord (NL) en een deel van de R1 en R2 (één ploeg voor 68 km enkel – 19.5 % van de incidenten) ;

– de sector Zuid (verkeerspost Antwerpen) voor het grootste deel van de R1 en de R2, de A12 en E19 Zuid (BXL), de E313 / E34, de E17 en de N49 / E34 (drie ploegen voor 69km enkel – 64.8 % van de incidenten).

Uit het voorgaande mag blijken dat de assen E313-E34 het laagste incidentenpatroon kennen. De as E313 kan beschouwd worden als een drukke as, maar de as E34 is de rustigste van de provincie.

De sector Oost is belast met 15,7 % van alle incidenten. Daarnaast is het actieterrein van de sector Oost perfect vergelijkbaar met dat van de sector Noord. Die wordt eveneens bediend door één ploeg, kent een hogere werklast én snellere aanrijdtijden. Ik stip aan dat vóór de hervorming van het interventiesysteem de werklast in de sector Zuid (64,8 %) structureel werd gedragen door twee ploegen en dat dit, ingevolge de analyse, inderdaad naar drie ploegen is verhoogd.

Met betrekking tot de aanrijdtijden maken we de vergelijking met 2012 (vóór de hervorming van het interventiesysteem).

Aanrijdtijden 2012 :

– verkeerspost Antwerpen (huidige sector Zuid) : 12 minuten ;

– verkeerspost Brecht (huidige sector Noord) : 12 minuten ;

– verkeerspost Grobbendonk (deel huidige sector Oost) : 19 minuten ;

– verkeerspost Turnhout (deel huidige sector Oost) : 19 minuten.

Aanrijdtijden april-augustus 2014 :

– sector Zuid (R1, R2, E17, N49 / E34, E313 / E34, A12 & E19 Zuid ) : 13 minuten ;

– sector Noord (R1, R2, E19 & A12 Noord) : 17 minuten ;

– sector Oost (deel E313 en E34) : 21 minuten.

Wat de sector Oost betreft, deze heeft nooit aanrijdtijden gekend van 5 à 10 minuten. De geciteerde gemiddelde aanrijdtijd van 30 minuten is niet correct. Aanrijdtijden van één uur bestaan niet.

Met betrekking tot uw stelling als zouden de impact en de duurtijd van incidenten lager zijn op de ring dan elders, kan ik stellen dat dit absoluut niet correct is.

Ten eerste heeft elk incident op de R1/2 een zware impact op de mobiliteit in de hele regio (niet in het minst op de E34 / E313) en dus ook op de economische schade die hieruit voortvloeit. Ten tweede ligt de gemiddelde afhandeltijd van een incident over de hele provincie in dezelfde lijn (ongeveer 1 uur).

2) Inzake verkeersveiligheid staan er overal levens op het spel en niet enkel op de E313 / E34. Eerst en vooral kan de verkeersveiligheidsproblematiek niet enkel opgelost worden door een politionele inzet. Zo zijn structurele maatregelen aan ons wegenwerk (bijvoorbeeld ontsluiten van de ring rond Antwerpen), preventieve sensibiliseringsmaatregelen ter attentie van de bestuurders, of nog een adequaat strafrechtelijk beleid even essentieel.

Wat het fileprobleem betreft en de tweedelijnsincidenten, deze zijn overal een bezorgdheid van de politie. Voor filestaartbeveiliging zet de politie dan ook telkens de FAST-werking in. Ik moet evenwel stellen dat deze problematiek los staat van eender welk systeem. Ook zonder incidenten staan er, ook op de E34 en E313, structurele files die een risico op tweedelijnsincidenten inhouden.

Als besluit, de analyse hierboven toont vooreerst aan dat de toestand niet problematisch is.

Ten tweede is de operationele organisatie van de geïntegreerde politie een interne aangelegenheid. Daar zal ik als minister niet in tussenkomen, tenzij ik grondige argumenten hiervoor heb / krijg.

Ten derde wordt er naar de toekomst toe voorzien in een versterking van de federale wegpolitie Antwerpen. Gelet op het voorgaande is het evenwel niet de bedoeling dat de wegpolitie Antwerpen met de voorziene versterking, een zesde ploeg zal bemannen die op de relatief rustige E34 zal patrouilleren.