BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2012-2013
________
5 juni 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-9189

de Jean-Jacques De Gucht (Open Vld)

aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, toegevoegd aan de minister van Justitie
________
De situatie in SyriŽ en de vluchtelingenstroom
________
SyriŽ
vluchteling
vluchtelingenhulp
________
5/6/2013 Verzending vraag
10/6/2013 Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3289
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-9189 d.d. 5 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Vorige week werd tijdens de plenaire vergadering van de Kamer de situatie in SyriŽ besproken. Hetgeen de internationale gemeenschap reeds gedurende lange tijd vreesde, werd nogmaals bevestigd: de humanitaire crisis die er zich afspeelt, is vele malen erger dan vaak wordt gedacht. In een VN-rapport werd gesteld dat een miljoen mensen op de vlucht zijn, terwijl er nu al tekorten dreigen in de internationale humanitaire hulp.

Op donderdag 7 maart was generaal Idriss van het Vrije Syrische leger te gast in het Europees Parlement. Hij hield er een opriep om meer steun te verkrijgen. Hij drong hierbij aan om het Vrije Syrische leger van wapens te voorzien. In die context dient ook de gijzelingsactie van 21 VN-blauwhelmen te worden gezien.

Daarom wil ik de staatssecretaris het volgende voorleggen:

Er werd terecht op gewezen dat de vluchtelingenstroom zorgt voor een enorme druk op de omliggende landen en dat BelgiŽ zijn uiterste best doet om humanitaire steun aan de vluchtelingenkampen te bieden.

Op welke manier gaan BelgiŽ en Europa om met deze immense vluchtelingenstroom? Is de staatssecretaris voorstander van een Europees plan van aanpak om deze stromen gecoŲrdineerd te kunnen opvangen?

Antwoord ontvangen op 10 juni 2013 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

De situatie in Syrië blijft hoog op de Europese agenda staan. Ze wordt systematisch besproken tijdens de Raad van ministers voor Justitie en Binnenlandse Zaken, alsook in ander fora van de Raad van ministers. De ernst van de vluchtelingensituatie in de regio wordt terdege erkend door de Europese Unie en er worden concrete acties ondernomen om de vluchtelingen en de buurlanden te ondersteunen. Op de korte termijn blijft de EU de levensnoodzakelijke humanitaire hulp verstrekken waarbij de EU en haar lidstaten, waaronder België, nu al de belangrijkste internationale donors zijn. Maar ook de ondersteuning op de middellange en lange termijn wordt niet uit het oog verloren. Zo steunen wij de aanpak van de Europese Unie om een Regionaal Ontwikkelings – en beschermingsprogramma voor de regio uit te werken, dat in de loop van 2013 van start zou moeten gaan. Dit programma zal de capaciteit versterken van de overheden en van organisaties betrokken bij vluchtelingen en internationale bescherming, en moet duurzame oplossingen bieden voor degenen die gedwongen werden hun land te verlaten.

De bescherming van de Syrische vluchtelingen gebeurt niet enkel in de regio, maar ook binnen de Europese Unie bevinden zich al meer dan 25 000 Syriërs. Er bestaat een grote consensus binnen de EU over het feit dat Syrische vluchtelingen een dringende nood hebben aan internationale bescherming en over het feit dat er geen Syrische vluchtelingen worden teruggestuurd.

Deze asieldossiers worden door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen met de nodige prioriteit behandeld. Een grote meerderheid van alle in 2012 genomen beslissingen inzake Syrische asielaanvragen kende het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) internationale bescherming (vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus) toe. Daarmee is België in lijn met de aanbevelingen van het UNHCR en voert het een ruim beschermingsbeleid dat we ook in andere lidstaten terugvinden.

Concreet kan ik u meedelen dat er in 2012 793 asielaanvragen door Syriërs werden geregistreerd, in 2013 (tot 31 mei) werden reeds 331 asielaanvragen ingediend. Tussen 1 januari 2012 en 31 mei 2013 werden 147 beslissingen tot erkenning genomen en werd de subsidiaire beschermingsstatus 921 maal toegekend.