BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
27 januari 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-892

de Ludo Sannen (sp.a)

aan de minister van Justitie
________
Winkeldiefstallen - Vervolgingen - Minnelijke schikkingen
________
diefstal
detailhandel
gerechtelijke vervolging
officiŽle statistiek
geografische spreiding
________
27/1/2011 Verzending vraag
23/5/2011 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-892 d.d. 27 januari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Volgens krantenberichten in de eindejaarsperiode (onder andere Het Belang van Limburg, 30 december 2010) zouden de Unie van zelfstandige ondernemers (Unizo), de vereniging zonder winstoogmerk (vzw) Preventie en Veiligheid en de overheid afspraken hebben gemaakt over de manier waarop winkeldiefstallen worden vervolgd. Kleine winkeldiefstallen worden immers niet altijd vervolgd en men zou de parketten willen ontlasten.

Daarom kunnen winkeliers kleine diefstallen aangeven bij de vzw Preventie en Veiligheid, die een gegevensbank bijhoudt. Pas bij de derde diefstal, wordt het dossier doorgestuurd aan het parket.

Procureur Rubens van Hasselt reageerde dat elke winkeldiefstal wordt vervolgd. Bij minder dan 125 euro, wordt een minnelijke schikking voorgesteld.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Kan de geachte minister cijfers geven over het aantal winkeldiefstallen, het aantal vervolgingen en het aantal minnelijke schikkingen per gerechtelijk arrondissement in de voorbije jaren?

2) Welke afspraken zijn gemaakt met Unizo en de vzw Preventie en Veiligheid?

3) Is het juist dat kleine winkeldiefstallen niet altijd worden vervolgd?

Antwoord ontvangen op 23 mei 2011 :

Antwoord vraag 1

Met betrekking tot deze vraag verwijs ik u naar mijn antwoord op parlementaire vraag nr. 172 van 28 oktober 2010, gesteld door de heer Peter Logghe, volksvertegenwoordiger.

Antwoord vraag 2

De berichten dat UNIZO en vzw Preventie en Veiligheid met de parketten een akkoord zouden hebben bereikt om winkeldiefstallen aan te geven of aan te pakken, zijn onjuist. Het College van Procureurs-generaal is niet op de hoogte van een dergelijk protocolakkoord en is bovendien niet te vinden voor een dergelijk systeem zoals vermeld in de vraagstelling.

Antwoord vraag 3

Ieder misdrijf van welke aard ook vereist in principe een optreden van het Openbaar Ministerie. Wil men de behandeling van een strafdossier binnen een maatschappelijk aanvaardbare termijn realiseren, moeten er keuzes gemaakt worden over de opportuniteit om al dan niet te vervolgen (cf. opportuniteits- en technisch sepot) en de manier van de afhandeling (cf. alternatieve afhandeling), in functie van de capaciteit van de parketten, rechtbanken en hoven.

Om een oplossing te bieden voor het gevoel van straffeloosheid (onder andere bij winkeldiefstallen) en om een uniforme afhandeling binnen de parketten te verzekeren, heeft het College van Procureurs-generaal een nieuwe omzendbrief COL 1/2011 ingevoerd met betrekking tot de minnelijke schikking (verval van de strafvordering tegen betaling van geldsom). Deze COL is ingevoerd op 16 februari 2011 en is van toepassing vanaf 1 maart 2011. Vanaf 1 maart 2011 is het dus wenselijk dat de parketten voor een aantal misdrijven (onder andere winkeldiefstallen) systematisch overwegen om minnelijke schikkingen voor te stellen overeenkomstig artikel 216bis Sv.. De parketmagistraten dienen wel de uitsluitingscriteria voor een minnelijke schikking te analyseren. In een aantal gevallen is het immers niet opportuun of zelfs uitgesloten om een minnelijke schikking voor te stellen. Elke magistraat blijft natuurlijk vrij om binnen de krijtlijnen van het strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsbeleid te oordelen, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten.

Naast de minnelijke schikking, kunnen de parketmagistraten een verdachte van een winkeldiefstal rechtstreeks dagvaarden via de procedure uit artikel 216quater Sv. (oproeping bij proces-verbaal) en artikel 645 Sv. (dagvaarding via de politie). Om deze procedures van het zogenaamde “snelrecht” onder vernieuwde aandacht te brengen heeft het College van Procureurs-generaal een omzendbrief COL 18/2010 opgesteld. Via de toepassing van deze procedures ervaren de verdachte, slachtoffers en de maatschappij in haar geheel een onmiddellijke reactie van het openbaar ministerie wat tegemoet komt aan het gevoel van straffeloosheid.

Het parket beschikt bovendien sinds 2010 over een nationale antecedentendatabank op basis waarvan de parketmagistraten kennis kunnen nemen van alle misdrijven die in het eigen parket maar ook bij de andere parketten bekend zijn. Als de verdachte reeds bekend is voor diefstal, kan het parket gepast reageren.