BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2012-2013
________
25 februari 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-8293

de Nele Lijnen (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen
________
Betoging van donderdag 21 februari 2013 - Deelname - Staking - Thuiswerk - Gevolgen
________
officiŽle statistiek
staking
recht tot betogen
ministerie
ambtenarenvakbond
werk op afstand
thuiswerk
________
25/2/2013 Verzending vraag
6/6/2013 Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8287
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8288
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8289
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8290
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8291
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8292
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8294
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8295
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8296
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8297
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8298
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8299
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-8293 d.d. 25 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Donderdag 21 februari 2013 hebben de vakbonden met een betoging in Brussel aan de regering een krachtig signaal willen geven met betrekking tot het bewaren van de koopkracht en tegen de loonstop. Heel wat mensen zullen minstens gedurende een aantal uur het werk hebben neergelegd om in Brussel deel te nemen aan de betoging. Ondanks het feit dat het ging om een betoging, liet de NMBS toch weten dat er mogelijks stakingsacties zouden volgen.

Graag kreeg ik van de ministers voor de administratieve diensten en eventuele overheidsbedrijven die onder zijn of haar bevoegdheden vallen graag een antwoord op volgende vragen:

1)

(a) Hoeveel personen hebben aan de betoging deelgenomen?

(b) Hoeveel van deze personen waren aangesloten bij een vakbond?

(c) Hebben ze verlof moeten nemen om deel te nemen aan de betoging of werden ze gewoon doorbetaald?

(d) Indien ze gewoon doorbetaald werden, moeten ze de verloren arbeidstijd ophalen?

2)

(a) Hoeveel personen hebben thuis gewerkt omwille van de verkeersoverlast die de betoging met zich heeft gebracht?

(b) Hoeveel van deze personen werken sowieso thuis op donderdag?

3) Wat is het productiviteitsverlies voor de diensten van deze betoging ?

4) Hebben er ook kabinetsmedewerkers aan de betoging deelgenomen?

5)

(a) Hebben er ook personen van de betoging gebruik gemaakt om te staken?

(b) Zo ja, om hoeveel mensen ging het?

(c) Werd die staking dan officieel erkend door de vakbonden?

(d) Welke gevolgen heeft dit gehad voor de verloning van de stakers?

Antwoord ontvangen op 6 juni 2013 :
  1. Wat de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid betreft :  

1 (a). Acht medewerkers van de FOD hebben op 21 februari gemeld dat ze afwezig waren om te staken. Andere medewerkers hebben aan de betoging deelgenomen door een dag vakantieverlof of een dag inhaalrust op te nemen of door op de ‘vrije’-dag van hun werkregime,. 

1 (b). Als werkgever beschikt de FOD niet over informatie over de vakbondsaansluiting van zijn werknemers.   

1 (c). De medewerkers die hebben deelgenomen aan deze betoging hadden twee mogelijkheden om hun afwezigheid te regulariseren : 

  • ofwel namen zij een dag jaarlijks vakantieverlof of inhaalrust op. In dit geval werden zij logischerwijs doorbetaald ; 

  • ofwel werd deze afwezigheid beschouwd als een deelname aan een georganiseerde werkonderbreking overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen. In dit geval hadden zij geen recht op wedde. 

Voor statutaire personeelsleden wordt deze afwezigheid wel gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeel dat bij arbeidsovereenkomst is in dienst genomen behoudt zijn rechten tot bevordering in zijn weddeschaal. 

1 (d). Niet van toepassing. Zie antwoord op vraag 1 (c). 

2 (a). 184 medewerkers hebben van thuis uit gewerkt op 21 februari 2013. 

2 (b). Het telewerk binnen de FOD wordt niet volgens een ‘vaste dag’ georganiseerd. De telewerkers mogen, rekening houdend met de noden van de dienst, kiezen op welke dag van de week ze van thuis uit werken.  

3. De impact van de staking was dus zeer beperkt. Slechts 14 medewerkers van de FOD hebben die dag niet gewerkt om redenen in verband met de betoging (stakers en problemen verbonden met het openbaar vervoer). Op een totaal van 1 215 medewerkers (hierbij inclusief de provinciale bijkantoren), betreft dit slechts 1,15 %.

4. Geen enkel lid van mijn beleidscel nam aan de betoging deel.  

5 (a) + (b). 8 medewerkers hebben binnen de FOD op 21 februari gestaakt overeenkomstig art. 5 van het koninklijk beluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen. 

5 (c). De FOD weet niet of deze staking officieel erkend werd door de vakbonden. 

5 (d). Zie antwoord op vraag 1 (c).  

2. Wat de FOD Sociale Zekerheid betreft : 

1. a) Als werkgever weet de FOD niet hoeveel personeelsleden effectief aan de betoging van 21 februari 2013 hebben deelgenomen.  

b) De FOD heeft geen informatie over het vakbondslidmaatschap van de personeelsleden. 

c) De personen die aan de betoging wensten deel te nemen konden verlof nemen of gebruik maken van het recht om deel te nemen aan een georganiseerde werkonderbreking. Het is echter niet mogelijk om te weten welke personen die op 21 februari verlof hebben genomen dat specifiek hebben gedaan om aan de betoging deel te nemen.  

2. Op 21 februari 2013 hebben er 172 personen van thuis uit gewerkt (86 van hen werken gewoonlijk op donderdag van thuis uit). 

3. Niet van toepassing.  

4. Niet van toepassing. 

5. Drie personen hebben gebruik gemaakt van het recht van deelname aan een georganiseerde werkonderbreking.

De deelname aan een georganiseerde werkonderbreking wordt gelijkgesteld aan een periode van dienstactiviteit maar wordt niet vergoed. 

3. Wat betreft de openbare instellingen van sociale zekerheid die onder mijn bevoegdheid staan : 

Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) 

1. a.) Gegevens niet beschikbaar  

b.) Het RIZIV is niet op de hoogte van het aantal van zijn personeelsleden dat bij een vakbond is aangesloten. 

c.) Indien personeelsleden van het RIZIV zouden hebben deelgenomen aan de betoging dan moest deze personeelsleden daarvoor of wel verlof/kredieturen opnemen ofwel verklaren dat ze gestaakt hebben. Ze werden in elk geval niet betaald voor niet-gepresteerde uren. 

d.) Niet van toepassing. 

2. a.) 40 medewerkers hebben thuis gewerkt (incidenteel telewerk) op 21 februari 2013. 

b.) Incoherente vraag in vergelijking met de 2a. 

3.) Niet van toepassing. 

5.a.) Ja er zijn personen die van de betoging gebruik hebben gemaakt om te staken. 

b.) Het ging om 16 medewerkers. 

c.) De staking werd officieel erkend door de vakbonden. 

d.) Verlies van loon voor een dag. 

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) 

1. a.) Er waren 38 stakers, maar de RSZ weet niet hoeveel van deze personen ook daadwerkelijk aan de betoging hebben deelgenomen. 

b.) De RSZ weet niet hoeveel van zijn medewerkers bij een vakbond zijn aangesloten.  

c.) Deze personen verklaarden zich in staking. 

d.) Zij worden niet betaald. 

2. a et b.) Geen. 

3.) Dit gegeven is niet beschikbaar. 

5.a.) Ja, sommige personeelsleden hebben van de betoging gebruik gemaakt om te staken. 

b.) Het gaat om 38 personeelsleden. 

c.) Ja, die staking werd officieel erkend door de vakbonden. 

d.) De personen die staakten die dag, hebben geen wedde ontvangen, maar een attest van hun werkgever bestemd voor hun vakbond. 

Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (HZIV) 

1. a, b, c, d.) Het is onmogelijk om te achterhalen hoeveel mensen er daadwerkelijk deelgenomen hebben aan de betoging. 

2. a.) 11 personen hebben van thuis uit gewerkt. 

b.) Geen enkele van deze personen werkt gewoonlijk op donderdag van thuis uit. 

3.) Niet van toepassing 

5. a.) Ja er zijn personen die van de betoging gebruik hebben gemaakt om te staken. 

b.) Het ging om 14 mensen. 

c.) Die staking werd officieel erkend door de vakbonden. 

d.) De stakers worden niet betaald. Indien zij aangesloten zijn bij een vakbond, kunnen de medewerkers een beroep doen op een stakingsvergoeding. 

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten (RSZPPO) 

1. a en b.) Dit behoort tot de persoonlijke levenssfeer van het personeelslid. 

c.) Indien een personeelslid aan de betoging zou hebben deelgenomen, dan moest het personeelslid daarvoor jaarlijks verlof of recuperatieverlof nemen, of nam het personeelslid deel onder de verlofvorm ‘deelname aan een georganiseerde werkonderbreking waarbij het personeelslid geen recht heeft op zijn wedde’. 

d.) Zonder voorwerp, gelet op het antwoord van punt 1.c van de vraag. 

2. a.) Omwille van de verwachte verkeersoverlast hebben 20 personeelsleden van thuis uit gewerkt. 

b.) Geen enkele van deze 20 personeelsleden werkte die dag sowieso thuis. 

3.) De RSZPPO leed omwille van de betoging geen productiviteitsverlies. 

5. a.) Ja er zijn personen die van de betoging gebruik hebben gemaakt om te staken. 

b.) Het ging om 6 personeelsleden. 

c.) De erkenning door de vakbonden valt buiten de bevoegdheid van de RSZPPO. 

d.) De personeelsleden die staakten kregen geen wedde voor de betrokken afwezigheidsdag. 

Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden (HVKZ) 

1. a.) De HVKZ heeft hierover geen gegevens.  

b.) De HVKZ negeert of zijn medewerkers al dan niet lid zijn van een vakbond. 

c.) Geen enkele medewerker heeft toelating gekregen om tijdens de werkuren deel te nemen aan de betoging. Geen enkele medewerker was die dag ongewettigd afwezig. Indien er medewerkers zouden deelgenomen hebben aan de betoging dan hadden zij reglementair verlof opgenomen. 

d.) Indien er medewerkers zouden deelgenomen hebben aan de betoging dan hadden zij reglementair verlof opgenomen. Dit kan betaald of onbetaald verlof zijn. Geen enkele medewerker heeft arbeidstijd verloren door deel te nemen aan de betoging.  

2. a.) Geen enkele medewerker heeft van thuis uit gewerkt.  

b.) Geen enkele. 

3.) Twee medewerkers zijn te laat op het werk toegekomen wegens vervoersproblemen, maar de dienstverlening is hierdoor niet in het gedrang gekomen. Er was geen merkbaar productiviteitsverlies. 

5. a en b.) Er hebben geen personeelsleden van de betoging gebruik gemaakt om te staken.  

c en d.) Gelet op het antwoord op punt 5.a) is deze vraag niet van toepassing.  

Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid (DOSZ) 

1. a.) Het is onmogelijk om te achterhalen hoeveel van haar personeelsleden er daadwerkelijk deelgenomen hebben aan de betoging. 

b.) De DOSZ negeert of zijn medewerkers al dan niet lid zijn van een vakbond. 

c.) Niemand heeft de toelating gekregen afwezig te zijn van het werk omwille van de betoging. Enkele personeelsleden hebben deze dag wel een dag jaarlijkse vakantie, onbetaald verlof of recuperatieverlof genomen (17 personen een volledige dag en 7 personen een halve dag).

Het is mogelijk dat dit voor sommigen bedoeld was om deel te nemen aan de betoging. Van zeker twee personen weten we dat dit was ten gevolge van het ontbreken van openbaar vervoer. 

d.) Niet van toepassing. 

2. a et b.) Bij de DOSZ bestaat nog geen telewerk. 

3.) Aangezien we de DOSZ niet weet hoeveel personen afwezig waren omwille van de betoging, kan dit niet worden ingeschat. 

5. a en b.) Ja, één persoon heeft verklaard te staken. 

c.) De DOSZ beschikt niet over deze informatie. 

d.) De DOSZ betaalt geen loon voor deze stakingsdag. 

Controledienst voor de Ziekenfondsen en de Landsbonden van Ziekenfondsen (CDZ) 

1. a.) Twee personeelsleden hebben deelgenomen aan de betoging van 21 februari 2013. 

b.) De Controledienst is niet op de hoogte van het eventueel lidmaatschap van de 2 betrokken personeelsleden bij een vakbond. 

c en d.) De 2 betrokken personeelsleden zijn betaald geweest maar zullen de verloren arbeidstijd op een ander tijdstip moeten inhalen. 

2. a et b.) Geen enkele. 

3.) De CDZ leed omwille van de betoging geen productiviteitsverlies. 

5. a en b.) Er hebben geen personeelsleden van de betoging gebruik gemaakt om te staken.  

c en d.) Gelet op het antwoord op punt 5.a) is deze vraag niet van toepassing.  

Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) 

1. a.) Geen enkele medewerker van de KSZ heeft deelgenomen aan de betoging van 21 februari 2013. 

b.) De KSZ negeert of zijn medewerkers al dan niet lid zijn van een vakbond.

c et d.) Niet van toepassing. 

2. a et b.) Drieëndertig personen hebben thuis gewerkt omwille van de mogelijke verkeersproblemen. Vier van deze personen werken sowieso thuis op donderdag. 

3.) Het productiviteitsverlies van de betoging is op dit ogenblik niet meetbaar. 

5. a en b.) Geen enkele medewerker heeft van de betoging gebruik gemaakt om te staken. 

c et d.) Gelet op het antwoord op punt 5.a) is deze vraag niet van toepassing. 

eHealth-platform 

1. a.) Geen enkele medewerker van het eHealth-platform heeft deelgenomen aan de betoging van 21 februari 2013. 

b.) Het eHealth-platform negeert of zijn medewerkers al dan niet lid zijn van een vakbond. 

c et d.) Niet van toepassing. 

2. a et b.) Vijentwintig personen hebben thuis gewerkt omwille van de mogelijke verkeersproblemen. Twee van deze personen werken sowieso thuis op donderdag. 

3.) Het productiviteitsverlies van de betoging is op dit ogenblik niet meetbaar. 

5. a en b.) Geen enkele medewerker heeft van de betoging gebruik gemaakt om te staken. 

c et d.) Gelet op het antwoord op punt 5.a) is deze vraag niet van toepassing.